Evangelieprikje 2014

Het evangelie van vandaag begint zeer beloftevol: het Rijk Gods wordt vergeleken met een koning die een bruiloftsfeest geeft. In onze Kerk lijkt het soms meer op een rouwmaal dan op een huwelijksfeest. Op zo’n rouwmaal wordt vooral over het verleden verteld: een hoogfeest voor mensen die houden van de goede oude tijd. Het gevolg daarvan is dat de Kerk nogal eens  achterloopt op de feiten. Een huwelijksfeest daarentegen doet dromen van een toekomst. En dat het een feest is dat georganiseerd wordt door een koning, geeft er nog meer cachet aan. De meesten van ons zouden maar al te graag ingaan op zo’n uitnodiging en het is dan ook verwonderlijk dat er geen mensen zijn die willen ingaan op de uitnodiging van de koning. Ht verhaal zegt niet waarom. We zouden kunnen gissen over de beweegredenen maar daar gaat dit verhaal niet over. Dit verhaal is namelijk deel drie van een gesprek tussen Jezus enerzijds en oudsten en schriftgeleerden anderzijds. Om het verhaal helemaal te begrijpen, moeten we ook weten dat dit verhaal na 70 is geschreven en dat de evangelist hier de verwoesting van de tempel leest als een straf van God. Het is een lezing van de realiteit waar wij nu vragen bij hebben, maar het is wat het is. Is dit evangelie dan nog goed nieuws voor ons?Eerste goed nieuws: het Rijk Gods is ook een blij en feestelijk gebeuren zoals een huwelijksfeest, mensen komen samen om een liefdesrelatie te vieren. Tweede goed nieuws: God nodigt verschillende keren uit, Hij geeft het niet op na een uitnodiging. Er zijn er die weigeren te komen zonder meer maar er zijn er ook die de boodschapper vermoorden. Het is dan waarschijnlijk de evangelist die de koning in een toorn doet ontsteken, maar ik denk dat de meesten zich daar wel in herkennen. De rest van het evangelie doet ons echter vermoeden datGod anders is dan de doorsnee mens. Het vervolg van het verhaal blijkt ons gelijk te geven want God geeft niet op. Als de een niet wil komen, dan vragen we maar iemand anders. Goeden en kwaden worden van straat gehaald en zo loopt de zaal toch nog vol. Wie denkt dat het verhaal afgelopen is, vergeet het spreekwoordelijke venijn in de staart. Want tussen zijn gasten ontdekt de koning iemand die niet de gepaste kledij draagt. Wat krijgen we nu? Is er een dresscode in het Rijk Gods? Kijkt God niet naar het innerlijk van de mens? Het antwoord dat de traditie in de loop der jaren geformuleerd heeft is dat hier gerechtigheid bedoeld wordt die men spreekwoordelijk als een kleed draagt. Van de aanwezigen, van de gedoopten mogen we misschien zeggen, wordt verwacht dat ze zich – om het met Paulus te zeggen – bekleden met de nieuwe mens. Die nieuwe mens heeft weinig vandoen met de nieuwe man of de nieuwe vrouw. De nieuwe mens is de gedoopte die zo doordrongen is van Gods liefde dat ze als beminde mens Gos liefde voor de mens zichtbaar wil maken. Het zijn mensen die gericht zijn naar God én mensen. Zal ik het met een lied van Oosterhuis zeggen? Mens voor de mensen zijn, herder als God, trooster voor groot en klein, zo lief als God. Zoals alle kledij moet ook het kleed der gerechtigheid af en toe eens gewassen worden want we zijn maar mensen en mensen maken fouten. We hebben elkaar, ons gebed en God om dat kleed proper te houden, want uiteindelijk willen we toch allemaal aan tafel gaan en feest vieren.