Waarom in Gods naam toch het lijden aanvaarden? (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 538 niet laden
Waar zou u aan denken, vroeg ik me af, als we het lef zouden hebben om naar de tekst van de eerste lezing te luisteren zonder bij voorbaat het idee te hebben: O dit is de heilige Schrift, het moeten dus wel mooie vrome gedachten zijn.
Laten we het maar eens proberen: te luisteren naar die tekst zonder te bedenken dat het in de Bijbel staat. Wat voor associaties krijgt u er dan bij? Ik zal u daarna mijn associaties vertellen.

'HEER, u hebt mij verleid, en ik ben bezweken,
u was te sterk voor mij en hebt mij in uw greep gekregen.
Dag in dag uit lachen ze om mij,
iedereen bespot mij.
Telkens als ik spreek, moet ik schreeuwen:
"Ik word mishandeld, onderdrukt!"
Want de woorden van de HEER brengen mij
dag in dag uit schande en vernedering.
Als ik denk: Ik wil hem niet meer noemen,
niet meer spreken in zijn naam,
dan laait er in mijn hart een vuur op,
dan brandt het in mijn gebeente.
Ik doe moeite om het in bedwang te houden,
maar ik kan het niet.'
Jeremia 20, 7-9 (Nieuwe Bijbel Vertaling)

Ik had het gevoel alsof ik naar het verhaal aan het luisteren ben van vrouwen in een Blijf van m'n lijf huis.
'In het begin leek alles mooi. We hadden het zo goed samen. Terugkijkend zeg ik: Ik heb me laten verleiden. Ik was slap, ik kon geen weerstand bieden.
Later kwamen de vernederingen. Zo groot en gewaardeerd als ik me eerst voelde, zo klein werd ik later, bespot, uitgelachen, vernederd.
En toch weet ik, wat andere mensen ook mogen zeggen of denken, ik ga weer naar hem terug. Ik kan niet anders. Ik weet het diep in mijn hart. Hij heeft een macht over me. Ik moet wel.'

Ik hoop dat u me deze associatie niet kwalijk neemt, want het is nogal wat om God te vergelijken met een gewelddadige partner. Zeker als u deze associatie helemaal niet had of misschien zelfs in meerdere of mindere mate als godslasterlijk beschouwt, dan vraag ik veel van u.
Ik stel uw geduld nog even op de proef, en leg u uit waar míjn associatie vandaan komt.

Wat mij fascineert is de vraag waarom Jeremia zo gegrepen wordt door God dat hij niet anders kan dan zijn Woord verkondigen, zelfs als hij daarmee alleen maar geweld, bespotting en vernedering oproept. Natuurlijk weet ik wel dat elke vergelijking mank gaat. Natuurlijk realiseer ik me dat het niet God is die Jeremia belastert, beschimpt, gevangen zet, in elkaar laat slaan, maar wel de mensen van zijn eigen volk, naar wie hij keer op keer terugkeert met die boodschap van God.
Dat is wat anders dan als vrouw steeds maar bij een vent blijven die zijn handen niet thuis kan houden, maar toch ... De vraag blijft: waarom doen mensen dit?

Die vrouwen zeggen: Hij heeft toch ook z'n goede kanten. Hij was niet altijd zo. Hij kan ook heel lief en teder zijn. Hij is vroeger zelf ook geslagen, vernederd, misbruikt. Het blijft toch de vader van mijn kinderen. Of zelfs: we houden toch van elkaar.

Jeremia zegt: "Als ik denk 'Ik wil niet meer', dan laait er een vuur op in mijn hart. Het brandt in mijn binnenste."
Wat is dat voor een vuur, waardoor hij niet anders kan? Zijn passie voor gerechtigheid; zijn liefde voor zijn volk met wie hij het ondanks alles goed voor blijft hebben; zijn trouw aan God?

En Jezus? Waarom gaat hij naar Jeruzalem, als hij weet dat hij daar veel moet lijden en gedood zal worden? Waarom zegt Jezus zelfs dat hij naar Jeruzalem móet gaan?
Dit raakt de kern van ons geloof. Misschien is Jezus daarom ook wel zo fel tegen Petrus als die probeert hem er van af te houden om naar Jeruzalem te gaan. Dan stuurt hij Petrus weg, en noemt hem Satan, degene die (personifieert dat hij) in de weg staat tussen Gods bedoelingen en - in dit geval - Jezus.

Voor vele christenen is Jezus precies daarvoor gekomen: om te lijden en te sterven en ons zo te verlossen (van onze zonden). Laat ik het maar duidelijk zeggen: ik geloof niet dat Jezus gekomen is om gekruisigd te worden, wel dat hij in zijn léven het onverwoestbaar teken is van Gods trouw aan en liefde voor de mensen. Omwille van die trouw en die liefde móest hij wel naar Jeruzalem gaan, mocht hij zijn mensen, Gods lieve mensen niet in de steek laten, ook al dreigde er gevaar. Dat deze weg uiteindelijk heeft geleid tot zijn gevangenneming, vernedering, bespotting, marteling en dood aan het kruis, heeft hij minstens als een risico zien aankomen en aanvaard. Niet gezocht, niet gewild, wel volledig geaccepteerd, uit liefde, liefde voor God, liefde voor zijn mensen.

Daarom ook zegt Jezus tegen zijn leerlingen, zijn leerlingen van alle eeuwen en dus ook tegen ons: 'Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en mij volgen. Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het behouden.'

Ieder van ons krijgt onvermijdelijk haar of zijn portie moeilijkheden en leed. Wij hoeven het lijden niet op te zoeken. Het christendom kiest niet voor masochisme, wel voor trouwe liefde voor Gods boodschap, voor Gods mensen. En dat mag wat kosten. Daar mogen, ja, daar móeten wij ons leven voor inzetten. Van ons allemaal wordt gevraagd dat wij hiervoor ons leven geven. Op veel te veel plekken in onze wereld geldt dit ook vandaag nog in de meeste letterlijke zin, maar ook voor ieder van ons, hier in Osdorp, in ons relatief veilige Nederland, wordt gevraagd dat wij ons leven geven, durven delen met een ander: onze liefde, onze aandacht, onze tijd, ons geloof, ons geld, ons goed, onze hoop. Alleen door te delen ontdekken we wat werkelijk leven is. Wie elk risico wil vermijden, wie toegeeft aan zijn of haar angsten, komt niet aan leven toe, maakt de eigen wereld steeds kleiner, verliest het leven in plaats van het te behouden.
"Wie zijn leven niet wil geven, niet wil delen met een ander, gaat verloren. Wie wil geven wat hij heeft, die zal leven, die zal weten dat hij leeft."