Al wat ge nu nog kunt doen, is een kruisteken maken!

Beste vrienden,


Hebben jullie het evangelie van vorige zondag ook nog in jullie oren? Daar hebben we gehoord we hoe Petrus door Jezus uitbundig werd geprezen en hoe hij uit de kring van leerlingen omhoog werd getild met de woorden: „Gij zijt de steenrots, en op die steenrots wil ik mijn Kerk bouwen.”  En vandaag? Vandaag slingert die zelfde Jezus, na een discussie, Petrus de volgende woorden naar het hoofd: „Ga terug, achter Mij Satan! Je zou me nog van de goede weg afbrengen! Jij denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen!”   Maar wat was er in Gods naam dan toch gebeurd om de stemming zo geweldig te laten omslaan?

Het Evangelie zelf vertelt het ons als volgt: Vanaf die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken hoe zijn verdere levensweg er zou uitzien. Zo vertelt Hij hen over zijn komende weg naar Jeruzalem en ook dat Hem daar de dood en de verrijzenis te wachten staat. Alleen, dat gedeelte over verrijzenis, dat heeft Petrus al niet meer gehoord. Hij is over Jezus’ uitspraak zo ontzet dat hij Hem even opzij neemt en Hem probeert diets te maken wat dat uiteindelijk voor gevolgen zal hebben. Dat daardoor weer alles wat ze tot op dat moment met Jezus hebben ervaren in vraag zal gesteld worden. Petrus wil Jezus met alle geweld tegenhouden en verhinderen dat Hij die weg zou gaan. Hij was misschien gewoon erg bang dat het nieuwe leven, dat hij met Jezus en met zijn vrienden was begonnen, verloren zou gaan en dat hem en de andere leerlingen misschien wel een zelfde lot te wachten zou staan.  

Ik vind Petrus in deze situatie zeer sympathiek. Jezus had toch altijd gesproken over zijn liefhebbende Vader, over die barmhartige God in de Hemel, en nu zou Hij juist naar de wil van die liefhebbende God de kruisweg moeten gaan, de weg naar een zekere dood?  Dat accepteren, dat kruis als de wil van God te zien, dat stuit Petrus net zo goed tegen de borst als het ons tegen de borst stuit. Ons valt het ook enorm zwaar om al dat leed en de nood in de wereld om ons heen uit te houden. Wij stellen ons toch ook zeer snel de vraag: Hoe kan God zoiets toelaten? Waar is die liefde van God nog zichtbaar tussen zo veel kruisen en zo veel leed in de wereld?  Waarom komt die God niet tussenbeide wanneer gezinnen uit elkaar vallen, of wanneer ongevallen, ziekten en de dood van geliefde mensen velen onder ons tot aan de grens van de belasting brengen?  Wij zijn zelfs geneigd om ons af te vragen: Is God dan machteloos tegenover het menselijk leed? Of houdt God misschien zelfs van het leed? 
Misschien vinden we een antwoord wanneer we naar het leven van Jezus kijken. Hij is zijn weg consequent gegaan; Hij genas zieken, nam zondaars terug op in de gemeenschap en beloofde hen vergeving en de verzoening met God.  Hij sprak in alle openheid klare taal met Farizeeën en Schriftgeleerden, en op die manier zette hij de vervulling van de wet terug op de juiste plaats. Bij Hem stond niet de letterlijke vervulling van de wet vooraan, maar wel dat alle mensen leven in overvloed zouden hebben. Niet gehoorzaamheid naar de letter was voor Hem belangrijk, maar wel de barmhartigheid van God.  
Voor Petrus, en ook voor de andere leerlingen was het duidelijk: deze Jezus is de lang verwachte Messias. Het enige wat Hij nu nog moest doen, was zijn grootheid en macht ook tegenover de Romeinen aantonen. Hij moet duidelijk maken dat zijn rijk blijvend is en dat Hij alle begrenzingen, alle lijden en alle geweld met één gebaar van zijn hand zal beëindigen.   

En nu dat weer! Wat Jezus hun daar aankondigt is zo heel anders dan de leerlingen het zich hadden voorgesteld. Geen triomftocht naar Jeruzalem en ook geen demonstratie van macht, maar een weg van de diepste overtuiging. Een weg die naar het lijden leidt, naar de haat, naar vervolging en veroordeling. Een directe weg naar de dood!    
Is het dan niet vanzelfsprekend, dat Petrus Jezus tracht te overtuigen om van die weg af te zien?

Uit pure angst om het leven van een vriend en misschien ook wel uit angst voor zijn eigen leven?  Hoe moet Petrus zijn hoofd niet gemarteld hebben met de vraag: is dat nu echt de enige mogelijkheid? Heeft God dan echt geen andere kans? 
Wij weten dat Jezus zich niet van de wijs liet brengen. Door de manier waarop Hij leefde en van de mensen hield is hij eerst aan het kruis maar ook aan de haat van de mensen mislukt. Maar juist ook door die manier van leven en liefhebben van Jezus had de dood geen macht meer. Bij het einde stond daar niet de mislukking, maar het nieuwe leven. En zo wordt aan Jezus zelf duidelijk wat het Schriftwoord: ”Wie zijn leven verliest, zal het winnen!” betekent.  

Dat we ons niet verkeerd verstaan: Voor Jezus is het lijden natuurlijk ook niets moois of iets wat men moet nastreven. Maar in zijn situatie is het de uiteindelijke consequentie van zijn liefde voor ons mensen. Een liefde die niet ophoudt wanneer het moeilijk of lastig wordt, maar die zonder voorbehoud tot het einde doorgaat.  Voor Jezus is lijden zeker geen doel – dan zouden we Hem totaal verkeerd begrepen hebben – zijn lijden is veeleer de uitdrukking van zijn liefde voor ons.  En God laat Hem aan dat lijden en aan het Kruis niet ten onder gaan. Hij draagt Hem door het diepste punt heen naar de verrijzenis en naar het leven. Petrus zegt dan wel: “dat mag nooit gebeuren!” Maar het moest wel gebeuren opdat wij met ons lijden en onze kruisen zouden kunnen leven.

God wil dat wij leven, ook als wij een kruis te dragen hebben en ondanks alle kruisen ter wereld. Daarom spaart Hij ook zichzelf niet.  Met al deze gedachten en redeneringen kan ik, en kunnen wij christenen, noch de twijfelaars noch de sceptici overtuigen. Terecht kunnen die nog altijd zeggen: “Het Christendom is toch niet in staat om al de kruisen van deze wereld weg te werken. Dat is juist!  Zo onbarmhartig het ook klinkt – het is zo!  Ook wij christenen hebben geen andere mogelijkheid om met het lijden in deze wereld te leven dan het dragen van ons persoonlijk kruis. Dat is moeilijk te begrijpen en nog veel moeilijker te aanvaarden. Maar sinds zijn dood en verrijzenis is Jezus met ons en met onze kruisen op weg.  Daarom is ons teken van hoop niet één of ander beeld van de verheerlijking, maar wel het kruis, de gekruisigde zelf.  Wij kunnen onze kruisen opnemen omdat Christus bij ons is en omdat de weg met Hem naar het leven leidt.  Die zienswijze neemt weliswaar onze kruisen niet weg, maar ze geeft ons de kracht en de mogelijkheid om te trachten er mee te leven. 
Is het u ook al opgevallen: wanneer we een kruis nog eens doorkruisen krijgen we een ster – een ster die voor ons het leven symboliseert. Die ster is het geheim van ons geloof: + gestorven en * verrezen! Het kruis duidt weliswaar het aardse einde aan, maar God schenkt voleinding omdat hij voor ons lijden zijn kruis zet, het grote plusteken voor ons leven. Wij kunnen onze kruisen wel afwijzen, wij kunnen ze vervloeken of eraan ten onder gaan; maar we zouden ze ook gewoon kunnen aanvaarden, ze opnemen, en erop vertrouwen dat we door hen het leven vinden.  
In eerdere generaties maakten de mensen veel meer kruistekens dan nu. In de zuidelijke landen gebeurt het ook nu nog veel meer. Of de mensen daar iets magisch mee verbinden of hebben verbonden, dat weet ik niet. Misschien begrijpen ze daardoor beter wat het betekent om in de dagelijkse situaties van ons leven Gods kruis voorop te zetten.  Uit dat kruisteken, dat plusteken, kunnen we de meerwaarde van ons leven al van bij het ochtendgloren aanvoelen. In de streek waar mijn moeder vandaan kwam heeft men een uitdrukking voor mensen die echt geen raad meer weten: “Al wat ge nu nog kunt doen is een kruisteken maken!” Voor mij is dat een levenswaarheid geworden: want wij mensen stoten in ons leven steeds weer op onze grenzen. En dan helpt, hoe paradox het ook mag klinken, het kruis van Jezus, want dat belooft ons leven, het geeft ons leven en het geeft ons vreugde aan het leven.  Amen