God nodigt allen uit, weinigen gaan daarop in

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Het rijk der hemelen gelijkt op een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. Ook als wij deze parabel in al zijn details moeilijk kunnen volgen - Jezus heeft deze parabel zo zeker nooit uitgesproken - dan is de grote lijn daarin toch nog zeer duidelijk. Het heilsaanbod van God moet je als een feest kunnen vieren. Een bruiloftsfeest is in Israël het grootst denkbare feest. Acht volle dagen van overstromende vreugde, van eten en drinken. God nodigt ons uit op het bruiloftsmaal van zijn zoon. Een bruiloft heeft altijd iets te maken met de liefde van twee personen, die deze liefde willen verder schenken aan anderen om hen te laten delen in het feest van hun vreugde.

De koning zond zijn dienaars uit om allen te roepen die hij op de bruiloft genodigd had. Het feest was klaar, nu moesten nog de gasten gevonden worden, die in staat waren zich te verheugen, echt in staat waren feest te vieren. Daarin ligt de tragiek van deze parabel, zulke gasten waren er bij de eerste genodigden niet te vinden. Zij wilden eenvoudigweg niet komen. Zij waren niet in staat om te feesten. Zij lieten zich zozeer betoveren door hun eigen prestaties, dat zij alleen maar meer van zichzelf hun heil konden verwachten. Zij hadden niemand anders meer nodig. Zij wilden zich niets meer laten schenken, van niemand meer afhankelijk zijn, zich door niemand meer laten genezen. De uitnodiging voor het feest van de koning scheen hun tijdverlies. Zij hadden veel belangrijker dingen te doen, zij waren zozeer met zichzelf bezig dat zij zich niet meer konden indenken wat voor voordeel het voor hen zou kunnen hebben dat de koning aan hen dacht, in welke vreugde de koning hen nog zou kunnen opnemen. Zij hadden genoeg aan zichzelf en aan hun eigen zaken.

Alles wat in deze parabel geschreven staat over de overvloed van de maaltijd: mijn ossen, het gemeste vee is geslacht, alles is gereed, is slechts een zwak beeld van wat God voor de mensen bereid heeft. Maar de onwil van de eerste genodigden - de joden, de hogepriesters - kunnen het doorgaan van het feest niet belemmeren. Het feest van de liefde moet doorgaan. Daarom zoekt de koning zijn gasten nu in de rijen van hen die niet zo zelfverzekerd zijn. Hij richt zich tot de armen en bedelaars; goeden en slechten, nodigt Hij uit. Dat wil zeggen: hij kijkt niet naar hun prestaties of verdiensten, voor allen is het feest van de liefde bereid. Bij deze mensen vindt zijn uitnodiging een klankbord. De bruiloftszaal liep vol met gasten. Die mensen waren open voor de gaven van God. Zij verscholen zich niet achter hun zelfverzekerdheid, zij konden hun eigen behoeftigheid nog erkennen, zij waren ontvankelijk voor de liefde.

In onze tijd beleven wij weer hetzelfde. De uitnodiging van de Heer - komt naar de maaltijd - wordt niet meer opgevolgd. De mens die leeft van 'tafeltje dek je', beseft niet meer hoezeer hij God nodig heeft. De mens die meent dat hij zijn zekerheid kan opbouwen met kasbons, heeft geen tijd voor de maaltijd met de Heer. Hij heeft voor God geen tijd meer, er zijn altijd veel belangrijker dingen te doen. Hij kan zijn tijd niet verliezen met feesten, hij moet verdienen. Zij wilden niet komen. Onze kerken lopen leeg, de sacramenten worden niet meer gevraagd, het gebed wordt vergeten. Omdat wij zo overrijk zijn aan alle dingen, kunnen wij geen feest meer vieren met God. Mensen die vervolgd worden, die in nood zijn, die kunnen nog altijd feestvieren met God. In Polen, in de ontwikkelingslanden, daar zijn de kerken overvol.

Hoe dikwijls komen de dienaars van God tot ons en worden wij tot deelname aan het bruiloftsmaal met de Heer uitgenodigd? Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren. De mens blijft vrij, maar het feestmaal zal doorgaan. God blijft trouw aan wat Hij met de mens begonnen is. God zal zijn doel bereiken ondanks het falen van de mens. De mens blijft wel vrij om op deze uitnodiging in te gaan, maar deze beslissing zal niet zonder gevolgen zijn. Dan zal het feest ook doorgaan zonder hem. Dan zullen anderen, bijeengeroepen op de kruispunten van de wegen, zijn plaats innemen. Maar hij die, goed of slecht, vrij van prestatiedruk of zelfgenoegzaamheid, op de uitnodiging van God wil ingaan, die zal de grote vreugde mogen ervaren van het bruiloftsfeest en dat nog wel hier op aarde. Het is echter niet voldoende naamchristen te zijn, en ons doopbewijs zal geen automatische toegangskaart zijn voor de hemel. Wat zullen we zeggen als Jezus ons vraagt: 'Waar is uw bruiloftskleed van de vriendschap en de daadwerkelijke liefde?' In het evangelie staat: Die man bleef het antwoord schuldig. Ook wij zouden misschien geen enkel woord kunnen uitbrengen.