Reorganisatie parochies 2008

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden

"We houden van onze parochies en kerkgebouwen. Vele duizenden parochianen zetten zich dagelijks in voor hun gemeenschappen en voor het behoud van hun Godshuizen. Het liefst zetten zij de deuren van hun geloof zo wijd open als ze kunnen. Ze zouden alles en iedereen willen bevestigen, zin willen geven aan iedere keuze of niet-keuze en het Evangelie presenteren als een boek vol levensopties, met als grote leidraad de liefde. Het is goed ons daarbij te realiseren dat we in essentie samenkomen rond de gedachtenis van onze Heer Jezus als de gekruisigde en verrezene. Liefde heeft bij ons een naam en is een programma van intense confrontatie. Het levenslang volgen van Christus in de Geest brengt ons bij God terug op een manier die voor iedereen leidt tot ingrijpende veranderingen in denken en doen. Daarom kunnen we niet kiezen voor een kerk die zich louter openstelt als een winkelketen die zingeving en religiositeit in de aanbieding heeft."

Aldus, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk; aldus onze bisschop, Jozef Punt, in zijn beleidsnota "Nieuwe tijden, nieuwe wegen" uit 2004[1]. Het evangelie van de liefde als "programma van intense confrontatie". "Het levenslang volgen van Christus in de Geest brengt ons bij God terug op een manier die voor iedereen leidt tot ingrijpende veranderingen in denken en doen" - met alle pijn van dien, kunnen we er aan toevoegen. Ik denk, veelgeliefden, dat hier met andere woorden gezegd wordt, wat de Heer zelf ons in het evangelie van deze zondag wil duidelijk maken waar wij Hem horen zeggen: "Als iemand achter Mij aan wil komen, laat hij dan met zichzelf breken, zijn kruis opnemen en Mij volgen."

Je kruis opnemen. Wat zouden wij dáárover, veelgeliefden, met elkaar een moeilijk maar ook mooi en goed gesprek kunnen voeren, over precies díe vraag: Wat is voor jou en voor mij in ons leven jouw en mijn kruis? Waar bestaat dat uit?

Dat gaan we nu echter niet doen. Ik ga U en mijzelf nu een ander kruis opleggen. Ik wil met U spreken over de gewenste reorganisatie van het parochies-pastoraat zoals de bisschop die in genoemde nota uit de doeken doet. De sleutelterm in dat verband is de zogenaamde "regio-vorming". Ook hier in Amsterdam-Zuid hebben wij daar op dit moment volop mee te maken. Het is de bedoeling dat wij na afloop van deze viering, na de koffie, in een "parochie-vergadering-nieuwe-stijl" hierover met elkaar in de dagkapel een half uur met elkaar van gedachten wisselen. In deze verkondiging wil ik de aanzet geven voor dat gesprek.

Wat is voor de katholieke kerk van ons bisdom precies een "regio"? Een regio is de verzameling van een aantal parochies in een bepaald gebied plus wat er nog meer aan kerkelijke gemeenschappen binnen dat gebied zich bevindt. Deze Vredesparochie maakt deel uit van de regio Amsterdam-Zuid waarvan ook deel uitmaken: de parochie van Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans, ook wel de Obrecht-parochie genoemd, en vervolgens de Agnes-parochie, de Thomas-parochie en de Christus Geboorte-parochie, in totaal vijf parochies dus. Binnen dit gebied hebben we dan ook nog te maken met (in willekeurige volgrorde!): (1) de kapel van en de beweging rónd de Vrouwe  van Alle Volkeren, (2) de communauteit van de paters Jezuïeten aan de Lairessestraat, (3) diverse huizen van het Opus Dei, (4) de engelstalige All Saints-parochie voor Afrikaanse katholieken - maar deze gaat op afzienbare termijn verhuizen naar Oud-West, (5) de El Shaddaai-gemeenschap voor Filippijnse katholieken die sinds enige tijd bij ons hier in de Vredeskerk is ingetrokken, (6) de Koreaanse katholieke gemeenschap die van de Christus Geboorte-kerk gebruik maakt, (7) de Petrus-broedershap die sinds een paar jaar in de Sint-Agneskerk vieringen geheel in het latijn verzorgt conform de Tridentijnse ritus en op de Apollolaan hebben tenslotte (8) ook de paters Salesianen van Don Bosco nog een huis. Drie allochtone parochies dus en vijf gemeenschappen die geworteld zijn in een specifieke spiritualiteit binnen onze regio.

Deze vijf parochies en zeven andere katholieke gemeenschappen worden geacht op elkaar betrokken te zijn. De bisschop noemt dit in zijn nota "communio", "gemeenschap". Als katholieken van het bisdom Haarlem, en dat geldt dus ook voor Amsterdam, worden wij geacht binnen de afzonderlijke regio's een "gemeenschap van gemeenschappen" te zijn die dus niet van elkaars bestaan misschien niet eens weet hebben, die niet langs elkaar heenleven, maar die integendeel op elkaar betrokken zijn en elkaar steunen omdat zij zich realiseren dat zij ten diepste voor één en hetzelfde staan, namelijk voor Jezus Christus en Zijn Koninkrijk. Als voorbeeld wijst de bisschop daarbij naar de kleine christelijke gemeenschappen uit de eerste eeuwen van de kerkgeschiedenis: die waren intens met elkaar verbonden zegt de bisschop. Hij realiseert zich daarbij dat dit in onze tijd niet vanzelfsprekend is: "De liefde tussen de broeders en de zusters is vaak ver te zoeken; binnen de kerk is evenzeer wereldsheid als daarbuiten." Op grond van onze eigen ervaring, veelgeliefden, moeten we dit natuurlijk bevestigen, bijvoorbeeld waar het de parochies betreft: Die zien elkaar vaak meer als concurrenten dan als bondgenoten. Dat is dus echter niet de bedoeling. Daarom wil de bisschop in het kader van de regio-vorming bevorderen dat wij opengaan voor elkaar.

De bisschop streeft er in dit verband naar om per regio één priester te benoemen die eindverantwoordelijke is voor de regio als gehéél. Deze wordt benoemd (ik citeer de nota) "in één parochie binnen de regio, waar hij pastoor is in de volle zin van het woord. Voor de andere parochies binnen de regio is hij administrator, belast met de eindverantwoordelijkheid."[2] Nog een paar citaten: "De pastoor gaat gewoonlijk voor in de zondagsvieringen van de parochie waarvan hij pastoor is. Naar vermogen is hij beschikbaar voor zondagsvieringen in de parochies waarvan hij pastoor/administrator is."[3] "De parochie waar de priester-herder benoemd is, vervult een bijzondere rol in de regio, omdat rond haar de regiosamenwerking zich dient te concentreren."[4] "Het vraagt prudentie en vaardigheid om een plaats te bieden voor het (...) gemeenschapsopbouwend leven van de hele regio zonder het zich toe te eigenen."[5] Tot zover de nota.

Die bewuste taak van eindverantwoordelijke priester voor de regio Amsterdam-Zuid heeft, veelgeliefden, de bisschop aan mijn persoontje toevertrouwd. Sinds veertien jaar ben ik al de pastor/pastoor van deze parochie. En sinds 1 april van dit jaar ben ik nu ook benoemd tot pastor-administrator van de Rozenkrans-parochie. Omdat de bisschop de Agnes-kerk wil toevertrouwen aan de reeds genoemde Petrus-broederschap zal deze binnenkort niet langer een parochie-kerk zijn, maar een zogenaamde rectorale kerk worden (zoals bijvoorbeeld in de binnenstad de kerk De Krijtberg van de paters Jezuïeten); om die reden wordt het gebied van de dán voormalige Agnes-parochie toegevoegd aan dat van de Rozenkrans-parochie. De Thomas-parochie en de Christus Geboorte-parochie hebben tot op de dag van vandaag elk hun eigen pastoor, respektievelijk administrator en zullen naar ik aanneem voorlopig op de huidige manier doorfunctioneren. In concreto hebben we wat betreft die zogenaamde regio op dit moment dus vooral te maken met de Rozenkranskerk en -parochie.

Binnen het eerder vanuit de bisschoppelijke nota geschetste plaatje zou dus onze Vredesparochie de centrale parochie van de regio moeten zijn. Daar valt natuurlijk inderdaad veel voor te zeggen. Immers, in deze kerk komen op zondag binnen onze regio duidelijk de meeste mensen bijeen. Bovendien is deze kerk elke middag open, wordt hier dagelijks de eucharistie gevierd dan wel is er, eens per week, een woord-en-communieviering én worden hier, driehonderdvijfenzestig dagen per jaar van 's morgen vroeg tot 's avonds laat de kerkelijke getijden gebeden. Ook de opbrengst van de collectes en van de Aktie Kerkbalans is hier substantieel hóger dan in de Rozenkranskerk[6].  

Het zou echter volkomen verkéérd zijn, veelgeliefden, om te denken: wij zijn méér en wij zijn beter dan de Rozenkransparochie. Want ook dáár "zit er muziek in". Ook dáár heeft men z'n redenen om te denken: Het gaat hier goed. Daarbij komt: De Rozenkranskerk is een rijksmonument, terwijl de Vredeskerk "slechts" een gemeentelijk monument is. Met voortvarendheid zíjn én wórden er fondsen geworven waardoor er aan de Obrecht nu al een tijdlang gerestaureerd kan worden. Het is duidelijk dat men dáár, zoals hier, in de toekomst van de kerk als kerk gelooft én dat het bisdom, dat altijd toestemming moet geven voor grote financiële operaties, dit ten aanzien van beíde kerken, Rozenkrans- én Vredeskerk, steunt. Ik mag mij derhalve de pastor weten van twee kerken en kerkgemeenschappen waaraan gerestaureerd, waaraan gewérkt wordt. Best iets om verheugd en trots op te zijn eigenlijk.

Die restauratie, die steigers ín en óm die twee kerkgebouwen is niet alléén iets van de buitenkant, van het gebouw, maar geldt ook voor "de binnenkant" van beide gemeenschappen, voor de mentaliteit ervan. Ik denk dat het inderdaad nodig is om, zoals de bisschop in zijn nota aangeeft, heel diep doordrongen ervan te raken, op beide plekken, dat de kerk niet op de eerste plaats de kerkgebouwen zijn, maar wel dat levenslange volgen van Christus in de Geest waardoor wij bij God terug gebracht worden op een manier die voor iedereen leidt tot ingrijpende veranderingen in denken en doen. Dát, veelgeliefden, is de kern - en in welke gebouwen dat gestalte krijgt is uiteindelijk bijzaak ...

De komende tijd zult U mij hier minder zien. Dit najaar, vooral in de maand oktober, zal ik relatief vaak in de Rozenkranskerk zijn. Ik denk dat het belangrijk is dat ik de mensen daar in deze fase wat beter leren kennen en zij mij. Ik heb ervoor gekozen om aan alle gastpriesters die in beide kerken assisteren (en dat zijn er bij elkaar wel tien!); om aan hen te vragen om in beíde kerken voor te gaan. U zult de komende tijd hier dus veel nieuwe gezichten gaan zien. Ik hoop dat onze beide kerken, de Rozenkranskerk en de Vredeskerk, zich ten opzichte van elkaar echt gaan verhouden als tweelingzusjes die elkaar door een door kennen en die erg van elkaar houden. Het is in dat verband goed, zo dacht ik, als de priesters daarin vooróp gaan, in dat leren kennen en waarderen van beide gemeenschappen. En ik hoop van harte dat U, dat de andere gelovigen daarin mogen volgen en, wie weet, zelfs de priesters voorbij mogen streven. Ik hoop van harte dat beide gemeenschappen en dat álles wat op katholiek gebied maar los en vast zit elkaar steunen en inspireren mag, en dat dat gebeuren mag, liefst, in verbondenheid met de andere christelijke kerken binnen onze regio en met alle mensen van goede wil die hier wonen. Misschien, veelgeliefden, dat dit soms ook kan voelen als een kruis. Maar daarvan vraagt de Heer ons dus dat wij het opnemen. Amen.