Achter Jezus aan gaan (2008)

Het was een moeilijk gesprek.  De dame zei dat God haar angstig maakte.  « Dieu me fait peur.  Il me demande trop. »  Als ik met God in contact kom, weet ik dat Hij van mij wat vraagt en dat ik wat moet doen voor anderen.

Graag zou ik bij mensen angst voor God wegnemen.  God kan niet willen dat wij schrik voor Hem hebben.  Maar toch is het waar dat Hij met verwachtingen naar ons toekomt.

Petrus wou Jezus afhouden van zijn tocht naar Jeruzalem.  Jezus zegt immers dat hij veel zal moeten lijden.  Jezus valt zwaar uit tegen Petrus om diens reactie.  Daarna zegt hij aan al zijn leerlingen dat zij achter hem aan moeten gaan en hun leven moeten durven prijsgeven.  Je kan niet ontkennen dat dit veeleisend is.

De Franse jezuïet Valadier, verbonden aan het maandblad Etudes, kreeg de vraag voorgelegd waarom de Kerk het zo moeilijk heeft.  Er is een probleem van taal en communicatie en nog zoveel meer.  Maar er steekt een moeilijkheid in de boodschap zelf.  "Gij hebt oren nodig om te horen.  In de veronderstelling dat de Kerk zich daar meer rekenschap van geeft, moet gij toch erkennen dat de boodschap van het evangelie zelf moeilijk te slikken is.  Gij zult het leven winnen door het te verliezen.  Of nog: gij moet doorheen de dood om het geluk te vinden; aanvaard dat gij moet sterven om te leven.  De tegenwoordige maatschappij is weinig geneigd dergelijke woorden te beluisteren.  Als de  Kerk zegt dat er een waarde steekt in de trouw voor anderen, dat gij met uw lichaam niet om het even wat mag doen, dat gij het niet mag verkopen en belasten, dan wordt ze zeker niet beluisterd.  Ik vind het niet mis dat die boodschap weerstand oproept.  Het bewijst dat ze inhoud heeft" (L.M. 23.12.07).

De woorden van Jezus "Wie zijn leven wil redden, zal het vinden" (Mt. 16,25) behoren tot die woorden, die het diepst het wezen van het christendom uitdrukken.  "Wanneer we deze woorden willen begrijpen, komt het er vooral op aan, dat wij ze niet onmiddellijk opvatten in hun uiterste, schrikwekkende betekenis om ons vervolgens te verdedigen met de tegenwerping, dat ze ons niet aangaan.  Het ‘verliezen van het leven' begint reeds in de dagelijkse dingen; het ‘sterven', waarvan hier sprake is, kan al liggen in de wijze waarop wij het volgend uur een onze hartstocht bedwingen" (Romano Guardini, De Heer).

Het boek van Guardini is meer dan vijftig jaar oud.  Woorden als ‘versterving', ‘zelfverloochening' zijn uit ons vocabularium verdwenen.  De wijze waarop ze ingevuld waren, was niet vrij van kritiek.  Ze gingen zoals bij de woestijnvaders te veel op in een ascetische training.  Abba Pambo vroeg aan Abba Antonius: "Wat hoor ik te doen?" De oude man zei tot hem: "Vertrouw niet op je eigen rechtschapenheid, maak je geen zorgen over het verleden, maar houd je tong en je maag onder controle."  

We kregen andere termen en houdingen aanbevolen zoals assertiviteit, opkomen voor jezelf.  Ook dat moet.  U Luz, wiens commentaar op het evangelie van Matteüs me heel behulpzaam is, is bezorgd over de achteruitgang van de zelfverloochening in een christelijke levenshouding.  Zelfverloochening is geen zelfmoord.  Wat de evangelisten bedoelen is dat wij ons op Christus richten.  Zij wensen dat wij hem zien en niet de weg, die ons te zwaar schijnt.  Het gaat om een bewuste keuze voor een niet op het ik gerichte levenswijze.  Deze wordt mogelijk door ons aan Christus te binden en door hem te volgen, verbonden in gemeenschap met anderen die hem volgen (U. Luz, dl. 2, p. 492-493).

Hoe kan liefde vrucht voorbrengen, zo ze niet bereid is tot gave?  Hoe zouden wij volwassen geworden zijn, hadden onze ouders niet voor ons gezorgd en geen tijd vrij gemaakt?  Hoe kan zorg functioneren zo ze de andere niet centraal stelt?

Kleine stappen laten ons proeven en inzien dat er meer vreugde is in het geven dan in het krijgen.  Ons geluk ligt niet in de vele dingen die we bezitten en opstapelen. 

Christus stelt een ideaal.  Wij mogen dit niet uit het oog verliezen.  Jezus gaat ons voor op een weg en hij is de weg.  Om die weg te gaan vragen wij zijn licht en zijn hulp.  Kardinaal Newman bad om licht voor de volgende stap.  Ik blijf met de vraag zitten of die dame tijdens het gesprek een beetje licht heeft opgevangen.  Wellicht heb ik haar teveel woorden aangereikt en te weinig geluisterd.  "Christenen, en vooral dominees, denken zo vaak dat ze altijd, wanneer ze met andere mensen samen zijn, iets moeten geven en dat dit hun enige dienst is.  Ze vergeten, dat luisteren een groter dienst kan zijn dan praten.  Veel mensen zoeken naar een oor dat naar hen luistert, en ze vinden dat niet onder christenen, omdat deze ook daar praten, waar ze zouden moeten luisteren" (Bonhoeffer brevier, 25 oktober).

Luisteren, dat heeft Petrus te weinig gedaan toen Jezus hem sprak over zijn lijdensweg naar Jeruzalem.  Wanneer Petrus zes dagen later op de berg van de Transfiguratie komt, zal de Vader hem uitdrukkelijk zeggen dat hij naar Jezus moet luisteren (Mt. 17,5).