22ste zondag dh jaar A (2011)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 194 niet laden

OPENINGSWOORD
Beste mensen, allemaal van harte welkom. Het zou zo maar eens kunnen gebeuren, dat er een extra kruisje in je leven komt. Als wij al wat ouder zijn, dan kunnen wij al het nodige hebben, de bekende gebreken van de oude dag, maar daar kan dus nog wat bijkomen. En als dat dan plotseling gebeurt, kunnen wij helemaal van slag af zijn.

Zoiets overkwam ook de heilige apostel Petrus. Vorige week hoorden wij hoe hij van Jezus een groot compliment kreeg. Dat wat hij had gezegd - namelijk dat Jezus de Zoon van de levende God is - was niet zo maar vanzelf in hem opgekomen, nee, het was de hemelse Vader, die hem dat had geopenbaard.

Maar vandaag horen wij hoe hij van diezelfde Jezus de wind van voren krijgt: Ga weg, satan, terug, want jij laat je leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.

Wanneer Petrus hoort, dat zijn grote Vriend, Jezus, moet lijden en sterven, schrikt hij enorm. Hij vergeet God en de Bijbel en alles wat heilig is en kijkt alleen nog maar naar het aardse samenzijn met Jezus. En daardoor loopt het mis.

Misschien moeten sommige mensen eens wat vaker stilstaan bij de mogelijkheid, dat we nog weleens een kruisje extra kunnen krijgen. Misschien dat wij daardoor dan minder schrikken wanneer het eenmaal gebeurt en beter contact met God kunnen houden. En dat we daardoor dan ook kracht naar kruis kunnen krijgen. Laten wij God om kracht vragen om goed met het lijden te kunnen omgaan, en ook om op onze beurt andere mensen goed te kunnen helpen.

OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. God, in het lijden en de kruisdood van uw Zoon hebt Gij ons geopenbaard dat er een leven is, de moeite waard om voor te sterven. Spreek tot ons uw woord en laat het oplaaien tot een vuur; dat wij ons niet laten leiden door eigenbelang, maar in staat zijn uit te maken wat Gij wilt. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon ... . Amen.

PREEK
Broeders en zusters, er zijn mensen, die heel veel weten, omdat zij veel lezen, verre reizen maken, maar toch... als het gaat om onze manier van leven, gaat het uiteindelijk maar om enkele principes. Zo volgde ook Jezus slechts enkele grondgedachtes.

Een eerste grondgedachte van Jezus was: "Wie zijn leven wil redden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden".

Jezus weet, dat lijden en sterven niet zinloos zijn. Hijzelf gaat er op dat moment wel aan ten onder, maar door zijn vrijwillige armoede kunnen anderen geestelijk rijk worden, door zijn dood kunnen anderen eeuwig leven. En dat is het enige wat bij Hem telt. Maar Hij weet ook, dat Hij door zijn leven te verliezen omwille van die anderen van God een nieuw leven zal ontvangen. Na zijn verrijzenis zal Hij als God èn als mens zetelen aan de rechterhand van zijn Vader.

Broeders en zusters, lijden en sterven horen niet bij onze favoriete onderwerpen, maar spelen op gegeven moment wel een belangrijke rol in ons leven. Ook wij, christenen, zouden allereerst moeten proberen voor het geluk van anderen te leven, en dat wij daar af en toe zelf onder lijden zouden wij niet zo erg moeten vinden, want God zal deze belangeloze liefde dubbel en dwars vergoeden. In Marcus hoofdstuk 4 spreekt Jezus zelfs van een 30- of 60- of 100-voudige opbrengst.

Zijn er op een dag niet veel gelegenheden om onszelf te verliezen? Ons wordt gevraagd... eventjes naar de zorgen en het verdriet van een ander te luisteren, te helpen met de afwas, wat rommel op te ruimen, thuis te blijven in plaats van weg te gaan, en onze natuur zegt: ja, maar ìk wil... liever op visite gaan... . Doen wij dan toch wat die ander wil, dat is onszelf verliezen.

Andermans wensen vervullen maakt gelukkiger dan je eigen verlangens stillen. Wat zouden er veel gelukkige mensen in de wereld zijn als iedereen er iedere dag opnieuw op uit was om minstens één ander gelukkig te maken.

Een tweede principe van Jezus was, dat Hij altijd bereid was te delen in het lijden van anderen. Hij was vaker te vinden bij de zieken, de armen en de kleinen, bij de zondaars en de uitgestotenen, dan bij de rijken en de machtigen van deze wereld.

Maar wie zich vereenzelvigt met de armen en de kleinen zal ook in hun lot en hun machteloosheid moeten delen. Waar je mee omgaat, daarmee word je besmet. Jezus werd door de machthebbers met de nek aangekeken, onder andere omdat Hij met die armen en kleinen omging. En uiteindelijk hebben die machthebbers Hem uit de weg geruimd.

Ik heb het zelf in een vorige parochie weleens ‘mogen’ meemaken dat mijn naam door wat rijkere mensen door het slijk werd gehaald, omdat ik bijvoorbeeld ook bij dronkaards op bezoek ging. Ik kwam ook bij die rijken, maar ik mocht van hen blijkbaar niet bij zwakke mensen komen.

Leerling van Jezus zijn betekent, dat je je hier niets van aantrekt, dat je niet boos wordt op de mensen, die jou omlaaghalen, maar voor hen bidt, want zij sluiten zich af voor het Koninkrijk der Hemelen en dat is tragisch... allereerst voor henzelf. Zij stellen zich tevreden met wat aardse rijkdom en macht, die snel voorbijgaat en missen misschien die 100-voudige opbrengst, die in eeuwigheid blijft. Zielig is niet degene van wie de goede naam omlaag wordt gehaald, nee, zielig is hij die van andere mensen de goede naam omlaaghaalt.

Het derde principe van Jezus was dat Hij trouw was aan de wil van zijn Vader en dat Hij Hem onvoorwaardelijk vertrouwde. Menselijke redeneringen hadden voor Hem geen waarde.

In het evangelie is Petrus geschokt als hij hoort, dat Jezus zal moeten sterven. Maar Jezus weet, dat hier geen persoonlijke belangen of vriendschappen tellen, maar hogere: als Híj niet sterft, zal heel de mensheid verloren zijn.

Drie principes: je leven verliezen, opdat een ander het beter krijgt; het lot van de armen en de kleinen willen delen; erop vertrouwen dat wat God wil of laat gebeuren, dat dat uiteindelijk het beste is.

Laten wij proberen te leven volgens deze grondgedachtes. Het zal een heel mensenleven kosten om ze alle drie helemaal in praktijk te brengen, maar alleen al onze goede wil is voor God voldoende. Hijzelf zal dit goede werk voltooien.