27e zondag door het jaar A (2008)

Er was eens een landeigenaar... Er zal wel niemand te vinden zijn die bezit heeft, die niet wil dat zijn bezit hem wat oplevert. In de laatste Nederlandse belastingwetten wordt in elk geval uitgegaan van een bepaald rendement, waar dan een heffing overheen gaat. Daarom: heb je een huis extra? Verhuren! Heb je land? Verpachten! Heb je geld? Sparen of beleggen! Heb je arbeidskracht? Benut het, werk ervoor en je zult er profijt van hebben.
Er was eens een landeigenaar... die God heet. Hij had al zijn creatieve talent gebruikt om een mooie wereld te maken, maar de mens - de kroon op zijn schepping - maakte er een eigengereid rommeltje van. In plaats van goede druiven, waren de druiven zuur: waar de zon van de liefde scheen, lieten de mensen zonde rijpen. Natuurlijk, de vergelijking van Jezus gaat over de Vader, de Schepper en de mensenwereld! Aan ons de vraag: heeft de Vader geen recht op een goede opbrengst, net als mensen die bezit hebben?
Er was eens een landeigenaar... die door veel mensen helemaal niet meer als eigenaar wordt beschouwd. Nu, daar is het probleem met God, de mens en de opbrengst te zoeken. Wij kunnen als mensen in de schepping de hand van de Schepper herkennen, maar dat vraagt wel een soort beschouwende levensinstelling. Wij bewonderen allemaal de H. Franciscus. Wie het beroemde ‘Zonnelied' leest, wordt getroffen door de manier waarop Franciscus de Schepper van alles aanbidt ("Geloofd bent U, eeuwige, omwille van...") met de schepping als trap naar de hemel. De meesten vergeten echter dat in dat zelfde Zonnelied ook zegt: "Wee hen die sterven in doodzonde. Gelukkig wie de dood aantreft binnen uw allerheiligste wil, want de tweede dood zal hen geen kwaad doen." Ja, wie de Schepping niet wil gebruiken om de Heer van dat alles zijn verdiende opbrengst te geven... "wee hem!", zegt Franciscus. "Wee hen" zegt Jezus: "Het Rijk Gods wordt hen ontnomen..."
Wat wil nu die landeigenaar...? Wat is nu de passende opbrengst die de wijnbouwer van zijn arbeiders wil zien? Wat is de goede wijn? Het is duidelijk dat de Vader niet zit te wachten op offers. In psalm 40 bidden wij: "Brand- en slachtoffers wilde U niet. Daarom heb ik gesproken: Hier ben ik, gekomen om uw wil te doen." Ja, de Vader in de hemel wil niets anders dan ons hart, ons geloof, onze aanbidding. Hij vraagt geen andere opbrengst dan onze liefde voor Hem. Hij vraagt dat wij in onze liefdevolle aanhankelijkheid aan Hem - door onze gebeden - alles wat wij uit zijn hand mogen ontvangen, teruggeven aan Hem. Alles krijgen wij van Hem: de zon en de maan, het land en het water, maar ook het lijden en de dood. Dat alles mogen we (in navolging van Franciscus) beschouwen als onze broeders en zusters. Het zijn niet onze eigen kinderen, niet onze eigen vruchten. Het zijn de medeschepselen van de ene Vader en door ze - zoals in het Zonnelied - broeder en zuster te noemen, plaatsen we ons onder de sterke hand van God en zo ontstaat de vreugde van de nederigheid... wij in Gods hand, alles in de juiste verhouding, God dankend voor de gaven van het leven.
Daarom stuurde de landeigenaar eerst zijn profeten, en daarna zelfs zijn Zoon. Niet om de arbeiders te knechten of uit te knijpen. Maar om te herstellen wat Gods recht is: geloof en aanbidding, dankbare teruggave aan Hem van wat ook echt het zijne is. Maar wie heeft er geluisterd? Jesaja komt en zegt: "Ik wil liever gerechtigheid dan offers." Deze profeet wordt buitengeworpen. Jezus komt en zegt: "Alles om de Vader te verheerlijken." Deze Zoon wordt gekruisigd. De heiligen komen, zoals Franciscus, en zeggen: "Geprezen bent u, eeuwige." Deze profeet wordt bejubeld maar net zo min nagevolgd in de essentie als al zijn voorgangers en de Christus zelf.
Er was eens een landeigenaar... en die landeigenaar zit al eeuwen te wachten op kleine mensen die arm en nederig genoeg zijn om Hem wél de juiste opbrengst op de gestelde tijd te geven. Mensen die niet meegaan met de bezitterigheid van onze wereld die net leeft alsof God niet bestaat. Mensen die midden in die wereld willen stilstaan, hun hart zuiveren van hebzucht om in de schoonheid van de schepping weer de Schepper te vinden. Mensen die de tijd nemen om tot dankbare aanbidding te geraken. Misschien ook plaatsvervangend voor al die anderen in de wereld die leven alsof ze zelf landeigenaar zijn. Ja, de Vader en Schepper zit te wachten op u en mij, die zijn nieuwe volk willen zijn, zijn geliefde kinderen die in geloof en liefde aan de Heer teruggeven wat Hij ons zelf in handen heeft gelegd. Amen.