Evangelieprikje (2008)

Vrijwel onmiddellijk na de klinkende verkiezingsoverwinning begonnen de problemen van premier Leterme. Hij die nu de leider van ons land zou worden, had veel beloofd en daardoor zeer hoge verwachtingen geschapen bij de mensen. Wanneer men premier wordt, denken mensen dat je alles kan veranderen. De pijnlijke realiteit is dat het niet allemaal zo eenvoudig in elkaar steekt. Als Jezus Petrus liet zeggen dat Hij de Zoon van God is, dan riep dat meteen ook heel wat verwachtingen op bij de leerlingen. Eindelijk stonden de grote veranderingen voor de deur: Hij, die ze al zo lang volgden, zou een nieuwe samenleving op poten zetten, geïnspireerd op Gods wil. Vandaag zou men misschien zeggen: goed bestuur.

Maar dan komt de aap uit de mouw: Jezus voorspelt dat Hij zal moeten lijden en dat Hij gedood zal worden. Zoals het goede vrienden betaamt, zweert Petrus dat hij dit niet zal laten gebeuren. Jezus wijst hem terecht. Waarom? Waarom laat Hij zich niet beschermen door Petrus en de andere apostelen? Het antwoord is vrij eenvoudig: al van bij het doopsel van Johannes heeft Jezus gekozen voor een bepaalde levensstijl, een manier van leven die geworteld is in God zelf. Wie God binnenlaat in zijn leven, moet goed beseffen dat men kiest voor een leven waar de ander even belangrijk of zelfs belangrijker is dan het ik. Jezus is niet alleen komen zeggen en tonen dat God de mens liefheeft, Hij heeft ons ook voorgeleefd en opgeroepen om die liefde van God concreet gestalte te geven. Wie leeft als christen, kan zich niet opsluiten achter de muren van het eigen gezin, maar leeft met open ramen om te zien en te horen wat er rondom het beschermende nest van de thuis gebeurt. Het vraagt je je eigen veilige nest af en toe te verlaten om Gods liefde zichtbaar te maken bij de mensen die letterlijk of figuurlijk schreeuwen om liefde ...

De levensstijl van Jezus was er één die geen compromissen toeliet: Jezus had gekozen voor God en dus ook voor diens menslievendheid. Zo'n radicale keuze verandert niet alleen je leven, ze roept ook weerstand op. We hebben allemaal de mond vol van het Rijk Gods als een rijk van liefde, maar we voelen elke dag aan den lijve hoe moeilijk het is om iedereen lief te hebben. Kunnen wij als maatschappij aanvaarden dat een prostituee een nieuwe kans krijgt, dat armen een deel van ons loon krijgen? De straffende God uit het OT is zoveel efficiënter om de mensen in het gareel te houden. Een God die angst inboezemt heeft meer volgelingen dan een God van liefde en vertrouwen. Het is dus heel begrijpelijk dat de gevestigde religieuze orde Jezus niet graag ziet komen: Hij werpt hun goed geoliede systeemgodsdienst omver. Jezus moet wel aangevoeld hebben dat Zijn Blijde Boodschap slecht overkwam bij de mensen die de macht in handen hadden. Hij had kunnen compromissen sluiten, zoals goede Belgen doen, maar dan verloor Zijn Boodschap aan Blijheid. Hij had een andere weg kunnen volgen, maar dan was Hij Zijn roeping ontrouw geworden. Het is daarom met recht en rede dat Jezus Zijn volgelingen waarschuwt dat wanneer zij Hem willen volgen in Zijn radicaiteit, zij ook hun kruis zullen moeten opnemen. Ze zullen wel eens met gejuich onthaald worden om de vele goede dingen die ze doen, maar ze zullen bespot en beschimpt worden als ze het opnemen voor het ongeboren leven dat zichzelf nog niet kan verdedigen, voor de gehandicapte mens, het ongewenste kind, de asielzoeker, de ex-gevangene, de stervende mens ... Men zal beschimpt worden omdat men het opneemt voor mensen die misschien nutteloos en weerloos zijn maar die nu eenmaal beeld van God zijn en dus respect moeten afdwingen.

De godsdienst die Jezus voor ogen heeft, is geen godsdienst waarbij God voor de kar van het persoonlijke geluk gespannen wordt. Wie bidt en zich aan Gods regels houdt, zal een gelukkig en lang leven beschoren zijn. Bij Christus, is het niet zo: het is niet omdat je gelovig bent dat je niets kan overkomen. We geloven enkel dat wat er ook gebeure, wij steeds door God gedragen worden omdat wij door ons doopsel mogen delen in Zijn leven. Als Jezus het hier heeft over je kruis opnemen, gaat het over het kruis van de naastenliefde. Een christen leeft voor de ander, schenkt zijn leven aan anderen, is weggegeven liefde. Wie mensen haat, heeft veel minder werk en zal veel minder gekwetst worden, maar dat is niet het kruis dat wij moeten opnemen, we moeten het kruis van de naastenliefde dragen. Steeds weer met woord en daad getuigen dat God de mensen graag ziet. Dat is lastig, omdat er aan de kant mensen staan die je staan uit te lachen: wie gelooft nu nog in de liefde, als je ziet en hoort wat er allemaal gebeurt in onze samenleving? Het is lastig omdat het vermoeiend is, het kan zelfs zo zwaar worden dat je er onder bezwijkt. Je kan struikelen over je eigen ongeluk, je pijn, je twijfel, ... : probeer dan maar eens op te staan en Gods liefde te blijven dragen.

Is dit wel haalbaar voor mij, een doodgewone gelovige? Uiteindelijk zal God oordelen over ons leven, ik meen alleen dat we het onze roeping verplicht zijn ons leven te leven ten dienste van anderen. Mijn overleden buurvrouw vatte dit alles zo mooi samen als we haar bedankten omdat ze iets voor ons gedaan had: " we zijn er om elkaar te helpen". Wie kan zoveel wijsheid tegenspreken? Maar kunnen en willen we die wijsheid beamen met ons leven? Durven we een leven te leven vol van liefde dat dus vroeg of laat weerstand oproept of gaan we met Petrus ons met geweld verzetten of andere wegen gaan?