Is ons feestgewaad in orde..

Beste vrienden,

Wat we daarnet in het evangelie hebben gehoord is toch wel straffe koffie, of is het gewoon absurd?   Er is een grootse bruiloft gepland en om allerlei redenen laten alle genodigden zich verontschuldigen of ze komen gewoon niet opdagen.  Diegenen die, naar aloude Joodse traditie de uitnodigingen overbrengen, worden mishandeld of zelfs vermoord.  Er wordt gesproken over een koning die de voorbereidingen voor het feest onderbreekt om oorlog te voeren tegen diegenen die zijn boden hebben gedood.  

En dan komt er een nieuwe poging om het feest toch te laten doorgaan, met gasten die daartoe letterlijk van de straat worden geplukt.  Als culminatiepunt wordt dan nog een gast aan de deur gezet omdat hij niet de passende kleding draagt.  Is dat absurd theater! Of dan toch een bevrijdende blijde boodschap?  

Want, beste vrienden, Zo’n feestmaal is toch eigenlijk iets moois. Er wordt nauwkeurig gepland wie er best naast wie komt te zitten om iedereen de gelegenheid te geven tot een goed gesprek.  De volgorde van de spijzen is zo gekozen dat zowel het oog als de smaak het hoogst mogelijke genot mogen ondervinden; er wordt een  kostelijke feestsoep geserveerd en niet gewoon maar soep uit blik. Er komt verse knapperige sla, heerlijke groenten en een roze gegaard gebraad op tafel - zeker geen conserven.  De speeches zijn niet vervelend maar vlot en vol humor en de gasten komen in contact met mensen die ze al lang niet meer hebben gezien of die ze pas nu leren kennen.   Ja, van zo’n feestmaal kunt ge genieten zonder enige haast of gejaagdheid en ge kunt u op het einde ervan reeds verheugen op een volgende gelegenheid. 

Een bruiloft is ook zo’n feestmaal – het is zelfs de ultieme kroning van dergelijke feestmalen.  Want hier komen niet alleen familieleden die zich slechts zelden ontmoeten bij elkaar, maar zelfs ook wildvreemden die dan plots merken dat ze met elkaar verwant zijn en zich in een ontspannen atmosfeer leren kennen en waarderen.  En dan is er natuurlijk ook nog het gelukkige bruidspaar waarvan we natuurlijk hopen dat het  bruidsmaal als “Happy end” voor hen niet het einde van “Happy” mag zijn maar juist wel een “Happy beginning”, het begin van een lang en gelukkig leven samen.  

Ik denk dat Jezus zo een mooi en blij bruiloftsfeest in gedachten heeft als Hij ons de gelijkenis met het rijk Gods vertelt.  Hij weet immers dat overal waar mensen leven en met elkaar feestvieren, een dergelijk bruiloftsmaal het toppunt van blijheid, gemeenschap en feestvieren is.  Als het ware een „natuursacrament“, een „heilig teken“  voor de liefde en de mensvriendelijkheid van God.   

Met dat allemaal in gedachten is de reactie van de genodigden in de parabel des te onbegrijpelijker. Iedereen vindt een uitvlucht om toch maar zeker niet aan het feestmaal te moeten deelnemen.   

Dat de koning daar woedend en zuur op reageert, is begrijpelijk  en velen onder ons begrijpen misschien ook dat hij de moord op zijn knechten en de duidelijke verachting van zijn persoon wreekt met een strafexpeditie.

De koning is zo kwaad dat hij nu zonder onderscheid iedereen, goeden en slechten, schurken en nozems, lichtekooien en huisvrouwen op het maal uitnodigt. Voor hem is alleen belangrijk dat er tenminste iemand komt. 

Dat de ene of de andere van de aanwezigen het bij het horen van deze gelijkenis nogal warm krijgt of met een droge keel moet slikken, kan ik ook goed begrijpen.  Bij het lezen van dit evangelie gaat het mij op het eerste gezicht ook zo. Daarom ben ik ervan overtuigd dat om deze beeldspraak te verstaan we beroep moeten doen op een diepere Bijbelse uitleg.  En die is en blijft de oneindige, onvoorwaardelijke en blijvende liefde van God voor de mensen.  Als we die uit het oog verliezen ontaardt het evangelie van vandaag tot een duister angstwekkend stuk over de eeuwige verdoemenis en de vernietigende toorn van God.   

Dus proberen we het zo te bekijken: God nodigt mensen uit om met zijn zoon een bruiloftsmaal te vieren. Maar tenslotte nodigt ge op een bruiloftsmaal niet Jan en alleman uit!   

Kortom – de genodigden zijn uitverkoren en als zij de uitnodiging, zeg maar de liefde van God aannemen, wordt hun leven een feest in de voortdurende nabijheid van God zelf. 

Voor Mattheus, die zijn evangelie pas veertig jaar na Jezus dood en verrijzenis heeft geschreven, was het duidelijk dat het uitverkoren joodse volk Gods aanbod had afgewezen en zo zijn straf zelf had veroorzaakt.  En die straf was de verwoesting van de tempel door de Romeinen in het jaar 70.

Mattheus brengt de verwerping van Jezus door de Joden in verband met de verwoesting van de Tempel.     

Bij die visie moeten wij ons echter niet noodzakelijk aansluiten. In onze optiek is het niet God die bestraft – neen – Hij verhindert alleen niet de gevolgen van de door ons misbruikte vrijheid.   

God maakt als gastheer geen „moreel“ onderscheid tussen de goeden en de slechten. Iedereen wordt uitgenodigd. Voor Hem is alleen belangrijk of men de uitnodiging aanneemt of niet.    

Als de ene of de andere moraalapostel zich daaraan zou storen, dan heeft hij in de zin van de gastheer de “verkeerde kleding” aan. Dan is zijn innerlijke houding en zijn instelling niet in overeenstemming te brengen met die van de Gastheer. Op het einde van dit evangelie gaat het er niet om, om de armen, die geen mooi kleed hebben, uit te sluiten. Dat zou Gods boodschap totaal absurd maken. Het mooie kleed heeft, zoals Paulus bevestigt, te maken met een geesteshouding: Bij de uitnodiging tot het rijk Gods gaat het om meer dan om feestkledij; het gaat om de gezindheid die ons moet omhullen als een feestgewaad.    

Maar ook daar hebben we onze eigen ervaringen. Hoe dikwijls beoordelen wij de mensen niet enkel naar hun uiterlijk? Hoe dikwijls handelen ook wij Christenen niet naar het principe: kleren maken de man?  Daarbij zouden we ons beter afvragen: is Jezus gezindheid ook de mijne? Leef ik, leven wij naar zijn geest? Deze gelijkenis dwingt ons om kleur te bekennen. Het zijn wij die hier worden aangesproken – niet meer de Farizeeën of de schriftgeleerden die we zo goed met de vinger konden wijzen.    

Neen, hier gaat het om ons – om mij en om U! Hoe staat het met ons geloof, met onze gezindheid. Wat belangrijk is wordt door Paulus als volgt omschreven:  Bekleedt u met oprecht erbarmen, met deemoed, goedheid, mildheid en geduld. Verdraagt elkaar en vergeeft elkaar als ge elkaar iets hebt te verwijten. Zoals de Heer U vergeeft, vergeeft ook de anderen. Maar vooral: bemint elkander, want de liefde is de band die alles samen houdt en volkomen maakt. Dan heerst de vrede van Christus in uw hart.  

Zonder deze gezindheid, zonder dit bruiloftsgewaad in Jezus’ zin, kunnen we het feest met God niet vieren. Dan zetten we onszelf buitenspel.   Een oude volkswijsheid zegt: als we onze ziel niet willen laten verkommeren moet ze zich dagelijks verschonen.   

Zeker, wij hebben de uitnodiging van Jezus aangenomen maar hoe staat het met ons gewaad? Klopt onze innerlijke gezindheid? Als dat niet het geval mocht zijn nodigt God ons uit om onze ziel, hier en nu, in een mooi feestgewaad te hullen.  Amen.