Geloofd die tot vergeven is gezind

 

Op 4 augustus 2014 zijn in ons land de herdenkingen gestart van het begin van de eerste wereldoorlog. Zij verliepen in een sfeer van verzoening in aanwezigheid van vele staatshoofden. De Duitse president Gauck was aanwezig in Luik, in Leuven en in Mons. Op de militaire begraafplaats van Saint-Symphorien bij Bergen is het allereerste Britse slachtoffer van de oorlog begraven, en twee van de allerlaatste, een Canadese en Britse soldaat, die sneuvelden net voor de Wapenstilstand inging, om 11 uur op 11 november 1918. Daar rusten 229 Britse en 284 Duitse soldaten samen. De eigenaar die zijn grond afstond aan de Duitsers om er een begraafplaats in te richten, stelde als voorwaarde dat Britten en Duitsers er op dezelfde manier geëerd zouden worden.

Wie geen vergiffenis schenkt, spijkert de andere vast op zijn fouten en zijn verleden. Zonder vergevensgezindheid worden geen grenzen verlegd. Dit geldt in de verhoudingen van mensen onder elkaar en in deze tussen grotere gemeenschappen. De Europese eenmaking is ontstaan en gegroeid omdat een aantal staatsmannen voorstanders waren van verzoening.

De toenadering van de kerken blijft eveneens gebonden aan de wil en inzet voor en tot verzoening. Het achttiende hoofdstuk van Mattheüs is de zogenaamde kerkrede, met raadgevingen voor het christelijke gemeenschapsleven. Jezus spreekt er over de eensgezindheid, het onderling respect, de zorg voor de kleinen (Mt. 18,1-14), de broederlijke vermaning (Mt.18,15-20) en over vergeving (Mt.21-35).

Grenzen aan vergeving?

Vergiffenis vragen en vergiffenis schenken, dit is niet vanzelfsprekend. We kunnen vergeving wensen en ze niet krijgen. Of vergeving aanbieden en merken dat deze niet aanvaard wordt.

Vergeven en vergeten, het tweede is soms moeilijker dan het eerste. Wij herinneren collectief aan de gruwel van de oorlogen om waakzaam te zijn en opdat deze zich niet meer zouden herhalen. Tamines, een deelgemeente van Samberville, is een van de zeven martelaarssteden. Meer dan 300 burgers werden er op 22 augustus 1914 gefusilleerd. Je voelt de wreedheid van de oorlog en van elke oorlog als je hun zerken ziet op het kerkhof en hun namen leest op de Place Saint Martin, waar ze werden doodgeschoten.

Simon Wiesenthal (1908-2005) heeft veel nazimisdadigers opgespoord en ze voor het gerecht gebracht. In het boek De Zonnebloem vertelt hij over een eigen ervaring in het concentratiekamp. Een doodzieke jonge SS officier laat hem bij zich roepen. In zijn zware ziekte blijft deze man gekweld door wat hij heeft misdaan tegenover joodse burgers. Hij heeft behoefte het aan een joodse gevangene te vertellen. Hij bekent op welke vreselijke wijze hij een joodse familie in Dnjeprpretovsk gedood heeft, hij stak hun huis in brand en alle bewoners kwamen in de brand om. Hij kan dit pijnlijk verhaal over zijn lippen brengen. En dan vraagt hij vergiffenis. Simon Wiesenthal zegt dat hij de man heeft aangekeken en is weg gegaan. Hem vergeven kon hij niet. In zijn boek vraagt hij de lezer wat hij of zij met deze vraag zouden gedaan hebben. Zijn er grenzen aan vergeving?

Twee broeders spraken al jaren niet meer met elkaar. Een vete bij een verdeling van de goederen? Spanningen in hun bedrijf? De oudere broer is ziek en weet dat hij niet lang meer leven zal. Hij geeft te kennen dat hij graag zijn jongere broer zou weer zien. Hij had hem vroeger al gewezen op de oproep van het evangelie om zich met elkaar te verzoenen. Toch is de jongere broer niet gekomen naar het sterfbed van zijn broer.

Zingen voor verzoening

Franciscus van Assisi heeft geworsteld met verzoening. Zijn levenskeuze leidde tot een conflict met zijn vader. Zijn Zonnelied is een lied van vrede met de natuur. Naderhand heeft Franciscus twee strofen toegevoegd aan zijn Zonnelied. Er was onenigheid in een stad van Umbrië. Hij probeerde stadhouder en bisschop tot andere gevoelens te brengen. Hij zong zijn Zonnelied, waar hij deze strofe over verzoening had aan toegevoegd:

Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door hen
die vergiffenis schenken door uw liefde
en ziekte en verdrukking dragen.
Gelukkig zij die dat dragen in vrede,

want door U, Allerhoogste, zullen zij worden gekroond

Later heeft Franciscus aan zijn Zonnelied een laatste strofe toegevoegd om zuster dood te bezingen.

Geloofd zijt gij, mijn Heer, ·door onze zuster de lichamelijke dood,
waaraan geen mens kan ontsnappen.
Wee hen die sterven in doodzonde.
Gelukkig wie zij aantreft in uw allerheiligste wil
Want de tweede dood zal hun geen kwaad doen.

Loof en zegen mijn Heer
en dank en dien Hem met grote nederigheid.

Verzoend het leven mogen verlaten, dit geeft een vervuld en sereen einde. Ziekenaalmoezenier Jan de Cock brengt in zijn boek Doodgelukkig leven verhalen aan het ziekbed, waaronder een getuigenis over verzoening. Hij publiceerde eveneens over zijn ervaringen met gevangenissen, dit in Hotel, prison.

De vraag naar vergeving komt naar boven telkens een veroordeelde vervroegd vrijgelaten wordt. Rondom enkele gevangenissen zijn groepen van vrijwilligers die daarover met gevangenen in gesprek gaan. Tralies in de weg (www.traliesuitdeweg.be).

Van harte vergeven

Jezus ondersteunt zijn antwoord aan Petrus met een parabel over grenzeloze vergeving. De parabel moet aangeven dat onze maat van vergeving zich moet richten op deze die God voor ons gebruikt.

In dit verhaal jongleert Jezus met ongehoord hoge getallen. Wat die dienaar van de koning schuldig is, is oneindig veel. Hoe kwam de man aan die grote schuld en dit hoog bedrag? Tien duizend talenten, daarvoor moet een arbeider eeuwen lang werken. Was hij een belastinginner die de som tot nu toe had achtergehouden en er wat anders had mee aangevangen? Het getal doet duizelen, maar misschien niet als we horen wat sommige verdienen in de sport, in de bankwereld, met het geven van conferenties als je een grote naam hebt als DSK, Blair, Greenspan.

De grote som, die de koning kwijt scheldt, kwam onlangs voor in een verhaal. Een klein meisje staat voor een juwelierszaak, kijkt met aandacht naar een ketting en gaat binnen. Ze vraagt wat het kost en ze toont de schamele inhoud van haar geldbeugeltje. De juwelier kijkt haar aan en spreekt met haar. Ik zou deze zo gaarne schenken aan mijn zus. Sinds moeder overleden is zorgt zij voor ons. Haar ogen hebben de schittering van dit juweel. Hij pakt het in en geeft het haar. In de late namiddag komt haar zus bij de juwelier. Ze is ongerust en wil weten of haar kleine zus met het weinige geld dat ze heeft dat juweel zou hebben gekocht. De juwelier neemt het, doet er opnieuw een mooie verpakking rond en geeft het aan de vrouw. Hij was immers zo getroffen door de dankbaarheid van het kleine meisje dat alles gaf wat ze bezat.

De koning kreeg medelijden met zijn dienaar. De toehoorders zijn allicht verwonderd en dan opgelucht wanneer ze horen dat de man zijn schuld kwijtgescholden wordt. Vrij van schuld een nieuwe start en een nieuwe kans.

Het verhaal gaat verder. De man die zo ene grote schuld kwijt gescholen kreeg, is onbarmhartig tegenover degene die bij hem in het schuld staat. Zijn houding stoot tegen de borst. De koning is niet een goedzakkige man. Hij veroordeelt hem.

Jezus vat samen wat de kern is van zijn boodschap. Van harte vergeven omdat de Heer voor ons barmhartig is. Zijn barmhartigheid hangt echter af van onze manier om met anderen om te gaan. Het is een illustratie bij het Onzevader: Vergeef ons onze schuld zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven. Dit tot zeventig maal zevenmaal.