23 zondag A (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 194 niet laden

OPENINGSWOORD

Ik ben met ingang van 15 november benoemd tot pastoor van De Rijp en tot administrator van de parochies in Westbeemster, Oosthuizen en Schermerhorn...

Nu samen eucharistie vieren

OPENINGSGEBED

 

Heer, onze God, de liefde voor de ander is het hart van uw geboden. Gij hebt ons aan elkaar toevertrouwd. Wij bidden U: leg ons in alle omstandigheden woorden van waarheid en bemoediging in de mond. Dat wij niet zwijgen uit zelfbehoud of blind zijn voor onrecht, maar mee bouwen aan de gemeenschap waarin uw Naam geheiligd wordt. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon ... . Amen.

KINDERWOORDDIENST

PREEK

Broeders en zusters, over het ene gebod horen wij natuurlijk weleens vaker dan over het andere gebod. En misschien is het jullie weleens opgevallen, dat wij met de geboden waarover wij wat vaker horen meer moeite hebben dan met de andere geboden. Kijken wij maar eens naar de tweede lezing van vandaag. Wij hebben allemaal soms te maken met mensen, die ons geduld op de proef stellen. De wereld en alle dingen in de wereld hebben ook een zekere aantrekkingskracht op ons. Zij kunnen ons zover krijgen, dat wij een egoïstisch leven gaan leiden. Maar als het goed is horen wij de hele tijd door de stem van Jezus Christus, de stem van ons geweten, die ons zegt dat wij allereerst elkaar moeten liefhebben, dat onze liefde zelfs eerst moet uitgaan naar de ander en dan pas naar onszelf.

Dat is nogal een oproep! Net als Jezus Christus zouden wij er veel meer op uit moeten zijn om andere mensen te dienen dan dat wij erop uit zijn om zelf gediend te worden. Jezus Christus vraagt ons om in het leven de minste plaats in te nemen. Hij waarschuwt ons er zelfs voor dat als wij ernaar streven om de eerste plaats te bekleden, dat het resultaat daarvan zal zijn dat wij de laatste plaats krijgen. De eersten zullen de laatsten zijn.

In de lezingen van vandaag nodigt God ons uit om onszelf te onderzoeken. Hebben wij de laatste tijd inderdaad van onze medemensen gehouden als van onszelf? Hebben wij over iemand anders lelijke dingen rondverteld? Hebben wij een vriend misschien niet verdedigd, omdat wij bang waren voor de kritiek van andere mensen? Hebben wij iemand op een oneerlijke manier veroordeeld? Hebben wij iemand anders gebruikt - misbruikt - om onze eigen doelen te realiseren? Of hebben wij nagelaten een vriend in nood te helpen, omdat het ons niet zo goed uitkwam?

Dit zijn natuurlijk niet van die leuke vragen om aan onszelf te stellen. Laten we echter nooit vergeten, dat God onze harten kent. Hij kent ons van binnen en van buiten, door en door. Hij weet ook, dat wij meestal wel het goede willen doen, maar dat wij soms uit zwakheid het goede nalaten of het kwade doen. Daarom wil Hij ons zijn heilige Geest geven met zijn goddelijke kracht, zodat wij dingen kunnen doen, die wij voor onszelf niet mogelijk hadden gedacht. Laten wij dus niet bang zijn om ons hart voor God te openen en Hem om zijn hulp te vragen. Denken we eraan: God is liefde! En die liefde is oneindig. Denken wij er dikwijls aan dat God om te beginnen oneindig veel van ons houdt. Proberen we die waarheid een beetje op ons te laten inwerken. Het zal ons helpen om ook op onze beurt andere mensen van harte lief te hebben.