Een onmogelijke schuld

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Een onmogelijke schuld, tienduizend talenten! En dan moet je bedenken dat het jaarinkomen van koning Herodes - zo wordt ons verteld - toch de machtigste man van zijn dagen, slechts vierhonderd talenten telde. Een onmogelijke schuld. Dat ervaren we zelf ook, tenminste als het om iets anders dan geld gaat, dat vaak een schuld onmogelijk is. Eigenlijk is elke schuld, die mensen oplopen ten aanzien van hun medemensen onmogelijk. Woorden zijn niet terug te nemen: achterklap, roddel, valse beschuldiging. Daaraan helpt geen ‘ja maar'. Dat wil het evangelie uitdrukken.
Mag ik u vragen: kijk met mij een moment naar het tafereel dat we zojuist hebben voorgelezen. Een onmogelijke schuld waarmee de man bij zijn heer aankomt. En hoor wat hij zegt: "Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen." Op de eerste plaats is dat onmogelijk. Die schuld valt niet meer te betalen. Dat had de knecht moeten weten. En hij zegt er nog iets bij: "Heb geduld met mij." Ik hoor hem eigenlijk zeggen: het ligt aan u, als het mij niet lukt om te betalen. Het is jouw ongeduld, dat mij veroordeelt. Dat is vaak ons gedrag, tenminste het mijne. In mijn schuld probeer ik door ‘ja maar' te roepen: "ja maar dit" en "ja maar dat", mijn eigen schuld te verklei¬nen. Ik zeg eigenlijk dat de ander evengoed schuldig is. Het is zijn ongeduld dat het mij moeilijk maak, of zijn wat weerbarstige karakter of zijn levensgeschiedenis, of zijn afkomst, of de slechte plek waarin hij in het leven terecht gekomen is.

Er zijn zoveel smoesjes om onder je schuld uit te komen. En iedereen, een kind zelfs, weet dat dat godsonmogelijk is. Precies die houding wordt later helemaal duidelijk als de man buiten komt en een mededienaar treft. Dan vallen de maskers, dan is daar de dwang, zelfs de gevangenis. "Slechte knecht", zegt de Heer, "slechte knecht, had jij niet zoals ik..." Zo wordt die spreuk aan het einde van het evangelie van vandaag mij eens te meer duidelijk: "Zo zal uw hemelse Vader met ieder van u handelen, die niet zijn broeder of zuster van harte vergiffenis schenkt." Niet omdat God dat zou willen, maar als je God mede schuldig maakt aan jouw schuld, kan Hij niet anders. Hoe vaak verwijten wij God niet, dat Hij ons gemaakt heeft, zoals we gemaakt zijn. Hoe vaak zeggen of denken we niet: als Hij dan zo almachtig is, waarom heeft Hij gedaan, wat Hij gedaan heeft. Hij gooit toch zijn eigen ruiten in! Welnu, die houding maakt het godsonmogelijk om vergeving te verkrijgen.

Vergeven is al moeilijk genoeg, maar vergiffenis vragen onvoorwaardelijk zonder ‘ja maar zus' en zonder ‘ja maar zo' schijnt nog moeilijker te zijn. En toch is de vergeving absoluut afhankelijk van de aanvaarding van schuld.
Want sta je er wel eens bij stil, hoeveel je van God ontvangen hebt om niet, bij wijze van spreken als een lening? En ook dat wordt weer uitgedrukt in een geldbedrag: tienduizend talenten, omgerekend twaalf miljoen euro. Daartegenover is alles wat de ander jou schuldig is een kleinigheid en zou je het hem moeten vergeven als hij er om vraagt. Want ook daar laat Jezus geen twijfel over bestaan: om die vergeving moet wel gevraagd worden, een excuus is op zijn plaats. Zo geef je de ander de kans om kwijt te schelden.

Er is trouwens nog een zwaar motief, waarom het vergeven moet, desnoods zeventig maal zevenkeer. Als er niet vergeven wordt, komt het nooit goed, dan zal altijd weer schuld op schuld gestapeld worden en dat roept nieuwe wraakacties op.
Laten we onze eigen schuld niet verkleinen en daarmee de ander de mogelijkheid ontnemen om ons te vergeven. Wij kunnen onszelf niet vergeven, maar we zijn daarin afhankelijk van de ander. Laten we dit hem of haar dan ook gunnen. Het maakt de kwaliteit van hun liefde duidelijk.
Zo doet God met ons blijkens het evangelie.