Vergeving of maffia

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Petrus moet al veel nagedacht hebben over een bepaald zinnetje uit het Onzevader, het gebed dat hij van Jezus geleerd heeft. Daar staat in: 'Zoals ook wij vergeven hebben wie schulden heeft bij ons.' Jezus wees toen meteen op het cruciale belang van dat vergeving schenken: 'Als jullie de mensen hun overtredingen vergeven, zal je hemelse Vader ook jullie vergeven. Maar als jullie de mensen niet vergeven...'

Als we de opbouw van het Matteüsevangelie bekijken, heeft Petrus al wat tijd gehad om na te denken over die woorden van de Heer. Hij stemt er wel mee in, maar voelt dat er toch ergens grenzen moeten zijn. Hoeveel maal vergeven? Zevenmaal vindt hij toch wel de uiterste limiet. Dan is de maat vol. Meer kan immers niet. In feite heeft Petrus al veel grenzen verlegd! De normale gang van zaken is: met gelijke maten meten. Wie mij iets misdaan heeft, krijgt van mij hetzelfde terug: oog om oog, tand om tand. Jezus' antwoord is verpletterend: zeventigmaal zevenmaal, altijd dus. Aan de vergeving zijn geen grenzen. Vergeven, dat is: het kwaad niet aanrekenen maar met goed vergelden, de toekomst niet uitleveren aan het falende verleden.

Er zijn minstens twee redenen waarom het zo 'moet' gaan. De eerste ligt in de aard van het kwaad zelf. Het roept om wraak, om vergelding. En dat sleurt mensen mee in een spiraalbeweging waar ze niet meer uit raken - denk aan de maffia. In het woordenboek van de maffiosi staat het woordje vergeving niet. Met alle mogelijke gevolgen voor mensen die daarin terechtkomen. Wraak geschiedt, desnoods in de volgende generatie. Er is maar één middel om die spiraal stil te leggen: vergeving schenken, onverzettelijk weerstand blijven bieden aan de onweerstaanbare zuigkracht van kwaad en vergelding.

De tweede reden staat hier uitgebreid beschreven. Een dienaar is zijn heer tienduizend talenten verschuldigd. Hij kan die niet betalen, smeekt om kwijtschelding en krijgt die ook. Als hij dan op zijn beurt weigert een relatief kleine schuld kwijt te schelden aan een andere dienaar, ontsteekt de heer in toorn en eist betaling van het hele bedrag.

Omdat de Heer aan ons zo ontzettend veel vergeven heeft, moeten wij op onze beurt vergeving schenken. En wat wij moeten vergeven, is maar een peulenschil in vergelijking met wat aan ons vergeven is.

Ik vind dit een mysterieuze uitleg. Staat ieder van ons dan zo zwaar in de schuld bij God? Over welke schuld zou het hier kunnen gaan? Zeker, zondaars zijn we allemaal. Maar in zulke overweldigende mate? Misschien moeten we het antwoord in een andere richting zoeken. Zijn wij niet ons hele bestaan 'ver-schuld-igd' aan onze Schepper en Heer? Die schuld zullen wij nooit kunnen terugbetalen. Maar dat hoeven we ook niet, die is ons gratuit kwijtgescholden. Het antwoord op een dergelijk onverdiend geschenk kan alleen maar zijn: kwijtschelden aan anderen. Altijd.