Nee zeggen, ja doen (2011)

pastor Hans Oldenhof“God was zeker net even ergens anders” zeggen mensen wel eens als ze het gevoel hebben dat iets helemaal verkeerd gelopen is. Als je niet direct kunt aanwijzen waardoor het fout gegaan is, dan kun je altijd nog God de schuld geven. Had Hij maar beter op moeten letten. In de eerste lezing horen we dat in de tijd van de profeet Ezechiël mensen net zo hebben gereageerd. “De weg van de Heer is niet recht”. Het is ook niet zo makkelijk voor ons om te aanvaarden dat het kwaad, onrecht, ziekte en dood echt bij het leven horen. Je moet de mensen niet de kost willen geven die zelfs hun geloof aan God prijsgeven omdat ze het bestaan van God en het bestaan van het kwaad niet kunnen rijmen. Ik heb dat nooit kunnen begrijpen. Want God is toch liefde? En de liefde wil je toch niet kwijt, ook als je niets begrijpt van wat er gebeurd is? Je wilt toch geen innerlijke verharding, geen cynisme? En er gebeurt toch ook heel veel goeds dat onbegrijpelijk is? Liefde blijkt toch vaak sterker dan haat? Zelfs na een oorlog kunnen mensen en volkeren komen tot verzoening. Het is wel heel moeilijk om kwaad dat je is aangedaan te vergeven. Maar het gebeurt regelmatig; voor mij een bewijs dat God verborgen in ons aanwezig is.

In het evangelie gaat het over de wil van de vader doen. De vader wil dat we in de wijngaard gaan werken. Het werken in die wijngaard is een beeld voor goedheid, waarheid en schoonheid. De hemelse vader roept ons allen daartoe op. De ene zoon uit het verhaal zegt ja maar doet niks. De tweede zegt nee, maar krijgt spijt en gaat alsnog. Hij doet de wil van de vader. Dat is nogal duidelijk. Er staat ook nog iets anders; dat Jezus zegt: de landverraders en de prostituees zullen eerder het koninkrijk van God binnengaan dan de hogepriesters en de oudsten van het volk. Blijkbaar zijn de tollenaars en de ontuchtige vrouwen, zoals ze door Matteüs worden aangeduid, eerder in staat om van hun nee tegen de vader alsnog een ja te maken. Hoe kan dat? Zou het zijn omdat zij vaak een minder opgeblazen ego hebben dan de mensen van de elite?

De ervaring van Jezus is dat figuren die maatschappelijk aan de rand staan eerder spijt hebben van hun verkeerde daden dan de elite. Zij zeggen makkelijker eerst nee, om vervolgens spijt te krijgen en alsnog het goede te doen. Onder de mensen die in de gevangenis verblijven zitten nogal wat randfiguren. De vraag is hoe we naar hen kijken. Is het: eens een dief, altijd een dief. Of achten we het mogelijk dat mensen nee zeggen tegen het goede, later spijt krijgen en alsnog hun leven beteren? We leven in een tijd waarin geroepen wordt om hogere straffen en zelfs om herinvoering van de doodstraf. Hoe menselijk allemaal in een tijd van crisis en onzekerheid. Ik las in de krant een bijzonder bericht: de weduwe van de vermoordde Gerrit Jan Heijn. Mevrouw Heijn pleit er samen met zo’n 90 andere prominente Nederlanders voor om anders om te gaan met levenslang gestraften. Na 20 jaar zou gekeken moeten worden of iemand innerlijk veranderd is. Als er oprechte spijt is en een andere levenshouding, dan zou vrijlating moeten volgen. De minister van justitie reageerde afwijzend; hij vond het iets voor gelovigen en niet voor alle burgers. Jammer. Want wat gelovigen vinden kon wel eens beter zijn, menselijker dan wat de gemiddelde burger vindt.

Bij mevrouw Heijn speelt wel mee dat ze de moordenaar van haar man, Ferdi E. heeft vergeven. Ze hoort bij de elite, maar is blijkbaar in staat geweest de dader van mens tot mens te ontmoeten en hem te vergeven. Grote klasse. De gewone en heel menselijke reactie op een moord is wrok, blijvende haat, verzuring, Maar de Heer van de wijngaard kent blijkbaar genoeg mensen die spijt krijgen van wat ze gezegd of gedaan hebben en alsnog kiezen voor het goede. Er staat ook in de schrift, bij Lucas dat er in de hemel meer vreugde is over één zondaar die zich bekeert dan over 99 rechtvaardigen.

Een paar maanden geleden heeft een van de justitiepastores uit de gevangenis de overweging verzorgd. Mij is bijgebleven de uitspraak dat er haast nergens meer gebeden wordt dan in de gevangenis. Mensen bidden om kracht bij het maken van een nieuw begin. Het is de logica van de wijngaardenier om te zeggen:“Als iemand, al is het op zijn sterfbed, oprecht berouw heeft, dan is hij welkom in het koninkrijk van God”. Wat een bijzondere manier van kijken naar mensen bij de God van het verbond. Hij verheugt zich over elke zondaar die zich bekeert en heeft een hekel aan de schijnheiligheid van de hoog geplaatsten die zichzelf zo geweldig vinden. Laten we toch steeds weer het aangezicht zoeken van die God. Het zou zomaar kunnen dat hij ons dan de kracht geeft om ons eigen leven wat bij te sturen in de goede richting.

Hans Oldenhof