Vergeven zeventig maal zeven maal

Op deze dag gaan de gedachten van veel mensen terug naar de aanslagen op het WTC in New Vork. En in dezelfde adem worden meestal de westerse steden Madrid en Londen genoemd.
Maar er waren toch ook de aanslagen van extremisten in de niet-westerse woonplaatsen van mensen: in Istanboel, Casablanca, Bali, Sharm el Sheik en niet te vergeten: al die bloedige aanslagen in Irak, wel haast elke dag?
"Hoog te paard rijdt onrecht langs de wegen" - hebben we gezongen - "Niemand veilig!" Vanwege mensen die beweren dat ze van de dood houden zoals wij van het leven. Onvoorstelbaar! Maar toch hebben ze in korte tijd de wereld veranderd.
En wij, opgeschrikt, zijn de stille getuigen, want het gaat wel om onze wereld.
Wie had dat pak weg een jaar of vijf geleden kunnen bedenken?
Terrorisme. Dat is gegrond op haat. Het komt voort uit wrok en wraak. Het is een diep verbitterd levensgevoel. Dat is iets anders dan boosheid. Boosheid is een passie, die nuttig kan zijn. Vooral als er iets kostbaars in je leven wordt geblokkeerd. Met alle kracht van de woede stort je je op de toekomst. Dat kan heel gezond zijn. Maar met wrok en haat en wraak is het iets anders. Die gáán niet over hoop en toekomst. Die sleuren je mee terug naar het verleden, naar wat achter je ligt, wat verloren is, oud zeer. Daar wordt pijn gekóesterd, daar worden wonden opengehouden, maar niet geheeld. Je verliest er je waardigheid mee, je menselijkheid en alle respect. Haat en wraak kunnen zó ver gaan dat ze zelfs je eigen gezondheid aantasten en je levensweg blokkeren. Het zijn hartstochten die wij gewoon niet de baas kunnen. Daarom staat er in de Schrift: Aan Gód is de wraak. Alleen Hij is bij machte haar te beheersen en het kwaad ermee te vernietigen.
Maar voor ons mensen is een paar duizend jaar geleden al opgeschreven: "Hou op met haten. Het is iets afschuwelijks. Vergeef je naaste het onrecht".

In de steden, die door de aanslagen zijn getroffen, is de wolk intussen opgetrokken, het puin geruimd, de wonden zijn gelikt, de doden begraven. Maar dan?
Een pastor die 11 september in New Vork van nabij meemaakte schreef: We hebben gezocht naar de pijn die maar geen taal kon worden. Wat moeten we met het oude? Hoe worden we weer onszelf? Hoe worden we heel? Dat is de vraag. Hoe maken we het goed? Volgens de wijsheid van alle religies, ook die van de Islam, is daar vergeving en verzoening voor nodig. In ons boek van de Uittocht staat: "Toen riep God zijn Naam uit en riep: Ik ben barmhartig, genadig, lankmoedig, rijk aan liefde, rijk aan trouw. Ik betoon mijn liefde tot in het duizendste geslacht. Ongerechtigheid, ontrouw en zonde, die draag ik wég".
Er staat niet: die draag ik je nog jarenlang na. Nee: die draag ik wég. Nu, wat de oude verhalen over God zeggen, dat zegt natuurlijk alles over de mensen zelf.
En dat betekent dus: wij mensen doen er goed aan barmhartig te zijn en zonden te vergeven en wég te dragen.

Vergeven is een verwerkingsproces. Het is de beslissing nemen om niet bezet en bezeten te raken door wraak. Het Griekse woord, dat Matteüs hier voor vergeven gebruikt, betekent: er los van komen, je ervan bevrijden. Als je haat koestert blijf je jezelf binden aan dat kwaad; het gaat aan je vreten en je wordt steeds meer een gevangene van je eigen bitterheid. Vergeven echter maakt je vrij.
Dat is mooi, natuurlijk. Maar hoe dóe je dat en hoe váák moet je dan wel vergeven? Daar kun je toch niet eindeloos mee door gaan? De Rabbijnen zeiden van oudsher: je moet wel driemaal vergeven! Petrus maakt er zeven keer van. Hij moet gedacht hebben: dan maak ik vast een goede beurt. Mooi niet! Rabbi Jezus zegt: zeventig maal zeven maal! Je kunt niet ver genoeg gaan. Je moet er gewoon de tél bij verliezen. Een explosie van menselijkheid en vergevingsgezindheid.

Dat is toch een prachtige christelijke gedachte, zou je zeggen. Een schitterend vergezicht. Maar kán dat wel, zó vergeven? Moeten we dan maar net doen alsof het allemaal niet gebeurd is, al die aanslagen, al dat geweld en die onschuldige slachtoffers? Dat zou mooi gemakkelijk zijn. Maar daarvoor is dat kwaad té groot en té verwoestend. Je zult maar slachtoffer zijn, jijzelf of je kind. Je kunt elkaar toch niet met bebloede handen gaan omarmen! En waar moet je dan heen met je woede,
je angst en je machteloosheid?

Tijdens het proces tegen de moordenaar van Fortuyn stond er bij het gerechtsgebouw een man met een bord: "God moge je vergeven. Ik kan het niet". Eigenlijk is dat heel eerlijk en reëel. Vergeven gaat niet zomaar. Je mag al blij zijn als de haat bekoelt.
Toch moeten we de woorden vergeving en verzoening niet wegdoen. Ook niet als het om terrorisme gaat. Die begrippen horen volgens onze leermeester Jezus tot de kern van ons geloof. Ze zeggen: we zullen het hoe dan ook van genáde moeten hebben. We hebben elkaar nodig als er kwaad is aangedaan: elkaars mildheid, geduld en mededogen. Anders zijn we met z'n allen nergens. Zonder vergeving valt er gewoon niet te leven op onze lieve oude aarde.

Maar inderdaad: nooit zó maar. En het is ook echt niet zo dat alles daarna maar weer gewoon verder gaat. Dat gerechtigheid dan vanzelf weer als een rivier gaat stromen en de wijnstok tegen de klippen op bloeit, zoals het lied zegt.
Nee, gedane zaken nemen geen keer. Er is wel degelijk iets fundamenteel kapot gegaan en misschien kan het wel nooit helemaal goed gemaakt worden. Maar we moeten toch samen verder in deze wereld. En daarom is vergeving en verzoening het enig zinvolle antwoord op het grote kwaad dat mensen elkaar aandoen.

Allereerst zeggen we er mee: Wij zullen de haatzaaiers en fundamentalisten laten zien dat onze vastberadenheid om onze waarden en onze manier van leven te verdedigen, dat die groter is dan hun wil om dood en verderf te zaaien.
Maar verzoening gaat vérder: Iemand die vergeeft, die zegt: je hebt mij kwaad gedaan, maar ik weet haast zeker dat ook jij méér bent dan dat kwaad. Ik doe een beroep op het góede in jou, dat er toch óók moet zijn.
Er wordt bij vergeving dus niet even iets ongedaan gemaakt. De terroristische aanslagen zullen zeker worden bij geschreven in de geschiedenisboeken. Wat gebeurd is, is gebeurd. En er is wel degelijk sprake van ondraaglijk geweld en van grove schuld. Daar komt niemand onderuit. Je blijft verantwoordelijk voor je daden.
Maar daar hoeft niemand in te blijven steken. Je hoeft er niet stuk aan te gaan.
Vergeven dus, zeventig maal zevenmaal. Dat is geen eis. Dat is een weg, een richting. Het geeft een levenshouding weer. Het is een woord dat ruimte baant, toekomst. Het is een hartbrekende keuze om de zondaar méér lief te hebben dan je zijn zonde haat. Dat lijkt een onmenselijke vraag. Daarom zeggen de kerken ook dat door Christus' kruis de zonden worden uitgewist. Dat klinkt oud en vroom.
Maar ze zeggen daarmee: Het is zó moeilijk, dat wij dat niet eventjes alléén kunnen. Het gaat haast boven onze macht. We halen Hem erbij en doen het in zijn Naam.

Met zijn 'zeventig maal zeven maal' wil Jezus ons wakker houden. In alle liefde zegt Hij: Luister! Haat beschadigt de ander en jezelf. Als je niet uitkijkt ga je er beide aan.
Je ziel gaat verharden en verzieken. Vergeven is de enige mogelijkheid om aan die dodelijke kringloop van "kwaad met kwaad vergelden" te ontkomen.

We zullen elkaar moeten opzoeken, met elkaar praten over wat er is gebeurd en hoe het toch zover kon komen. En dan proberen elkaar de ruimte geven om opnieuw te beginnen. Doen we dat niet, dan wordt de aarde een godverlaten oord. En ze is dat al voor té veel mensen. En wie weet: misschien hangt het overleven van de menselijke soort wel af van deze verzoening.

Daarom dat woord van Jezus: Doe het eens op mijn manier. Het is een lange moeizame weg, zeker, je moet wel zevenmaal opnieuw geboren worden, kleingekregen, uitgeworpen. Maar een andere weg tot vrede is er niet.
En weet wel: waar het gebeurt, daar groeien mensen boven zichzelf uit. Daar ontstaat het vergezicht van het koninkrijk van God! Zeventig maal zeven bomen zullen bloeien waar wij wonen en licht zal over water stromen. Zevenmaal.