Met elkaar, niet over elkaar praten!

Beste vrienden,

"Mama!" riep het kleine meisje heel opgewonden, en liep over het gazon naar haar moeder, „Mama, hebt ge gezien wat Theo nu weer heeft gedaan?”  

Wie kinderen kent, die weet ook van dergelijke scenes. Klikken noemen wij dat dan meewarig. En kinderen doen dat doorgaans ook wel graag. Wanneer je de fouten van iemand anders in de verf zet, dan lijkt het alsof je er zelf beter voor staat. Daarom doen kinderen dat. 

Maar soms gebeurt het ook om een heel andere reden. Wanneer een kind bij zijn moeder komt en “mama” zegt, “mama, heb je niet gezien dat Theo me weer eens pijn heeft gedaan...” dan wil dat soms zeggen: “mama, help mij, dan kan dat betekenen dat dat kind niet meer weet wat te doen en dat mama zou tussenkomen, dat ze Theo voor eens en altijd moet leren om met die pesterij op te houden.  

Soms hebben kinderen dat nodig. Soms hebben ze mama of papa echt nodig om hen behulpzaam te begeleiden. Wanneer ze dan wat ouder worden roepen ze plots veel minder om hulp, want hoe ouder mensen worden, hoe minder hulp ze van papa of mama nodig hebben. Zo zou je toch vermoeden. 

Maar, wanneer je nauwkeurig toekijkt, dan ziet het er, denk ik, toch wel een ietsje anders uit. Dan merk je dat heel veel mensen, tenminste wat dat ene punt betreft, gewoon niet echt volwassen blijken te worden. 

Natuurlijk roepen ze dan niet meer om hulp bij hun ouders, volwassenen zoeken dan eerder een soort van vervanging voor mama en/of papa. En die roepen ze dan te hulp wanneer ze met iemand problemen hebben.    

Versta me nu niet verkeerd: ik heb het niet over situaties waarbij mensen werkelijk hulp van anderen nodig hebben, situaties waarbij de politie moet worden geroepen of beroep moet worden gedaan op het gerecht om inbreuken van derden af te kunnen weren. Neen, ik bedoel de gewone dingetjes van elke dag. de dagelijkse moeilijkheden en wrijvingen met collega’s op het werk, met kennissen en buren, gewoon met mensen uit onze omgeving. Daar kan menige uitgesproken zin ons herinneren aan van die uitspraken die je van kinderen kent.     

"Heeft u eigenlijk al opgemerkt wat mevrouw die en die weer heeft gedaan? “ fluisteren we dan terloops bij de baas of bij een kennis in het oor. En zelfs als het er dan niet om te doen is om gewoon een minder goede eigenschap van iemand anders verder te vertellen, dan hebben dergelijke zinnen toch wel de bedoeling dat de geadresseerde aan de toestand iets zou doen. “Zegt u haar toch eens dat het zo niet kan!” En meestal komt daarna nog: „Maar zegt u er asjeblieft niet bij dat het van mij komt!".  – “Mama, heb je gezien wat Theo weer heeft gedaan?”.

Aan dergelijke scenes werd ik weer herinnerd toen ik in het evangelie met mijn neus op de woorden van jezus werd gedrukt waar Hij zegt dat je naar je broer moet toegaan wanneer er een probleem is. En daarmee bedoelt Jezus dat, wanneer je een probleem met iemand hebt, je dat zelf onder vier ogen met die persoon moet oplossen. Wanneer een uitspraak me in het verkeerde keelgat is geschoten, wanneer iets me pijn heeft gedaan, of wanneer er gewoon iets is wat me niet bevalt, dan moeten ik dat zelf met die persoon aankaarten en de zaak onder vier ogen uitpraten.

Als je broeder je iets misdaan heeft, ga dan eerst zelf naar hem toe, en spreek met hem onder vier ogen! En pas wanneer dat met elkaar praten niet helpt, pas wanneer je alles tevergeefs hebt geprobeerd, dan mag je er anderen bij betrekken.   

Kinderen roepen naar mama of papa. Het feit dat dat niet meer nodig is, dat je zelf voor jezelf kan opkomen, dat je niet meer over maar wel met iemand kan praten, dat is een teken van volwassenheid.   

Maar, zoals alles in het leven, moeten we ook dat langzaam en moeizaam leren. En ik schrik soms nog altijd over mezelf, wanneer ik merk hoe kinderachtig ik me op dat punt soms gedraag. Hoeveel gemakkelijker het is om over iemand anders te praten dan die persoon zelf aan te spreken en het probleem met hem uit te praten. 

Maar dat is het nu juist wat Jezus ons vandaag bewust wil laten worden. Dat we niet over elkaar, maar met elkaar, moeten praten. Dat is het wat de volwassen mens, en dus ook de christenmens, kenmerkt. Het is een opgave waarmee de meesten onder ons, ik inbegrepen, nog wel een hele tijd aan te knabbelen zullen hebben. God heeft ons een stem gegeven om te praten. Maar wij moeten soms nog leren om die stem goed te gebruiken. En dat wil zeggen dat we niet in eerste instantie over elkaar, maar vooral rechtstreeks met elkaar, met diegene waar het om gaat, moeten praten. Amen