Een elite-kerk?

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Hij is nog maar pas op de troon geplaatst, of hij valt er meteen van af. Zo zou je het stuk van vandaag kunnen lezen. Jezus is blijkbaar niet de hoofdrolspeler in een successtory Hij is ook niet bezig een keurkorps te vormen en Hij kiest ook niet de hoogst stabiele voorman. Hij werkt niet elitair.

Hij was wel met een kleine groep bezig, maar die kleine groep was verre van een elite. Laat ik dus maar onmiddellijk corrigeren: Petrus werd door Jezus niet op een troon geplaatst. Hij werd opgevorderd om zijn weg mee te gaan. En daar heeft Petrus heel wat last mee. Hij wil Jezus wel de Christus noemen, de Zoon van de levende God, maar was hij wel bereid deze belijdenis ook consequent te beleven? Dat was hij helemaal niet. Jezus die hem zopas op een sleutelpositie heeft geplaatst, moet hem een bladzijde verder een satan noemen. Zijn belijdenis is wel juist, maar zijn motivering is dat allerminst. Hij laat zich leiden door menselijke motieven. Hij moet het belangrijkste nog leren. Als hij dat niet inoefent, zal hij met zijn sleutels verkeerde deuren openen.

Jezus wil niet een koor achter zich als dit slechts alleluja zingen kan. Het zal ook een passieverhaal moeten aanleren. Zijn zangers zullen nog veel repetities nodig hebben, want in het stuk komen er enkele moeilijke passages voor. Het is muziek met vele kruisen op de notenbalk. Petrus had liever een vlot meezingertje gezongen. Daarop wordt hij streng vermaand. Hij was nog niet eens een goed koorlid. Hoe zou hij een goed koorleider kunnen zijn?

Daarmee wordt ons veel geleerd over wat het christendom behoort te zijn. Het is wandelen op een moeilijke, smalle weg. Dat wij niet met velen zijn, mag ons niet verwonderen. Jezus windt er ook geen doekjes om. Hij spreekt over de onvermijdelijkheid van het kruis. Niet omdat Hij het lijden en het kruis koestert, maar gewoon omdat de mislukking erbij hoort. Het leven van de mensen is getekend door het lijden en door de dreiging van de dood. Machten-ten-dode zijn altijd hyperactief. Jezus heeft het kruis niet uitgevonden. Hij heeft het gezien. Daar begint zijn spiritualiteit.

Eens kwam een vrouw in een winkel van ‘godvruchtige voorwer¬pen'. Zij wilde een kruis kopen voor haar dochter die binnenkort zou trouwen. De pater haalde heel zijn arsenaal kruisbeelden tevoorschijn, een grote tafel vol. Mevrouw vond niet wat ze zocht. Zij wilde een kruisbeeld met daarop een Christus die lacht. Ja, zegt de pater, eerst slaan we Hem aan het kruis en dan zouden we willen dat hij lacht. De pater kon er niet mee lachen en de vrouw lachte op een feest... zonder kruis.

Is deze anekdote niet een typische illustratie van het feit dat er slechts weinigen meegaan op de smalle weg? Als wij vandaag geen volle kerken meer hebben, dan is dat wellicht omdat het christendom zijn ware gelaat toont? In een ‘christenheid' konden vele mensen anoniem meedoen zonder bewuste persoonlijke keuze. Vandaag zijn wij met weinigen om de kern van het geloven te zoeken en te be-amen. Het zijn gelukkig allemaal gewone mensen. Het is geen elitair clubje. Voor enkele mensen moet Christus niet lachen op zijn kruis.

Zij nemen de tranen ernstig.