28e zondag door het jaar C

Waarom komt maar één van de tien terug naar Christus om God eer te brengen? We zijn geneigd om die negen weg te zetten als ondankbare mensen, alleen erop uit om genezen te worden en daarna weer met hun gewone leven verder te gaan. Dat is geen vreemde gedachte en op zich is het niet verkeerd daar aandacht voor te vragen, want dankbaarheid naar God en naar elkaar is fundamenteel. Toch wil ik vandaag wat verder kijken.

Een ander onderwerp is het belang van gezondheid. Deze mannen hadden nergens genezing gevonden, niet bij de priesters, niet bij bronnen, niet in de tempel, nergens. Soms lijkt het erop dat als we onze lichamelijke gezondheid terug hebben, wij niet meer bekommerd zijn om onze innerlijke, onze gelovige gezondheid. Maar ook daar wil ik het nu niet over hebben.

Vandaag wil ik spreken over Gods eer, want dat is waar Jezus over spreekt: “Is er niemand teruggekeerd om aan God eer te brengen dan alleen deze vreemdeling?” Jezus is bekommerd om Gods eer. Het gaat Jezus niet om dankbaarheid naar Hem zelf toe, of dat ze alleen lichamelijke genezing zochten; dat maakt hij ook mee na de broodvermenigvuldiging, toen Hij zei: “Niet omdat gij tekenen gezien hebt zoekt ge Mij, maar omdat gij van de broden hebt gegeten tot uw honger was gestild … “ Zo had Hij kunnen zeggen: Dank niet voor de genezing van je lichaam, maar dank voor de redding van je ziel. Maar Jezus spreekt hier over Gods eer.

Hoe was het gegaan met deze melaatsen? “Een van hen keerde terug toen hij zag dat hij genezen was.” We mogen ervan uitgaan dat allen naar de tempel zijn gegaan. Daar hadden ze gedaan wat de wet van Mozes voorschreef. Daar had de priester hen rein verklaard. Maar op wiens gezag waren ze naar de tempel gegaan? Luisterend naar het Woord van Christus, waren ze op pad gegaan, en zo begon Gods genade in hen zijn wondere werking. Dus, waarom komt maar één van de tien terug naar Christus om God eer te brengen?

Misschien moet ik nog eens het onderscheid in herinnering roepen tussen geloof en magie en het verschil tussen geloof en religie. Om met het laatste te beginnen. Het verschil tussen geloof en religie is dat het in religie er vooral om gaat dat de mens met God goede maatjes blijft, zodat God die mens zijn zegen geeft. Het blijft echter in de sfeer van voor wat hoort wat. In het geloof gaat het om de liefde voor God en de naaste. Het gaat om een zo diepe band tussen God en de mens dat de mens niet bekommerd is om zichzelf, maar om Gods plan. En dat de mens weet dat God bekommerd is om de mens. In die wederzijdse band is het een liefdevol geven en ontvangen.

In de magie gaat het erom dat een mens door allerlei rituelen een Godheid weet te bewegen, ja zeg maar, weet te dwingen, te doen wat de mens wil. Lange rituelen, geheime rituelen, mensenoffers, mysterieuze spreuken, je kunt het haast niet bedenken wat er bij werd gehaald om er maar voor te zorgen dat je dat kreeg wat je graag wilde.

Het verbaast u niet dat er een directe lijn loopt tussen magie en techniek. Wat de magische mens in het verleden door magie probeerde, zoekt de technische mens in het heden door techniek en wetenschap te bereiken. De gedachte erachter is hetzelfde, dat de natuur geeft wat wij willen, dat we krijgen en bereiken wat wij willen. Dat heeft niets met geloof te maken.

De negen anderen hebben de Wet van Mozes vervuld. Ze hebben gedaan wat was voorgeschreven. Ze leven in de sfeer van de Wet. De apostel Paulus probeert ons steeds bewust te maken van de beperking van de Wet en de voorlopigheid van de Wet. Die Wet is goed, maar is niet het eindpunt. Met de komst van Christus is de volheid gebracht.

Terug naar onze vraag: Waarom komt maar één van de tien terug naar Christus om God eer te brengen? Omdat die ene, die Samaritaan, niet zo verbonden was met de Wet van Mozes en de Joodse godsdienst. Die Samaritaan had niet diezelfde band met de tempel en de tempelpriesters als de negen anderen. Hij had de ruimte om te door te denken en te beseffen dat het door het Woord van Christus was, dat hij genezen was. De negen anderen hadden blijkbaar het idee, dat Jezus hen alleen op de verplichting van Mozes had gewezen en dat ze genezen waren omdat ze gedaan hadden wat ze moesten doen.

Soms kan een godsdienst zo dichtgetimmerd raken, dat de ramen en deuren niet meer open kunnen, waardoor het zicht op Gods grote daden en het nieuwe dat God steeds voor ons in petto heeft aan ons oog onttrokken blijft. In het Tweede Vaticaans Concilie heeft de Geest ons opnieuw naar de grotere ruimte gebracht en met de pausen van de laatste jaren en paus Franciscus in deze tijd, worden wij uitgenodigd om niet vast te blijven zitten tussen de muren of op de gebaande paden, maar met de heilige Geest de ruimte te vinden, die ons wordt aangereikt, met zicht op de toekomst.

Het deed Jezus verdriet dat de negen anderen niet verder kwamen, terwijl er zo'n groot teken aan henzelf was gedaan. Door Christus te erkennen hadden ze God werkelijk eer gebracht, omdat in Christus God zich oneindig barmhartig toont voor allen, voor heiligen en zondaars, voor gezonden en zieken, voor binnen en buiten. Aan ons de vraag hoe bekommerd wij zijn om Gods eer. Het is een teken van een waarachtig en doorleefd geloof. Amen.