Dat verhoede God (Mt. 16,21-27)

 

 

 

Van 23 tot 27 augustus 2017 is Vlaanderen gastland voor de 13de Europese Bibliodrama Conferentie. Het European Bibliodrama Network verbindt mensen uit meer dan 12 landen uit diverse bibliodrama-scholen en geloofsovertuigingen. Het is een netwerk waar mensen met interesse voor bibliodrama elkaar kunnen ontmoeten, materiaal kunnen uitwisselen, gezamenlijk vorming of workshops kunnen organiseren.

 

 

Het Diocesaan Centrum Groenhove in Torhout was de plek om te vergaderen maar ook de uitvalsbasis door de nabijheid van Ieper en omstreken om aan te sluiten bij de herdenking rond 100 jaar Groote Oorlog. De titel Pieces of Peace’  ‘Should I not have concern?(Jona 4, 11)’ is de vlag waar onder de deelnemers er varen. Vrede, vergeving, verzoening en verbinding zijn de rode draad in de workshops met vertegenwoordigers uit de verschillende partijen die ook 100 jaar geleden op die plek verzameld waren.  

 

 

 VZW Het Leerke, een jonge Belgisch-Nederlandse, oecumenische vereniging, is betrokken bij de organisatie. Ze biedt workshops, vorming en begeleiding aan rond zingeving en rituelen. Eén van hun belangrijkste activiteiten is bibliodrama. Onder deze noemer past een gamma aan (drama)werkvormen waarmee op een creatieve manier zingeving, gemeenschaps- en persoonsgroei gekoppeld worden aan verhalen uit de Bijbel en uit andere levensbeschouwelijke tradities.

 

 

Bibliodrama zou behulpzaam kunnen zijn voor het begrijpen en uitdiepen van de harde confrontatie tussen Jezus en Petrus over het lijden van de Messias.

 

 

Petrus was nog maar pas in de bloementjes gezet door Jezus om zijn geloofsbelijdenis. Hij kwam onmiddellijk daarna in een harde woordenwisseling met Jezus. Jezus spreekt over zijn komend lijden en Petrus reageert erop met afwijzing. Petrus geeft een andere invulling aan het Messias zijn dan Jezus, die er zelf de vervulling van is. Jezus weet dat hij als Messias zelf zal moeten lijden. Hij zal het kruis niet ontvluchten, overtuigd dat hij zich daarbij schikt naar de inzichten van God.

 

 

Het standpunt van Petrus

 

Laten we even in het vel van Petrus kruipen en zijn motivatie beluisteren. Door zijn belijdenis en het compliment dat hij kreeg, voelt Petrus zich meer verbonden met Jezus en om hem verantwoordelijk. Hij had Jezus erkend als Messias en als Zoon van God. Zo een Messias kan toch niet het onderspit moeten delven. Hij is iemand aan wie alles zich moet onderwerpen en die de nieuwe orde zal installeren.

 

 

Als Jezus de Messias is, dan is hij toch machtig en is hij in staat om uit de hemel legioenen engelen te laten komen (Mt. 26,53).

 

 

Petrus dacht misschien aan een bondgenootschap van de vele sympathisanten van Jezus, vooral deze uit Galilea. Deze zullen toch niet laten gebeuren dat Jezus afgewezen wordt. Petrus vreest ook de weerslag van het lijden van Jezus voor zijn volgelingen en vooral voor zijn leerlingen, die toch alles verlaten hadden en hoopten op een goede toekomst (Mt, 19.27). Ook de moeder van Johannes en Jacobus had goede toekomstplannen voor haar zonen, die hoopten op een mooie plaats naast Jezus (Mt. 20,23).

 

 

In de reactie op deze eerste lijdensvoorspelling van Jezus zit toch de normale weerstand van mensen tegenover het lijden. Wie wil het lijden? Je mag het lijden aan niemand toewensen, noch aan vriend, noch aan vijand. Als het waar is dan het lijden loutert, dan is het ook waar dat het lijden verbittert. Als je het wenst aan je vriend, zou het kunnen dat deze er door verbitterd geraakt. Als je het wenst aan je vijanden, zou deze er wel eens gelouterd uitkomen. We kunnen Petrus begrijpen dat hij wenst dat God zal voorkomen dat Jezus moet lijden. Dat verhoede God. Dat moge God verhoeden, quod Deus avertat, een erkend spreekwoord bij wie nog Latijn kent en dit aanhaalt als iets ongepast zou kunnen gebeuren.

 

 

Silence, de laatste film van Martin Scorsese gaat terug op het boek Stilte van de Japanse schrijver Shusaku Endo (1923-1996). In zijn roman schrijft deze auteur over twee Portugese jezuïeten, die in de zeventiende eeuw naar Japan trokken. Ze zijn gegrepen door het lijden van mensen en door het zwijgen van God daarin. Een van beide, pater Rodrigues zweert uiteindelijk zijn geloof af. Hij zal op de plank trappen met daarop het bronzen plaatje met het gelaat van Jezus. Hij verloochent Christus. Petrus worstelde met de vraag naar het lijden en de zin ervan. Hij staat met deze vraag niet alleen.

 

 

Petrus had Jezus ook nog kunnen herinneren aan het gebed dat Jezus aan zijn leerlingen had aanbevolen en waarin ze bidden om niet in beproeving geleid te worden en om van het kwade verlost te worden. En nu gaat Jezus zelf het lijden en de beproeving opzoeken. Dat kan toch niet, Jezus.

 

 

De terechtwijzing

 

Petrus krijgt hierop van Jezus een serieuze uitbrander. Hij verwijt hem zijn kortstondige en verkeerde visie. Petrus, je wil God naar jouw hand zetten, je wil dat alles verloopt zoals jij het wenst. Jezus herinnert zich wat zich heeft voorgedaan in de woestijn. Daar heeft hij geworsteld met zijn zending als Zoon van God. Zou hij deze invullen, zoals de Satan toen suggereerde, als een Messias van succes, van spektakel en van glorie of zou hij zich stellen onder het woord van God? Jezus noemt Petrus een kleine Satan. Deze verschiet niet weinig van de harde taal van Jezus. Petrus, ik noem je geen duivel, mar wel een dwarsligger, die me afbrengt van mijn taak. Je roept de bekoring op die ik in het begin al heb gekend.

 

 

Lijden is bij Jezus een gevolg van zijn consequente houding. Hij kent voldoende de geschiedenis van zijn volk, waar profeten vervolgd werden. Hij was vertrouwd met de klachten van Jeremia. Deze voelt zich belaagd en bespot, maar geeft niet op (Jer. 20,7-9). Hij weet hoe in het boek Wijsheid de goddelozen plannen smeden tegen wie rechtvaardig is (Wijsheid, 2,12). Wanneer Jezus zijn leerlingen riep en hun een zending toevertrouwde, had Jezus hun al gezegd dat zij vervolgingen mochten verwachten (Mt. 10,16-18). Petrus, ben je al vergeten wat met Johannes de Doper is gebeurd (Mt. 14,1-12)? Petrus, voel je de tegenstand niet groeien bij Farizeeën en Sadducéeën (Mt. 16,6)? Jezus reageert niet met geweld. Hij heeft de zachtmoedige en de vredestichters geprezen (Mt. 5,3-12). Geweld brengt geen blijvende vrede tot stand.

 

 

Jezus had Petrus nog kunnen laten opmerken dat hij maar half geluisterd heeft. Je hebt niet geluisterd als ik zei dat ik de derde dag zal verrijzen. En zo je het hoorde, heb je er geen geloof aangehecht. Jezus wou zijn komend lijden niet verzachten door te zeggen dat hij de derde dag zal verrijzen. De laatste dagen en uren in Jeruzalem zullen zwaar zijn. Jezus stelt zijn vertrouwen in de Vader dat hij doorheen de duisternis licht zal zien. God is groter en is anders dan wij denken. De dood is niet het laatste. Het lijden is er. Als verrezen zal Jezus de tekenen van het lijden blijven dragen. We zien daarom zoveel afbeeldingen van de verrezen Heer met in zijn handen voeten de sporen van de nagelen. Christenen verkondigen Jezus’ dood en ze belijden tot hij wederkomt dat hij verrezen is. Door zijn weg naar Jeruzalem en zijn levenseinde toont Jezus hoe hij dit lijden heeft overwonnen. Hij beleeft daarmee de paradox, waarmee Mattheus de episode van Jezus en Petrus besluit. Uw leven winnen door het te verliezen.

 

 

De paradox

 

Mattheus besluit inderdaad het dispuut tussen Jezus en Petrus met een belangrijk woord van Jezus. Het is een uitnodiging om Jezus achterna te gaan, om hem te volgen. Het leven van Jezus en van een christen wordt samengevat in een paradox. “Wie zijn leven wil redden zal het verliezen, wie het verliest omwille van Jezus zal het vinden” (Mt. 16,25). “Voor niets hebt u ontvangen, voor niets moet u geven” (Mt. 10,8). Bij Jezus staar hierbij het geven en het dienen voorop. Groot is hij die zich wegschenkt. “Wie zichzelf gering acht zoals een kind, is de grootste in het Rijk der hemelen” (Mt. 18,4). “Wie onder u groot wil worden, moet dienaar van u zijn” (Mt. 20,26).