Jezus preekt discretie en geduld bij de verzoening en de vergiffenis. De vrienden van Herodes hebben integendeel een hele lijst strafvoorzieningen voor overtredingen. Jezus zegt het Rijk binnen te gaan als kinderen, maar zij eisen een volmaakt leven vooraleer burgerrecht te krijgen in hun groep. Deze houdt voor de vijanden te haten, maar Jezus leert vriend en vijand lief te hebben.
Bij vele jodengroepen moet alles volmaakt zijn om de Messias te ontvangen, maar Jezus komt voor de onvolmaakten. 'De gezonden hebben geen geneesheer nodig'. Hij geneest de zieken, de kreupelen, de blinden, de doven en de stommen. De Herodianen sluiten die uit hun vergaderingen uit. Ze mogen er niet aan deelnemen, omdat 'de heilige engelen er aanwezig zijn'. Jezus leert de eerbied voor de kleinsten in het Rijk der hemelen dat Hij sticht: want die 'hebben engelen in de hemel en die aanschouwen voortdurend het aangezicht van mijn Vader die in de hemel is'. De eenvoudigen worden bij God bijzonder beschermd.
Kortom, Jezus brengt een revolutie in de joodse uitleg van de Wet van Mozes. Hij verandert er geen jota aan, maar gaat naar het hart en de zin van de Wet. Daarom 'was het volk buiten zichzelf van verbazing over zijn leer. Want Hij onderrichtte niet zoals hun schriftgeleerden, maar als iemand die gezag bezit'.
Jezus werpt iedere generatie opnieuw ondersteboven. Hij preekt de religieuze revolutie in het hart van iedere mens. Hij revolutioneert Petrus' ideeën over vergiffenis. Petrus vraagt of je tot zeven keer moet vergeven. Dikwijls hoor je: dat kan, dat zal ik nooit vergeven! Veten tussen mensen duren een leven lang, duren generaties tussen families, duren eeuwen tussen volkeren, staten, religies en rassen. Discussies in oude joodse schriften komen tot het besluit dat drie keer vergiffenis een 'redelijk maximum' is. Petrus is met zeven keer een vergevingsgezind man. Zeven keer vergeven is zeer veel. Jezus antwoordt hem dat hij op de goede weg is, dat men zeer veel moet vergeven en eindelijk altijd: dat is de zin van 'zeventigmaal zevenmaal'. Het gaat niet om zoveel maal, het gaat om altijd. Vergiffenis schenken is een hóuding van de leerling.
Er is nog meer in het Evangelie voor vandaag. Jezus leert dat zijn Vader vergiffenis schenkt zoals een moeder haar kind vergeeft. Hij staat aan de oorsprong van het leven van allen, zoals een moeder haar kind het leven gegeven heeft. Zij vergeeft haar kind niet als een gelijke. Aan haar kind heeft ze alles gegeven en daarom vergeeft ze telkens opnieuw: bereidheid tot vergiffenis is in de echte zin van het woord haar levenshouding. Als een moeder haar kind verstoot is haar eigen leven afgebroken. Zo is het dat de Vader van alle leven vergeeft, niet als aan een gelijke, maar als aan zijn kind.
De 'honderd denariën' van de tweede dienaar zijn zeshonderdduizend keer minder dan de 'tienduizend talenten' van de eerste. Als een moeder haar kind duizendmaal vergeeft, als God zijn kinderen alles vergeeft, hoe moet Petrus, hoe moeten de andere leerlingen dan niet 'van harte' hun broeders vergeven? Hoe groot ook de moeilijkheid mag zijn, het kan niet gaan om meer dan 'honderd denariën' tegenover de 'tienduizend talenten' die de Vader elk van hen heeft kwijtgescholden.
Als God zich wreekt op zijn volk, als Hij het aan zijn vijanden overlevert, zonder het een rest te laten, dat met Hem het Verbond verder kan beleven, trekt Hij zichzelf in de eenzaamheid terug. En toen Hij schiep was het toch zijn bedoeling voor goed met de mensen in gemeenschap te treden. Vergiffenis móet wel altijd het laatste woord zijn, van God, van Jezus en dus van de leerling.