Vergeven is niet vanzelfsprekend. Integendeel. Mensen worden anders opgevoed. Slaan en terugslaan, niet op onze kop laten zitten, assertief zijn, dat hebben we op school geleerd. Zo veroveren, zo behouden mensen hun positie, hun plaats. En dat is niet eens zo dwaas. Een beetje gezonde agressie hoort bij het leven. Het doet ons zonder al te veel complexen leven en functioneren in de harde wereld. Gewillig en gelaten alles ondergaan is zelfs gevaarlijk: de mensen die ons het meest dierbaar zijn, zouden we zodoende laten slaan en prijsgeven aan de man van het geweld. Dat is natuurlijk ongerijmd.
Verder moeten wij de som van 70x7 in elk kantoor, in elke winkel duizenden keren maken. En schrijf maar nooit, dat het 489 is. Dat is een grove fout als het over miljoenen gaat. Maar in het evangelie gaat het om een andere bewerking. Het gaat over het gelijk onder mensen, over het recht dat hard wordt en onbespreekbaar en onverzoenlijk. Het gaat om de misstap, om het falen van mensen en om het antwoord daarop. Betekent een fout altijd, meteen en automatisch, de uitsluiting, de rode kaart? En dan nooit meer opgesteld worden? Voorgoed. Nooit meer.
Dat is de vraag: krijgt de broeder nog een kans? Krijg ik nog een kans? En wie leert me dit gebaar? Wie leert het mij om vrede te verkiezen boven oorlog, en broederschap boven pure logica?
Ik vrees, dat ik deze vreemde logica nooit leer, als er nooit iemand is die het mij aanleert, die mij ont-wapent als ik doden wil, en die me zegt: steek je zwaard in de schede. Ik was zo dikwijls verloren geweest als er nooit iemand was geweest om mijn woede toe te dekken met de brede mantel van de liefde.
Wat zou de wereld anders zijn als elke rode kaart maar geldig was voor enkel speeldagen. Als mensen en volkeren aan elkaar de kans zouden geven om ooit eens te herbeginnen.
Als wij het een wonder zouden vinden met wonden verder te mogen leven En dat ook aan elkaar te gunnen.