23e zondag door het jaar (2005)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 459 niet laden

"Ben ik dan mijn broeders hoeder", vroeg Kain aan Jahweh toen deze hem rekenschap vroeg over de dood van zijn broer Abel.

Het is ook een vraag van alle tijden. Ben ik verantwoordelijk voor mijn medemens?

- Neen zeggen velen op onze dagen:

Uit bescheidenheid

Wie ben ik dan wel dat ik mij zou inmengen in het leven van mijn medemensen. De ander moet het zelf maar weten: hij is oud genoeg. De andere kant opkijken is veel verstandiger.

Vanuit het hedendaags denken

We komen uit een tijd van sterke bemoeizucht, ook de kerk moeide zich in 't verleden erg met het persoonlijk leven van de mensen. Gelukkig heeft de hedendaagse mens dat juk afgeworpen en is er een proces van liberalisering, vrijheid in de plaats gekomen. De eigen verantwoordelijkheid werd weer erkend en de mens kon weer vrij ademen. We gaan de klok niet terugdraaien.

- Ja, zeggen de lezingen van vandaag.

Als jij de boosdoener niet waarschuwt voor zijn gedrag, zal hij sterven omwille van zijn slecht gedrag; maar Jahweh zal u rekenschap vragen omdat gij niets ondernomen hebt om hem tot inkeer te brengen zegt de profeet.

En Jezus zegt dat wij iemand die verkeerd doet moeten terechtwijzen. Wel behoedzaam en met tact en bewust van eigen zwakheid. In echte broederschap is er plaats voor onderlinge kritiek en terechtwijzing. Een vriend, een broeder is hij die mij de waarheid zegt.

Wat moeten wij met zo'n boodschap beginnen. Ieder van ons ontmoet regelmatig mensen die het niet zo nauw nemen met allerhande voorschriften of die in situaties leven die niet helemaal overeenkomen met wat wet of kerk voorschrijft.

1. Het evangelie lijkt mij te zeggen; durf met de betrokkene spreken.

Durf het bespreekbaar maken

Het treft mij hoe gemakkelijk wij over iemand spreken, maar hoe weinig met de betrokkene gesproken wordt. Er wordt lustig over hem geroddeld, maar angstvallig met hem gezwegen. Dat is fout zegt Jezus. Durf het bespreken.

2. Maak het bespreekbaar met tact.

Onder vier ogen, met een paar mensen, pas uiteindelijk bij de verantwoordelijken van de gemeenschap. Smijt het zomaar niet in volle vergadering in iemands gezicht zodat hij geen verweer heeft of geen kans om zich te verantwoorden. De eerste kerk was een liefdesgemeenschap. En vanuit die liefde groeide een echte bezorgdheid voor elkaar en vanuit die bezorgdheid dierf men iemand terecht wijzen die de verkeerde weg op ging. Vaak horen we mensen zeggen: Dat moest er van komen! Iedereen kon het zien aankomen! Hoe weinigen beletten dat het zou gebeuren. Wellicht is het omdat we nog te weinig van mekaar houden dat we daartoe niet in staat zijn.

3. Soms komen wij door onze openhartigheid in conflict met iemand of ontstaat er een situatie waarmee we ons niet kunnen verzoenen. Wat kunnen we dan nog doen?

Bisschop Ernst schrijft: In tijden van conflict of gepolariseerde situaties zijn 2 dingen mogelijk:

Diepere lagen van geloof en leven aanboren dan die waarop de scheiding der meningen zich voltrekt. bv. het samen blijven bidden, bidden voor, wanneer twee van u eensgezind iets vragen zullen zij het verkrijgen.

Het onderhouden van verbindingen, ook al hebben die alleen maar een uiterlijk karakter.

Dus, het contact met die ander niet definitief afbreken, maar proberen het uit te houden met het onbevredigende of zelfs de leegte van dit contact.

Een huismoeder die in conflict lag met haar grotere dochter: "Hou de deur open; al is' t maar om de was te brengen".

Laten wij vandaag bidden om te mogen groeien in die geest van openheid en broederlijkheid, waartoe Gods woord ons uitnodigt.