28e zondag door het jaar A (2011) Ziekenzorg

Onze moderne samenleving kan niet zo goed omgaan met kwetsbaarheid. Het grote woord van de moderne tijd is juist maakbaarheid. De moderne mens wil zo graag alles beheersen en plannen.

Maar de diepste dingen in ons leven zijn niet zomaar maakbaar. Liefde en vriendschap bijvoorbeeld. En blijven niet heel ons leven ons onverwachte dingen overkomen? Een politieke crisis, een ongeval of een tegenslag. Ook moderne mensen blijven kwetsbaar en afhankelijk.

Een chronische ziekte en een ongeneeslijke ziekte zijn ook zo’n voorbeelden van onvoorziene dingen, die ons hele leven door elkaar kunnen schudden.

 

De moderne maatschappij weet niet meer zo goed om te gaan met de kwetsbaarheid van mensen. Ze kan niet rouwen met de rouwenden. Ze kan niet omgaan met het sterven en doodgaan van mensen. Ze kan niet verwijlen en luisteren naar mensen die langdurig ziek zijn. Ze heeft onvoldoende aandacht voor oudere mensen.

De maatschappij van presteren en genieten raast verder. Opzij, opzij, opzij…  geen tijd meer voor kwetsbare mensen.

Zelfs in Jezus’ tijd was het al zo.

De blinde bedelaar Bartimeüs is een beeld voor mensen, langdurig aan de kant van de samenleving. Kwetsbare mensen mogen niet meer in beeld verschijnen. Ze mogen de pret niet bederven. Ze worden weggehouden, ja, hun mond wordt toegesnauwd. Ze mogen zich niet laten horen of zien.

 

Jezus doet anders. Hij haalt de blinde Bartimeüs uit zijn uitsluiting. Hij brengt hem weer in de kring, zelfs op de eerste rij.

Dit is ons eerste huiswerk vanuit het evangelie vandaag. Als parochie, als Ziekenzorg beweging, als christenen zijn we opgeroepen om de moderne samenleving te openen voor kwetsbare en broze mensen. Aan ons de opdracht om hen een waardige plaats en inbreng te bezorgen in alle maatschappelijke sectoren van de samenleving.



Het evangelie heeft een tweede oproep. Een oproep voor de zieke medemensen zelf. “Blijf maar vertrouwen dat iemand je zal zien in de volheid van je mens zijn. Jij blijft ondanks je chronische ziekte een mens die kan meetellen. Jij kan anderen en de samenleving iets aanbieden van je blijvende rijkdom en van je ervaring als zieke.”

Jezus ziet het vertrouwen van Bartimeüs. En hij leert hem weer inzien dat hij er nog bij hoort. Dat hij ondanks zijn blindheid kan leven en gelukkig zijn. Dat is het ware zien, dat is de ware genezing bij Jezus: mensen in hun situatie van beperktheid, falen of kwetsbaarheid kracht geven om te blijven doorgaan.

 

Juist door de woorden van Jezus en zijn evangelie mogen zieke medemensen meer vertrouwen en kunnen ze beter zien. Inzien dat ze nog een gelukkig leven kunnen mee-maken, dat ze nog beroep kunnen doen op mensen en verenigingen die met hen meegaan in hun goede en kwade dagen. Het is ook aan ons, parochie en Ziekenzorg en aan elk van ons in ons eigen leven, om chronische zieken erbij te laten horen, om te zorgen voor een zorgzame buurt.

Jezus was in de buurt van zieken. Christenen die willen leven zoals Jezus zullen ook in hun buurt te zien zijn.

Zieke medemensen kunnen op hun beurt best nu en dan ook even in de buurt van Jezus vertoeven. Hij zal hen sterk maken. Hij zal hen wel weer doen zien dat hun chronische ziekte welwaar een steen is, maar een steen in een rugzak die te dragen is. Een rugzak die zelfs, nu en dan, nog een heuse uitstap toelaat.

 

Als we elkaar maar blijven dragen.

Als we maar zorgzaam in elkaars buurt blijven.

Dan kunnen er wonderen gebeuren.

 

Zo wil Ziekenzorg verder gaan met chronisch zieke medemensen.