22e zondag door het jaar A (2008)

"Wie zijn leven wil redden, zal het verliezen..." Als iemand om welke reden dan ook lichamelijk of geestelijk moet lijden - moet, omdat dat onvermijdelijk is - dan zeggen wij onder elkaar, en zelfs in onze gebeden al heel gauw: "dat moet toch niet kunnen, God, doe er iets aan..." Wij mensen, wij vinden eigenlijk gewoon allemaal, dat ziekte en lijden niet bij ons leven mogen horen. Zo bidden we, zo knokken we, zo spreken we met elkaar - christenen en niet-christenen, ze lijken in dat opzicht allemaal op elkaar!
"Wie zijn leven wil redden, zal het verliezen..." Ik heb iemand gekend die na een mooi leven werd getroffen door de gevreesde ziekte. Op zijn sterfbed lag hij daar, helemaal vermagerd en uitgeteerd door de tumor. Hij wilde dat ik hem het de Laatste Sacramenten zou toedienen, maar niet alleen in bijzijn van zijn vrouw, maar met alle kinderen en kleinkinderen die niet zoveel meer met geloof en Kerk ophadden. Hij wilde dat ik van zijn bediening een catechese zou maken: ik zou de familie mogen zeggen dat opa niet bang was voor de dood en vertrouwde op Jezus, en hij zou dat laten zien in zijn vrede.
"Wie zijn leven wil redden, zal het verliezen, maar wie zijn leven durft te verliezen, vindt het!" Zo'n evangelie geeft een zekere moeilijkheid voor wie tegenstribbelt en de hakken in het zand zet, maar hoe anders het verhaal van de stervende dat ik zelf heb meegemaakt. In iedere eucharistie gedenken wij Jezus Christus, aan wie de christen zijn naam ontleent. Hem overkwam dat lijden niet zomaar. Hij kwam niet toevallig onder en passerende kameel, of viel van de trap, nee, zijn lijden was helemaal vrijwillig, en Hij had er aan kunnen ontsnappen als Hij wilde. Toch deed Jezus niets tegen zijn lijden. "Toen Hij werd overgeleverd en vrijwillig zijn lijden op zich nam, nam Hij het brood." We bidden het elke eucharistie en misschien ontgaat het ons hoezeer het strijdt of overeenkomt met ons gewone leven!
"Wie zijn leven wil redden, zal het verliezen." Eerlijk gezegd moet dat bij ons mensen toch wel een flinke bel laten rinkelen. Wij, die vanuit ons menselijk denken en voelen dat lijden meestal helemaal niet willen, zijn er niet klaar mee en niet klaar voor. We zoeken het zeker niet en zélfs als het ons overkomt, dan nog niet. Hoewel we bliksems goed weten dat het bij ieder mensenleven hóórt en bijna niemand ervan verschoond blijft, leren we er niet mee om te gaan - en we vinden dat we daar groot gelijk in hebben. Etty Hillesum zegt daarover in haar dagboek: "Lijden is niet beneden de menselijke waardigheid. Men kan menswaardig lijden en onmenswaardig. De meeste westerlingen verstaan de kunst van het lijden niet meer. Ze krijgen er duizend angsten voor in de plaats. Wanneer dit leven hun ontnomen wordt, dan wordt hun toch niet veel ontnomen? Men moet de dood accepteren als bij het leven behorende. Het komt erop aan hoe men het lijden draagt en of men het te rangschikken weet in zijn leven."
Hoe mensen het kruis in hun leven een plaats kunnen geven - we hebben er geen pasklaar antwoord op. Dat is voor ons als Kerk met elke mens een persoonlijke zoektocht met een persoonlijke invulling. Voor de een zal dat een offer kunnen zijn dat uit liefde voor medemensen wordt gedragen; voor de ander zal die zingeving meer liggen in een wijze levensles voor de kinderen en kleinkinderen - zoals in mijn verhaal. En hoe dan ook: het lijden wordt nooit alleen gedragen, maar altijd mogen we zeggen: samen met Jezus en samen met alle lijdenden van de geschiedenis. Jouw kruis een solidair kruis - het ene lijden van alle eeuwen dragen we mét alle eeuwen.
"Wie zijn leven wil redden, zal het verliezen." Jezus is degene die de mensen met beide benen op de grond wil zetten. Wie gelooft en leeft zoals Hij, geeft ook het kruis een evenwichtige plaats in zijn of haar leven. Op tijd, nu al, voordat het te laat is en we alleen maar kwaad en opstandig zijn omdat we er dan middenin zitten. Ik ken iemand die altijd bang is dat zij niet meer kan bidden als ze eens moet sterven, dat dan de pijn haar zal overweldigen. Ik zeg dan: daarom leren we nu bidden, maken we er nu een deugd van, zodat we straks gedragen worden door onze gebeden die al gezegd zijn. De houding van Jezus leren we nooit te vroeg. "Wie zijn leven wil redden, zal het verliezen." Ook die weg van Hem kunnen we beter vroeg proberen te plaatsen, om niet te vervallen in de begrijpelijke menselijkheid van Petrus en te moeten horen: ‘Ga terug satan, want ge laat u leiden door menselijke overwegingen.' Willen wij dat echt, zó volgeling zijn van Jezus dat wij te allen tijde klaar zijn om het leven te nemen zoals het is, mét de gewone portie lijden en kruis? Of willen we het wel een beetje, maar dan zònder dit lijden?
"Wie zijn leven wil redden, zal het verliezen." Het heeft geen enkele zin, om hier een jota of haaltje van af te doen. Alles wat ik hier in deze preek van af doe, omwille van het medeleven met het rotgevoel of de ergernis wat deze woorden bij u wel moeten oproepen, is laf van mijn kant - het schaft niet alleen het evangelie en de navolging af, maar ook is het mijn lafheid om ons aller lijden eerlijk onder ogen te zien. Daar help ik u ook niet mee en ik ken ook teveel mensen die het leven wel op een andere manier hebben aanvaard. De twijfels en vragen zijn begrijpelijk, maar het enige christelijk antwoord op alle vragen die het onvermijdelijke bij ons oproepen, is het voorbeeld van Jezus. Zonder het vrijwillige kruis van Christus heeft het christendom niets meer te melden aan mensen die lijden. Waarom gaat de priester op bezoek bij mensen die ziek zijn en lijden? Laat het duidelijk zijn: om geen enkele andere reden, dan hen te helpen om het kruis (dat dan onvermijdelijk is) te dragen, te willen dragen, om hen de hulp van de sacramenten aan te bieden, en hen te helpen dit te willen. De heilzame sacramenten die de zieke mens zullen helpen om vanuit Christus die in hen komt wonen, als waardige leerling het kruis te dragen. Alle andere dingen zijn bijzaak, hoe fijn menselijke woorden ook kunnen zijn.
Wij verkondigen een vernederde en gekruisigde Christus. Zoals Paulus zegt in een van zijn brieven: "De prediking van het kruis is een dwaasheid voor hen die verloren gaan, maar voor hen die gered worden, is zij een goddelijke kracht. Wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, maar voor hen die geroepen zijn Gods kracht en Gods wijsheid. Want de dwaasheid van God is wijzer dan de mensen en de zwakheid van God is sterker dan de mensen". (1 Kor.1) "Want wie zijn leven verliest omwille van Hem, die zal het vinden", is de wijsheid van vandaag.
"Wie zijn leven wil redden, zal het verliezen." Broeders en zusters, ik bied u dus in naam van God de vernederde en gekruisigde Christus aan. Een cadeautje met een doornenkroon eromheen. Denkt u, als u straks ter communie gaat, en "amen" zegt, aan de gevolgen: die navolging die die Christus van U vraagt. Amen.