WEINIGEN UITVERKOREN? (2011)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden
AAN HET VERKEERDE ADRES
Onlangs was de verontwaardiging groot, nadat er ernstige rellen waren uitgebroken. De beelden van agenten, die zich met getrokken pistool moesten verdedigen tegen een bende jongeren, maakten indruk. Foto’s van de acties werden openbaargemaakt en heel wat vandalen zijn opgepakt. Ieder sportprogramma sprak er schande van! Zal het nu nooit meer gebeuren?
Wij weten wel beter. De ophef zal de brave supporters extra braaf maken. Hij zal opgroeiende pubers wat voorzichtiger stemmen. Maar de echte vechtersbazen zijn al op zoek naar een volgende gelegenheid. Zo hebben we het immers altijd meegemaakt. De waarschuwende woorden van de juffrouw op school kwamen vooral aan bij de brave kinderen; de hogere boetes in het verkeer maken vooral indruk op degenen die zich toch al redelijk gedragen. De donderpreken van de pastoor maakten de meeste indruk op de vroomste gelovigen. Aan de zondaars gingen ze voorbij.
Zo ging het ook met het evangelie van vandaag. Het zinnetje ‘velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren’ heeft veel oprechte gelovigen zwaar op de maag gelegen. Zij trokken zich de opmerking aan. Vooral bij de gereformeerden waren veel mensen die er een heel leven door in angst hebben geleefd. Velen leefden onder de druk van de kwellende vraag: ‘Hoor ik wel onder de uitverkorenen?’ Tragisch, want de opmerking was niet voor hen bedoeld. Daarom is het goed om bij elk verhaal de vraag te stellen: aan wie, of tegen wie was het gericht? En daarna mogen we overwegen: wat doet het nu met mij?

GEROEPEN EN UITVERKOREN
Eigenlijk is het een vreemde uitdrukking: ‘velen zijn geroepen en weinigen uitverkoren.’ Wat is dan het verschil tussen ‘geroepen zijn’ en ‘uitverkoren zijn’? Waarom zou God mensen roepen die Hij niet verkiest? Je moet het anders lezen. Namelijk: ‘velen zijn geroepen en toch horen maar weinigen bij de gelukkigen.’ ‘Velen zijn geroepen, doch weinigen hebben gehoor gegeven.’ Je kunt er een teleurstelling in horen van Mattheus.
De parabel die eraan vooraf gaat, maakt de reden duidelijk. Op het bruiloftsmaal zijn mensen die lak hebben aan de regels die gelden aan het hof. Ze zijn niet op de bruiloft gekleed. Je kunt wel uitgenodigd zijn, maar je moet je ook waardig gedragen. In de gemeente van Mattheus waren gelovigen die er op los leefden. Zij meenden door het enkele feit gedoopt te zijn en de leer van Jezus aan te hangen, verzekerd te zijn van een toegangskaart tot het hemelrijk. Zo is het niet! Het mag zijn dat Jezus grenzen gesloopt heeft, dat Paulus de deur wagenwijd heeft opgezet voor Grieken en Romeinen, voor niet-joden dus, maar uit je gedrag moet wel blijken, dat de liefde de bron is waaruit je bestaat.
De parabel van vandaag bestaat uit twee aan elkaar gekoppelde verhalen. Het ene vertelt hoe het feest er voor alle mensen is. Iedereen is genodigd aan Gods feestmaal. Het andere vertelt dat bij het feest van God passende kleding hoort: dat wil zeggen daden van barmhartigheid.

DE ANGEL IN HET VERHAAL
Zit er dan geen angel meer in het verhaal? Trapt het eigenlijk alleen maar de open deur in, dat wij door God zijn geroepen om in liefde te leven en zo onze bestemming te bereiken? Die schijn heeft het omdat wij ons spontaan identificeren met de lieden die van de straat worden geroepen om gast te zijn en ook met de gasten die de passende kleding dragen. Maar verplaatsen we ons eens in de rol van de eerst geroepenen. Van de gasten die een uitnodiging hadden. We zagen dat velen de uitnodiging aan hun laars lapten en zich met allerlei smoesjes verontschuldigden. Maar wij zijn gekomen, en nu moeten we zien dat iedereen binnen mag. Nu moeten we zien dat de rijkdommen in Europa er ook voor Afrikanen zijn, dat de wijsheid van God ook aan de Islamieten is gegeven, dat de parkeerplek en de linkerrijbaan er ook voor vijftig-plussers is, dat het koninkrijk van God, op de aarde en in de hemel, er voor allen is. Dat wil zeggen, voor allen die barmhartig zijn.

FACEBOOK
Lieve kinderen. Mamma stond al een half uur in de keuken. Minimaal! Ze stond pannekoeken te bakken. Het rook zalig in huis. Een hele stapel werd het en die zette mamma in de oven om ze warm te houden. De tafel was gedekt. Marij mocht een pannekoekenfeest geven. Ze had Lisette en Jacqueline uitgenodigd en Heleen en Audrey. Audrey’s moeder had afgebeld. Ze was vergeten dat ze naar de manege moest. Maar dat was niet zo erg. Audrey was altijd zo opschepperig.., ‘dat ze alleen van rose dingen hield’, zei ze altijd. De bel ging. De mamma van Jacqueline kwam zeggen dat Jacquline zich niet zo lekker voelde. Marij zuchtte. ‘Des te meer pannekoeken zijn er voor jullie’, zei mamma zo opgewekt mogelijk. En toen kwam er een sms-je van Heleen. ‘Ken nie komme, hi’, las Marij en ze keek een beetje treurig naar de stapel dampende pannekoeken. Mamma ging achter de computer zitten. ‘Wie heeft er zin in pannekoeken? Kom direct naar Marij’, typte ze op facebook en toen stuurde ze het bericht de wereld in. Het duurde niet lang of Hub de buurman belde aan. ‘Ik heb honger!’, riep hij vanuit de hal. Toen kwam Pim van de overkant met René. Marie-Claire had zelfs haar hondje meegebracht en oma belde of er nog plaats was. Ene Raymond uit Heerlen kwam op zijn brommer en de krantenjongen op de fiets. ‘Volgende keer’ mailde de juf terug. Het werd een geweldige middag. En toen Pim tenslotte vroeg: ‘Is er nog een pannekoek?’, zei mamma gedecideerd: ‘Nee, de oven is gecrashed!’