God gelast het feest niet af

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Enkele dagen geleden las ik een kleine anekdote. Ik heb ze niet meer kunnen vergeten omdat ze zich van dag tot dag in de meest verschillende variaties telkens weer herhaalt.

Peter had voor zijn verloofde de mooiste dingen gekocht, goede en dure cadeaus. Blij pakte hij ze uit. ‘Hier om te beginnen een parfum', zei hij stralend. ‘Maar Peter, dat is toch...' ‘Ja, dat is echte Channel, jouw merk'. ‘Je weet toch, Peter, dat ik geen Channel meer wil'. Hij wist het niet. Hij pakte verder uit. ‘Hier mooie handschoenen voor je, blauwe; je wilde toch blauwe hebben?' ‘Weet je dan niet dat lila tegenwoordig mode is?' Verveeld legde Peter de handschoenen weg. ‘Wat heb je nog?' Peter had nog een hele massa. Maar niets vond genade in haar ogen. ‘Het hoofdgeschenk komt nog', zei Peter, ‘doe je ogen dicht'. ‘Kom, wees nu niet flauw, we zijn toch geen kleine kinderen meer'. Met een martelaressengezicht sloot ze dan toch haar ogen. Peter nam de echte krokodillenleren handtas volgens de laatste mode. Om ze te kunnen kopen had hij zelfs schulden moeten maken. Zij keek naar de mooie handtas. ‘Ja', zei ze geërgerd, ‘maar het is niet het echte merk'. Peter pakte zonder nog een woord te zeggen al zijn geschenken bij elkaar. ‘Wat ga je doen?' vroeg ze, ‘ga je ze omruilen, al die geschenken? Nee, joh'. Je kunt de ontgoocheling van Peter meevoelen. Hij heeft met heel veel zorg de mooiste cadeaus uitgezocht als een teken van zijn liefde en zij heeft in haar eigenzinnigheid op alles een aanmerking, zij weigert kortzichtig in die geschenken de liefde van de gever te zien en verstoort daarmee alle banden van de liefde.

De ervaring die Jezus met de mensen van zijn tijd opdeed, is ongeveer dezelfde. Hij pakt alle goede gaven voor de mensen uit: de goedheid en mensenliefde van God, die zich in zijn geliefde Zoon helemaal aan de mensen gegeven heeft. Het geschenk van de gene¬zing van de ziekten, van de vergeving van zonden, een liefde die het verlorene zoekt en aan de doden eeuwig leven schenkt. Maar de aangesprokenen weigeren het te aanvaarden, zij hebben te veel afspraken, zij hebben hun eigen gedachten en hun eigen manier van handelen. Zij hebben geen tijd om aandacht aan Gods liefde te schenken. Ieder ging zijn eigen weg, zegt het evangelie.

Elke zielzorger heeft ongeveer dezelfde ervaring. De mensen hebben geen tijd om Gods gaven aan te nemen, ze hebben het veel te druk met kleine menselijke beslommeringen. En dan rijst telkens weer de vraag: waarom kan de Kerk niet duidelijker die liefde van God aan de man brengen? Waarom worden de sacramenten, die toch allemaal tekens zijn van Gods liefde tot de mens, zo opper¬vlakkig meegevierd, zonder ons te brengen tot een echte liefde¬volle verhouding met God? Waarom maakt het gebed ons niet blijer? Waarom ervaren vooral de jonge mensen zo weinig vreugde bij de zondagsviering? Waarom hebben de grote hoogdagen zoals Kerstmis, Pasen en Pinksteren zo weinig uitstraling in ons leven?

Dit alles getuigt toch van Gods mateloze liefde voor de mensen, en wij gaan achteloos aan die tekens voorbij. Er zullen wel heel veel redenen aan te geven zijn waarom dat allemaal zo is. En toch moet de Kerk die liefde van God voor de mensen in elke tijd nieuw verkondigen.

Het meest treffende van dit evangelie is wel dat die ontgoochelde koning het feest niet afgelast. Hij stuurt zijn knechten nog eens uit en nu halen ze allerlei mensen bij elkaar, goeden en slechten. Misschien ligt daar de fout van de Kerk. Zij heeft zich misschien te veel alleen met de goeden bezig gehouden, zodat ze de slechten vergeten heeft. Zij heeft zich misschien te weinig gericht naar de mensen die op de kruispunten van de wegen staan. In die tijd liep in elk geval de bruiloftszaal stampvol en er was grote vreugde.

Wij mogen het feest ook niet afgelasten. Laten we daarom naar de kruispunten van de wegen gaan om iedereen uit te nodigen, die wij maar vinden. Hopelijk zal de bruiloftszaal dan weer vollopen met gasten en zal er vreugde zijn voor allen.