Weggegeven leven

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Toen Florence Nightingale zich inzette voor oorlogsgewonden aan de bloedige fronten van haar tijd, en zo haar leven riskeerde, zeiden haar vrienden en vriendinnen dat ze aan haarzelf diende te denken.

De Vlaamse pater Damiaan de Veuster, die zijn leven in dienst stelde van de melaatsen op het eiland Molokai in Hawai, en die zelfs een standbeeld kreeg in de galerij van de nationale helden in het Capitool in Washington DC, kreeg van verschillende kanten hetzelfde te horen.

Jezus' familie reisde hem achterna om hem terug thuis te krij¬gen. Ze meenden dat hij veel te ver ging, dat het alleen maar slecht kon aflopen, en dat hij zijn verstand verloren had. Als ze daarbij meenden dat Jezus over dit alles niet nagedacht had, vergisten ze zich. Het relaas over zijn bekoringen voordat hij zijn openbare leven begint, laat zien hoe satan de grote verleider hem bekoort alleen aan zichzelf te denken. Bekoringen die gezien zijn heel bijzondere talen¬ten zeer bekoorlijk waren. Als hij aan zijn vrienden uitlegt waar zijn inzet hem toe zal leiden, dat hij gefolterd en ter dood gebracht zal worden, komt Petrus met dezelfde verleiding aan. Aangezien Petrus in het groepje rond Jezus inderdaad de ‘eerste onder gelijken' is, moet de rest van zijn gezellen er op dezelfde manier over gedacht hebben: ‘Dat verhoede God, Heer, zoiets mag u niet overkomen!' Ze zien niet hoe het zó weggeven van je leven uit liefde voor anderen ook maar enig nut zou kunnen hebben. Ze zien niet, hoewel hij hun dat uit probeert te leggen, dat je door zó te leven en te sterven inderdaad je echte zelf vindt. ‘Wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om mijnentwil - en omwille van waar ik voor sta - zal het winnen.' Toen zijn beulen Dietrich Bonhoeffer vanuit zijn cel ophaalden om opge¬hangen te worden, keerde hij zich naar zijn medegevangenen en zei: ‘Dit is het einde, en voor mij mijn levensbegin!' Hij had het begrepen.

Voor hen die toch blijven menen dat je leven zo weggeven voor het leven van de wereld - want dat is wat Bonhoeffer deed - nutte¬loos is, ligt de moeilijkheid dieper.

In het toneelstuk The Cocktail Party van T.S. Eliot zijn de vrienden en vriendinnen van Celia Coplestone diep getroffen en erg verdrietig, als ze horen hoe Celia gefolterd en vermoord werd tijdens een opstand, terwijl ze aan de pest stervende inlanders aan het verplegen is in een vreemd en veraf land. Haar dokter, Sir Henry Harcourt Reilly, zegt dan tegen hen: ‘Voor wat Miss Coplestone betreft, omdat jullie denken dat haar dood zonder enig nut was, voelen jullie je schuldig; en omdat jullie je schuldig voelen, denken jullie dat haar leven nutteloos was. Het was een triomf.'

Petrus' protest, en dat van de anderen, is met alleen maar be¬zorgdheid voor Jezus, hoewel dat ook wel een rol gespeeld zal heb¬ben. Geconfronteerd met Jezus weet Petrus al dat hij zoals zijn vriend Jezus zou moeten zijn. Jezus die zich - met zijn lichaam en bloed - wil inzetten voor menselijke waardigheid, vrijheid en leven. Petrus is zo ver nog niet. Petrus heeft daar zijn leven nog niet voor over. Het is daarom dat hij Jezus van zijn gelijk wil overtuigen.

Jezus, die hem enkele regels eerder bij Matteüs nog ‘rots' en ‘fundament' noemde, geeft hem voor de rol die hij nu speelt een an¬dere naam: Satan! De onlangs verleden Amerikaanse exegeet John Mackenzie merkte eens op, dat het eigenlijk jammer is dat Matteüs die twee passages in deze volgorde geeft, eerst ‘rots' en dan Satan. Hij voegde er - wat ondeugend - aan toe, dat het geen slecht idee zou zijn om beide woorden op de Vaticaanse munten te laten in¬slaan. Het woord ‘rots' aan de ene kant, en Satan aan de andere kant. Het is niet alleen van Petrus dat dit gezegd kan worden, en in feite door Jezus gezegd wordt. Ook hier is Petrus primus inter pares.

Wie van ons is zo integer, dat zijn of haar integriteit als die van Jezus is? Wie heeft zijn simpele, ondubbelzinnige inzet, als het over eerbied en liefde voor het leven gaat? Zijn we niet allemaal bereid om zijn houding als overdreven te beschouwen? Misschien niet in woord en belijdenis, maar dan toch in ons eigen concrete leven.