23e zondag door het jaar A - 2011

Zusters en broeders,

Vermanen, berispen, verantwoordelijkheid nemen ten aanzien van je naaste: dat is het onderwerp van de lezingen van vandaag. Het klinkt ons heel bekend in de oren, in deze tijd van het jaar misschien nog meer dan anders. Want het is begin september, dus zijn er weer een paar honderdduizend kinderen en jongeren de schoolpoort binnengestapt. Opnieuw wordt het een zoeken en tasten naar de juiste houding, naar het evenwicht tussen ernst en lach en tussen studie, hobby en spel. En ook opnieuw zullen de leerkrachten vermanen en bijsturen en, als het echt niet anders kan, ook straffen. Wellicht is dit ondertussen allemaal al gebeurd, want er zijn al twee schooldagen voorbij, dus zullen enkele leerlingen al wel geprobeerd hebben hoever ze kunnen gaan. En veel leerkrachten zullen al hebben uitgemaakt hoever ze die klas en die leerling kunnen laten gaan. Want ze zijn niet alleen leerkracht, ze zijn ook opvoeder, en ze moeten die jongeren leren waar hun mogelijkheden en hun grenzen liggen.

Vermanen, berispen, verantwoordelijkheid nemen: ons leven is een opeenvolging van wenken, adviezen, waarschuwingen en ga zo maar door. Ze maken deel uit van elke gemeenschap, of dat nu een school, een gezin, een sportploeg, een bedrijf, een parochie of iets anders is waar mensen samenleven. En waar ze er geen deel van uitmaken, loopt het fout. In een school zonder discipline lopen de leerlingen op de duur verloren. Een gezin waar geen lijnen uitgezet worden, loopt het risico uit elkaar te vallen. En in een bedrijf zonder degelijke leiding gebeuren er gegarandeerd arbeidsongevallen.

Niet te verwonderen dus dat de Heer ons op onze verantwoordelijkheid wijst. Hij heeft ons immers aan elkaar toevertrouwd. In de eerste lezing zegt Hij dat, als we iemand die in de fout gaat niet waarschuwen, we medeverantwoordelijk zijn voor de mogelijk slechte afloop. Het past helemaal in de lijn van het gebod dat Jezus ons gaf: Bemin uw naaste gelijk uzelf. Het is dus de liefde die de leidsman moet zijn bij vermaning en berisping. Terechtwijzen wil niet zeggen: gelijk willen hebben of gelijk willen krijgen. Het wil wél zeggen: iemand het rechte pad wijzen, zodat hij niet verloren loopt, maar terechtkomt waar hij moet zijn.

Zusters en broeders, ik weet het, in een tijd waarin iedereen zo sterk uit is op het eigen gelijk en op de eigen vrijheid, is bijsturen niet vanzelfsprekend. Het wordt dikwijls ook niet aanvaard, want ‘ik ben toch baas over mijn eigen leven, zeker?!’ Dus haken velen af. Ouders weten dikwijls niet eens in welke school hun kinderen zitten, wat ze op straat uitspoken, en waar ze al die duren spullen vandaan halen. Leerkrachten geven het soms op omdat niets helpt, omdat ze tegengewerkt worden, en dikwijls erger. Gezinnen vallen uit elkaar omdat de kinderen heel andere wegen gaan dan hun ouders.

En toch blijft de verantwoordelijkheid, toch mogen we het nooit opgeven te luisteren, te vermanen waar nodig, en vooral te bemoedigen. Want dat moet de kern zijn van elke vermaning: bemoedigen. Vermanen is een uiting van vertrouwen. Vermanen wil immers zeggen: ik ben er zeker van dat je beter kunt, dat je beter bent dan je laat zien. En vermanen kun je niet alleen met woorden, maar nog meer met daden. Gods liefde voorleven is spreken zonder woorden. Een goed voorbeeld is wellicht veel sterker dan duizend vermanende woorden.

Zusters en broeders, je herinnert je dat Jezus een paar zondagen geleden tegen Petrus zei: ‘Gij zijt Petrus, en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen.’ En Hij voegde eraan toe: ‘Wat gij zult binden op aarde, zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat gij zult ontbinden op aarde, zal ook in de hemel ontbonden zijn.’ Dat zei Hij tegen Petrus, die Hij als zijn vervanger aanstelde. Vandaag zegt Hij pal dezelfde woorden tot al zijn leerlingen. Dat toont aan hoe belangrijk Hij die verantwoordelijkheid tegenover de naaste vindt. Hij zegt die woorden ook tot ons, want ook wij zijn zijn leerlingen. Laten we er dus werk van maken, als goede christenen.

En ten slotte: als ‘vermanen’ niet wil zeggen: ‘Ik zie u graag’, dan zijn we niet goed bezig. Amen.