Geweld eindigt waar liefde begint (2005)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 538 niet laden
In de lezingen van vandaag en vooral in de evangelielezing zit een gevaarlijke koppeling, vooral door het woord "schuld" dat twee betekenissen heeft, namelijk de schuld die ik heb omdat ik iemand kwaad heb aangedaan, of de schuld die ik bij iemand kan hebben omdat ik geld heb geleend en nog niet heb terugbetaald. In het evangelie vraagt Petrus aan Jezus hoe vaak hij zijn broer moet vergeven, en Jezus antwoordt met een gelijkenis waarin het gaat over materiële schulden die al dan niet worden kwijtgescholden. Bij misverstaan is het risico dat hierdoor materiële schuld en zonde naast elkaar komen te staan, alsof er een moreel oordeel wordt uitgesproken over wie financiële schuld heeft.
Zegt Jezus nu dat mensen met financiële schulden daarom zondig zijn? Nee, helemaal niet.

Ieder van ons kan zelf allerlei ideeën over schulden hebben, maar daar gaat het vandaag niet over. Je kunt het onhandig vinden als mensen schulden maken, of dom, of het onvermijdelijke lot van arme mensen. Sommigen van ons kunnen uit eigen ervaring vertellen hoe snel je in zo'n situatie kunt komen, hoe gênant dit is en hoe lastig vaak om daar weer snel uit te komen, hoe fnuikend en frustrerend het kan zijn om nooit eens een nieuwe start te kunnen maken, hoe vervelend het vooral ook is als andere mensen zich een oordeel over jou aanmatigen.
Wat zeker niet kan, niet mag, is dat we elkaar veroordelen alsof je niet deugt wanneer je schulden hebt, alsof het moreel onjuist, fout, ja zondig zou zijn. Die koppeling wordt vandaag in de Schrift uitdrukkelijk niet gemaakt en niet bedoeld, sterker nog, het gaat helemaal niet over financiële schuld.

De vraag waar het in het evangelie - steeds weer - om draait, is: Hoe gaan mensen van Gods koninkrijk met elkaar om, of anders geformuleerd: hoe moeten wij met elkaar omgaan om de komst van dat rijk te bespoedigen? Daarbij gaat het niet alleen om die situaties waarin alles binnen een vriendengroep lekker loopt, maar juist ook om die momenten dat we geconfronteerd worden met mensen met wie de vriendschap níet vanzelfsprekend is, of waar de onderlinge band met vrienden of zelfs familie onder druk komt te staan, oftewel (na vorige week) opnieuw de vraag hoe kinderen van Gods koninkrijk omgaan met zonde. In dat kader stelt Petrus Jezus de vraag: "Hoe vaak moet ik mijn broer vergeven?"

In de gelijkenis stelt Jezus de schuld van tienduizend talenten bij de heer tegenover de honderd denariën die de mededienaar aan schulden heeft. Om het perspectief en de onbalans scherp in beeld te krijgen is het goed de getallen betekenis te geven. Tienduizend was het hoogste Griekse getal en een talent de hoogste Griekse munteenheid, terwijl uit de parabel van de werkers van het elfde uur een talent het dagloon blijkt van een arbeider. Kortom, de ene dienaar kan de ander de schuld van honderd denariën met enige moeite binnen een jaar terugbetalen, terwijl die zelf tegenover zijn heer een 'miljoenen'schuld heeft die hij in de verste verte in zijn hele leven niet zal kunnen voldoen. Daarmee wordt de strekking van Jezus' gelijkenis meteen duidelijk. Wij mensen zijn allemaal schuldenaren tegenover God: we hebben alles aan God te danken en schieten in ons leven steeds tekort. Toch doet God daar niet moeilijk over. We behoeven èn krijgen allemaal steeds vergeving, maar als God dan moet toezien hoe wij mensen elkaar vanwege de kleinste pietluttigheden soms jarenlang het leven zuur maken, dán roepen we Gods boosheid en straf over onszelf af. De bede in het Onze Vader koppelt die twee dan ook niet voor niets aan elkaar: "Vergeef ons onze schuld, zoals wij aan anderen hun schuld vergeven."

Zijn er dan geen grenzen aan de goddelijke eis om te vergeven? Ja en nee. Er zijn geen grenzen aan vergeving, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het soms helaas niet om pietluttigheden gaat, maar bijvoorbeeld om mensen die als kleine kinderen al door familieleden zijn misbruikt, voor het leven getekend, om mensen die hebben meegemaakt dat hun vroegere lieve buren de halve buurt hebben afgeslacht. Zeker waar hier erkenning van de fouten van de dader uitblijft, kan het niet de bedoeling zijn dat het slachtoffer nog een trap na krijgt door het verwijt nog steeds maar niet te kunnen vergeven. Dan klagen we feitelijk het slachtoffer ten onrechte ook nog eens aan en maken die tot dader. Een helder oordeel over wat fout was, de erkenning van de zonde, is het minste wat nodig is, en de wil opnieuw te beginnen te leven als kinderen van God en broers en zussen van elkaar, elkaar het goede gunnend, en in onze houding ten opzichte van elkaar proberen om te helpen het leven mogelijk te maken.

Daartegenover staat dat negatieve energie een mens opvreet. Sommigen worden er letterlijk ziek van. Met boosheid en wraakgevoelens tegen een ander heb je uiteindelijk vooral jezelf, en heel vaak sleur je er ook anderen uit je omgeving in mee, je partner, je kinderen. En hoe vaak gebeurt het niet dat waar de wrok het diepst en het langst blijft zitten, mensen achteraf zelf niet eens meer precies weten waar het allemaal om begonnen was.

Petrus stelt voor zeven maal d.w.z. volledig te vergeven in plaats van wraak te nemen, en Jezus bevestigt hem door dit te versterken: "Ja, inderdaad, meer dan volledig, een veelvoud van zeven." Voor Jezus is het kennelijk ondenkbaar dat er een einde komt aan de vergeving van God, en aan de nieuwe kansen die wij gebrekkige mensen elkaar moeten blijven bieden. Vergeving moeten we niet alleen van God ervaren, maar ook weerspiegelen in onze relaties met elkaar, en uiteindelijk is Gods genade hiervan afhankelijk in die zin dat Gods principiële genadeoordeel herroepen kan worden. Wie een ander vergeving weigert, stelt zich buiten het koninkrijk, buiten Gods vergevende liefde.

Op de vraag van Petrus hoe vaak hij zijn broer moet vergeven, luidt het antwoord van Jezus dus: "Weet hoe God vergeeft. God neemt niet de maat, maar geeft nieuwe levenskansen. Leer daarvan hoe jullie elkaar moeten vergeven ... want weet dat God precies daarop ons uiteindelijk wél zal beoordelen."

God is van harte bereid om ons te vergeven, maar veronderstelt daarbij wel dat ieder van ons de ander van harte vergeeft.