Een christen, die niet vergeven wil

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
In de lezingen van deze zondag wordt de vinger op een bijzondere zwakke plek gelegd: het gaat over onze vergevingsgezindheid. Wij horen de gelijkenis van de knecht die niet vergeven wil.

Zonder deze bereidheid om te vergeven is er eigenlijk geen menselijke samenleving mogelijk en is er zeker geen navolging van Jezus mogelijk. Maar het is zeer moeilijk om in ons leven meer ruimte te geven aan de vergeving dan aan de wraak. Zo vlug schiet het ons door het hoofd: "Dat zal ik hem wel betaald zetten" of "wat heeft die mens me al doen afzien." of: "Nu is de maat vol, ik laat me zo maar niet doen."

En toch wil Jezus dat wij in deze duisternis van ontgoocheling barmhartig zijn, omdat God ook barmhartig wil zijn jegens ons. God wil niet dat gescheidenen in haat uit elkaar gaan of dat zij hun kinderen opzetten tegen hun ex-partner. God wil niet dat voor een zwart schaap in de familie de deur dichtgeslagen wordt. God wil niet dat rijke industrielanden heel de schuldenlast van de derde wereld terugeisen. Zo krijgen wij een onbarmhartige wereld waarin tenslotte niemand meer leven kan.

In de eerste lezing hoorden wij: "Kan een mens, die tegenover zijn medemens in gramschap volhardt, bij de Heer zijn heil komen zoeken? Kan hij die onverbiddelijk is voor zijn medemens, om vergeving bidden voor zijn eigen zonden?' Deze gedachte illustreert Jezus door de gelijkenis van de man die niet vergeven kon. Een koning schenkt aan zijn knecht een schuld kwijt van 4000 miljoen fr. en diezelfde begenadigde knecht eist van zijn arme medeknecht een schuld op die 600.000 maal kleiner is. Onbegrijpelijk voor ons: iemand die zijn hele leven cadeau heeft gekregen, maakt een ander om een kleinigheid het leven onmogelijk. Maar wij begrijpen al te goed wie met deze knecht bedoeld is. Buitenstaanders verwonderen zich vaak dat christenen die zo mooi kunnen spreken over genade, met elkaar zo ongenadig kunnen omgaan. Je eigen grote schuld helemaal vergeven krijgen en de kleinste schuld niet willen vergeven, ja dat is onvergeeflijk. Vergeving is een moeilijk woord. Om de andere mens te laten leven moet je zelf de schade lijden.

Er zijn verschillende wegen waarop de mensen proberen klaar te komen met wat hen is aangedaan.

Er is de weg van de vergelding, onrecht met onrecht te keer gaan. Wie deze weg kiest komt in een duivelse kringloop terecht; hij bevrijdt de ander niet van zijn schuld en blijft zelf de gevangene van zijn onbarmhartigheid.

Er is ook een weg van vergeten, zand erover, kom, draai het blad om. Is dat wel mogelijk? Kunnen wij wel echt het onrecht vergeten? Blijft dan niet diep in ons hart de wrok voortleven? Dan gebeurt er niets, niet bij mij en ook niet bij de ander, het kwaad smeult verder totdat het opeens als een vuur uitbreekt.

Jezus zegt: eigenlijk is er maar één weg: de weg van de vergeving. Het is niet de gemakkelijkste weg, maar wel de meest vruchtbare. Want door vergeving verandert de duisternis in licht, worden vijanden vrienden. Vergeven belet het kwaad zijn vernietigend werk verder te doen. De eerste die schade lijdt is niet de schuldige, maar hij die de schuld niet wil vergeven.

Wij leven allemaal van Gods barmhartigheid. Als Hij acht zou geven op onze ongerechtigheid, wie zou dan nog kunnen rechtop staan? Maar bij Hem is genade en overvloedige vergeving op één voorwaarde: dat ook wij genadige mensen zijn en vergeving willen schenken aan hen die bij ons in het krijt staan.