Berekende vergeving

Vreemd, soms staat er “tot zeven maal zeventig maal” en soms “tot zeventig maal zeven maal”. De betekenis is juist hetzelfde. Net zoals 11/09 precies hetzelfde betekent als “nine/eleven”.

Daar worden wij nu al de hele week mee om de oren geslagen. En ook vandaag kunnen wij er niet omheen.

Laten wij het hier echter niet hebben over vergelden of vergoeden, maar eerder over vergeten of vergeven. Precies met dat vergeven hebben wij het erg moeilijk.

 

Vergeten hoeft niet Petrus, vergeven wel. Maak gerust een memorial monument op Ground Zero. Net zoals je een Denkmahl hebt opgericht in Auschwitz of Buchenwald of zoals 100 000 kruisjes de doden herinneren in de akkers rond Ieper en Diksmuide. Only remember.

Ook al is het zoveel jaren geleden gebeurd, herinner u dàt het gebeurd is. En onthoud dat het mensen waren, zowel aan de ene als aan de andere kant van de gebeurtenissen.

Vergeten hoeft niet Petrus, vergeven wel. Maar hoe moet dan gaan?

De parabel vandaag in het evangelie van Matteüs gaat niet toevallig over geld. Als gewezen tollenaar kende hij alles van talenten, schellingen of denariën en was hij een kenner en een ervaringsdeskundige wat schuld en schuldinvordering betreft.

De parabel vertelt over een man die grote schulden (10.000 talenten) heeft tegenover zijn heer. Toch vergeeft de heer ze hem ruimhartig, als hij er om bidt en smeekt.

Einde verhaal? Neen.

 

De dienaar heeft blijkbaar ook iemand die bij hem in het krijt staat. Zij het voor een véél kleiner bedrag: 100 denariën. Dat is amper één tienduizendste van wat hijzelf schuldig was. Toch vergeeft hij die schuld niet op zijn beurt. Integendeel! Hij laat de man gevangen zetten en eist dat alles tot op de laatste cent betaald zou worden.

Wij gaan ervan uit dat, zoals in de meeste parabels bij Jezus, de Koning staat voor God en de dienaar voor een mens of een leerling.

De parabel van vandaag bestaat eigenlijk uit verschillende verhalen. Aparte “voorbeeldverhaaltjes”.

In het eerste verhaal horen wij hoe God met mensen omgaat. Het kwaad, de schuld van de dienaar, is onmenselijk groot en eigenlijk onbetaalbaar. Het is een schuld die niet afgelost kan worden.

 

Omdat God in de biddende en smekende dienaar, een zwakke kleine mens herkent, ziet Hij af van zijn eisen en ontstaat er een medelijden dat leidt tot totale vergeving. De relatie tussen God en de dienaar wordt volledig hersteld. Het kwaad staat niet meer tussen hen in.

Het is dat onbecijferde, dat totale vergeven, dat volgens Jezus zo eigen is aan het Koninkrijk der hemelen.

In het tweede verhaal wordt verteld wat buiten dat koninkrijk gebeurt. Omdat de dienaar blijft rekenen en vasthouden aan de relatief kleine, met wat moeite wel betaalbare rekening, blijft die schuld als een onherstelbaar kwaad tussen de dienaar en de mededienaar staan.

De dienaar ziet in zijn mededienaar geen kleine of zwakke mens.

Zijn visie staat volkomen haaks op de vergevensgezindheid van de Koning. Het komt dan ook niet tot een “royaal” gebaar van vergeving.

We komen in onze wereld vandaag overal berekening tegen.

 

Als je zoveel koopt, krijg je zoveel meer korting. Als je punten en zegeltjes spaart, krijg je vermindering.

Zelfs bij studenten is berekening meer regel dan uitzondering. “Voor dit of dat vak hoef ik nu niet te studeren. Dat haal ik wel op bij de tweede zit. Als ik er voor die en die vakken maar “dóór” ben!” En “dóór” betekent dan: “net genoeg”.

Maar vergeving is niet een soort van berekende korting. Een halve of een kwart vergeving bestaat niet. Het is “alles” of “niets”. Alleen als de mens probeert om “mens voor een mens te zijn, zo lief als God”, kan het weer goed komen. Zowel voor hemzelf als voor zijn medemens.

Om te vergeven, moet je jezelf klein kunnen maken, jezelf klein kunnen krijgen. Daar is macht voor nodig, macht over jezelf.

Je moet als het ware in de huid van God kunnen kruipen en je verplaatsen in het “klein zijn” van de ander. Jezelf kwetsbaar opstellen en het risico nemen eraan te verliezen.



Het doet een beetje denken aan wat de reus doet in het sprookje van de Gelaarsde Kat. Hij tovert zichzelf om in een leeuw en daarna in een muis. Zo kwetsbaar dat hij er zelf aan ten onder gaat. Al gaat het daar eerder over verschalken en helemaal niet over vergeven.

Vergeven is zowat het moeilijkste wat er is. Zeker bij zoiets als de aanslagen van “nine/eleven”, waarbij zowat iedereen de dader zou kunnen zijn, omdat de echte dader geen gezicht heeft. Wie moet je dan vergeven? Welke relatie moet je dan herstellen. Precies dat maakt het vergeven extra moeilijk. Vergeving neemt immers het kwaad niet weg en schakelt er evenmin de gevolgen van uit.

“Ik ben God niet!” Jezus verlangt van mij niet om meteen de problemen in de ‘grote wereld’ op te lossen. Maar het kan weer goed komen in mijn eigen ‘kleine wereld’, als ik vandaag probeer om een conflict op te lossen met mijn ‘broeder’, als ik er in slaag om onenigheid met mijn eigen partner op te lossen, misschien wel door mijn eigen fout toe te geven. Kortom, als ik probeer om “mens voor een mens te zijn, zo lief als God”.

Inspiratie gevonden bij Lytta Basset, De macht om te vergeven.