Jezus geeft ronduit toe dat wij schuldeisers zijn. Want wat die ander jou misdaan heeft, is niet niets. Honderd denariën is hij jou schuldig. Omgerekend in Europese valuta is dat 20 euro. Dat is voor de gewone man een heel bedrag. Het gaat natuurlijk niet over geld. Het gaat over beledigingen, over verdachtmaking, over geroddel. Is dat te vergeven? Niet zeven keer, maar zeventig maal zeven keer? Jezus zegt: ja, dat kan, dat moet zelfs. Want sta je er wel eens bij stil dat je God geen honderd denariën, dus geen veertig gulden, maar tienduizend talenten schuldig bent? En dat betekent omgerekend: 10 miljoen euro. Iedere keer dat je dat inziet, dat je daar spijt van hebt, dat je dus God om excuus vraagt, wordt het je vergeven, als je tenminste die twintig euro kwijtscheldt aan die ander, telkens als hij dat inziet en er spijt van heeft, dus excuus maakt.
Want dat wordt er door Jezus wel uitdrukkelijk bij gezegd. Hij laat daar geen twijfel over bestaan. De man die je 20 euro schuldig is zegt namelijk: heb geduld met mij, en ik zal je alles betalen. Dat betekent in gewone taal: hij maakt excuus.
De apostel Paulus vertaalt dat op zijn manier. Hij zegt: leef, voor zover het van u afhangt, met iedereen in vrede.
Dus een excuusje mag je best verwachten. Dat is ook noodzakelijk om iets goed te maken. Maar geeft de ander jou een excuusje dan moet het ook goed zijn. Dan moet het vergeven en vergeten zijn. Niet zeven keer, maar zeventig maal zeven keer. Want zo doet God ook bij ons. Zelfs als het gaat om 10 miljoen euro. En alleen heel kleinzielige mensen blijven dan nog met hun harde snavel hakken op die twintig euro. Zij presenteren altijd maar weer dezelfde rekening. En zo verzuren zij het leven voor zichzelf en voor anderen, zonder het zelf in de gaten te hebben. Want het is toch te gek dat God aan hen vergeving zou schenken over een bedrag van 10 miljoen euro terwijl zij niet over twintig euro heen kunnen stappen.