Zie hoe goed het is als broeders en zusters samen zijn (2008)

Enige tijd terug meldden zich op een avond twee jonge mensen
die het wel fijn vonden in deze kerk te trouwen.
Ze kwamen vragen 'hoeveel het kostte'
en hoe alles in zijn werk zou gaan.
'Fijn dat jullie een band willen met onze parochie' zei ik;
verbaasd keken ze mij aan. 'Wat is een parochie?'
Toen ik uitlegde
dat dat een mooi woord is voor 'geloofsgemeenschap'
en dat je geloven samen doet en hoe
zei de aanstaande bruidegom haastig:
'neen, geloven is voor mij iets heel persoonlijks'
Hij bedoelde:
'ik wil eigenlijk niets met een kerk te maken hebben.'
'Toch wel fijn dat wij er nog zijn met deze kerk
om jullie te ontvangen' zei ik weer.
'Die is voor u' zeiden ze
en wie weet wat hier nog voor moois uit op kan bloeien. 

Ik maakte mee hoe zo’n drie jaar terug,
bij de uitvaart van de bekende Haarlemse
schrijver Louis Ferron, een beroep gedaan werd op de kerk.
De schrijver wilde dat bij zijn groeve psalm 129 gelezen werd
door een ‘gediplomeerd priester’ –we hebben om die term wel even geglimlacht-
dus ben ik maar gegaan. De gesprekken na de  uitvaart met zovelen
zouden een dagvullend boeiend VPRO-programma hebben kunnen zijn.

Fijn dat er toch nog zoiets is als een kerk om mensen op te vangen
fijn dat die mensen hier kunnen komen
om de liturgie mee te maken of om een beroep op ons te doen.
Het is voor de kerk een eretaak hen te helpen
want mensen zijn er om samen op te trekken,
om verantwoordelijk te zijn voor elkaar.

Niet in de zin dat wij elkaar controleren en betuttelen
maar wel zo dat wij elkaar sterken en bewaren
elkaar vertellend dat er EEN is die van ons mensen houdt
die ons graag ziet en ons als Zijn helpers nodig heeft.

De evangelielezing van deze 23e zondag door het jaar
maakt deel uit van de zogenaamde kerkrede
in het evangelie van Mattheus (Mt. 18).

In het Matteüsevangelie komen vijf van grote redevoeringen voor:
de bergrede (Mt. 5-7) over de grote idealen, de zendingsrede (Mt. 10) waarin de apostelen worden opgejaagd, de parabelrede (Mt. 13) voor alle luisteraard,
de kerkrede (Mt. 18, vandaag aan de orde)  en de rede over de laatste dingen (Mt. 23-25). Het gaat hier waarschijnlijk om een bewust gekozen parallel
met de vijf boeken van Mozes. Vandag dus het begin van de gemeenterede.

We worden opgeroepen samen kerk te zijn.
Eendrachtig en ook eerlijk.
Samen de bokken die wij schieten te bespreken;
en niet alles alleen maar aan God over te laten
vooral niet als het misgaat.

Gemakkelijk zeggen wij: God vergeeft ons wel
maar het is wel zaak om voor we dat zeggen
eerst zelf aan de gang te gaan
om te proberen onze relaties beter te maken,
anders gezegd: ons bekeren.

Rabbi Boenam:
´De grote schuld van de mens is niet de zonden die hij begaat,
-de verzoeking is sterk en zijn kracht maar klein ! - 
de grote schuld van de mens is,
dat hij ieder moment kan omkeren en het niet doet.


´Bekering is meer dan vergeving,
omdat ze de toekomst erbij betrekt.
Bekering is een nieuw hart krijgen en het nog een keer mogen proberen.
Dat kan ik zelf niet alleen, daar heb ik andere mensen voor nodig
en als het zin heeft om over God te spreken,
dan kan dat nooit buiten onze wereld, nooit achter de rug van mensen om.

God wil niet, dat we de wereld verlaten en eenvoudig naar hem toelopen
hij wil dar wij zelf aan de slag gaan en dan zal Hij wel helpen:
zoals de profeet nemens God zegt:
 Ik zal u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste,
uw stenen hart zal ik wegnemen en u een hart van vlees geven.´(Ez. 36, 26)

Jarige collega, feestvierende parochianen:
'Wat goed is het en heerlijk als broeders en zusters samen zijn....'
lezen we in het boek van de psalmen, 'het is als dauw van de bergen
of als kostelijke honing die druipt in de baard van Aäron.'
Op het eerste gehoor een beetje kleverig:
maar toch een beeld van uiterste genoegelijkheid: van rust, van vrede.
'ZIET HOE GOED HET IS ALS MENSEN SAMENZIJN'
We zijn als mensen geroepen om elkaar op te zoeken:
alleen is maar alleen.
Daarom dat bisschop Zwartkruis
het altijd zo graag had over SAMEN KERK.
Je kunt het niet alleen volhouden.

Ik zie dat jonge mensen graag een beroep doen op de kerk
ze willen er trouwen, al of niet met de hulp van Mgr. Valkestijn.
Ze zijn geroerd als ze een uitvaart van hun vader, moeder, oma of opa meemaken
ze staan ernstig voor je als ze hun kind laten dopen.

Ik zie dat ouders het aandurven, hun kinderen naar de koorschool te leiden
(ik zeg niet sturen) en het is op de koorschool een vrolijk geheel.
We hadden weer een zeer goed bezochte openingsmis –vrijdag een week terug-
en er zijn steeds meer geinteresseerde ouders.
We zijn daar blij mee.

Daar zegt Jesus nog iets heel moois van:
'waar er twee of drie in mijn naam bijeen zijn daar ben ik in hun midden.'

'WAAR TWEE OF DRIE IN MIJN NAAM BIJEEN ZIJN
DAAR BEN IK IN HUN MIDDEN....
dat ervaren gehuwden
die dat met elkaar gaan vormgeven en ervaren:
ze gaan aan het delen:
hun smart--- en dan wordt die half
hun vreugde -- en dan wordt die dubbel.
Dat geldt ook voor ons als wij samen zingen en bidden.
Je bent samen sterker dan alleen
en je moet het ook bijhouden, je kerklidmaatschap,
want wij zijn wat betreft het volharden in onze idealen,
verantwoordelijk voor elkaar.

We zijn ook als het niet lukt
verantwoordelijk voor elkaar.
Daarover hoorden we uitdrukkelijk spreken
in het evangelie...
er wordt verteld hoe je iemand moet wijzen
op zijn fouten, zijn zonde.

En dat is nou net een terrein
waar wij niet zo goed raad mee weten.
Ik schaamde mij wel een beetje
toen in de oude Bavo na het oecumenische middaggebed
eens iemand tegen mij zei:
"Wat goed dat jullie in de kerk de biecht hebben.
"Je bent dan niet alleen met je fouten en kunt ze uitspreken."

Hadden wij de biecht maar meer zo gezien en beleefd:
een zegenrijk sacrament:
'Wat je zult ontbinden op aarde
zal ook ontbonden zijn in de hemel'
je kunt elkaar bevrijden van schuldcomplexen
en elkaar nieuwe kansen geven.
De biecht op zichzelf is zo gek nog niet:
er klopte alleen iets niet meer met de vorm.
Misschien was de afstand te groot
tussen priester en biechteling,
misschien voelde men zich verplicht dingen te biechten
die mensen eigenlijk helemaal geen zonde vonden.
Je zou daar apart nog eens een zondag aan moeten wijden.

Nu gaat het er alleen maar om
om eens uitdrukkelijk vast te stellen
dat we elkaar nodig hebben.
Ook om onze fouten samen te overwegen
-zoals het evangelie van vandaag zegt-
maar vooral om samen te horen dat we toch verder kunnen
als we alles doen om ze op te lossen.

We kunnen verder in een wereld
waarin het ene na het andere schandaal wordt geopenbaard:
we maken kamerdebatten mee waarin keurige mensen melden
hoe merkwaardig en niet keurig er gehandeld is.

Het geloof in God doorgeven die iets,
neen die alles in de mensen blijft zien lijkt een dwaze onderneming.
Het lijkt dwaas en zinloos
mensen op te roepen in het voetspoor te gaan
van Jesus die de mensen oproept uit de kringloop
van wantrouwen en haat te ontsnappen.

Het lijkt gekkenwerk die oude idealen te koesteren
maar het is volgens mij de enige mogelijkheid om de wereld te redden.
Het blijven koesteren van grote idealen
waarvan de vervulling verder weg lijkt dan ooit is een grote uitdaging.

Kijk hoe hoog de nood van de mensheid gestegen is;
hoe moeilijk het is elkaar te helpen
Kijk hoe moeilijk het  is wantrouwen tussen de mensen te slopen.
Kijk hoeveel mensen zoeken naar zingeving.
Kerken zijn nodiger dan ooit.

Bidden we voor deze arme wereld
waar we zelf deel van uitmaken
maar blijft u in `s hemelsnaam regelmatig hier komen
we kunnen het woord dat ons wordt doorgegeven
en het sacrament dat ons wordt aangereikt, niet missen.

Het is niet erg als wij niet aan onze idealen toekomen
als we fouten maken en wij zelf aan de vervulling ervan niet toekomen
maar het is wel erg als wij inzakken in lusteloosheid…
van de kleine bijdragen van ieder van ons
aan de opbouw van Gods nieuwe wereld
hangt de toekomst van deze aarde af.

Paulus zegt dat in zijn brief aan de christen van Rome
op een onnavolgbare manier:
'zorg dat gij niemand iets schuldig zijt.
Uw enige schuld aan de ander blijve de onderlinge liefde.'