TOEVAL BESTAAT NIET (2011)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

ZINLOOSHEID

Er ligt in ons een angst op de loer. Gelukkig hebben we er niet dagelijks last van, maar soms woedt hij heftig. Hij grijpt je naar de keel als je kind veel te laat thuiskomt, als om half twee ‘s nachts de telefoon rinkelt, als er plotseling iets omvalt op zolder of je alleen in de kamer zit na een scheiding. Er zijn veel aanleidingen die de angst wakker maken. Angst vind je in de literatuur van Kafka, in schilderijen van Eduard Munch, in de filosofie van Sartre en in veel kamers van therapeuten. De angst namelijk, dat ons mensenbestaan puur toeval is. We zijn er wel, maar we hadden er net zo makkelijk niet kunnen zijn. De angst dat we ten diepste eenzame, zinloze wezens zijn; een knap staaltje van een al even zinloze evolutie. Onze geest kan dit moeilijk accepteren. In het geloof zeggen we: we zijn geschapen, we zijn gewild en we hebben een roeping! Maar anderen zeggen: dat geloof is achterhaald; we zijn er vanwege de schoonheid of de waarheid. En dan heb je mensen die zeggen, nee, de mensheid heeft geen bedoeling, pak maar wat je pakken kunt!


NOODLOT

Moeten we bang zijn voor het toeval? Als ik u op zondagochtend bij de kerkdeur tegenkom dan groeten we elkaar zonder dat we erg verrast zijn, maar als ik u ontmoet op de boot naar Ierland, dan schudden we elkaar uitbundig de hand en roepen: ‘dat is toevallig!’ We hadden immers niets afgesproken. Twee onafhankelijke reeksen van oorzaken hebben ons op dit punt gebracht en dat maakt ons blij!
Als een man en een vrouw trouwen, dan bidt de kerk: ‘God wij danken u, dat Gij alle wegen hebt omgebogen opdat deze twee elkaar zouden vinden.’ Een tekst van Hub Oosterhuis. Bruidsparen herkennen zich in die woorden. Het was niet toevallig dat ze elkaar ontmoetten op de kermis in Nuth of in de disco van Hulsberg - ja ‘toevallig’ misschien ook wel -, maar vooral waren ze thuisgekomen bij elkaar; voelde het alsof ze voor elkaar geschapen waren. Het toeval was het instrument geweest van een diepere bedoeling. De liefde tilt hun ontmoeting boven de toevalligheid uit. Ze zijn niet langer de producten van het noodlot, maar kinderen van de liefde.


REKENMODEL

Jaren geleden had ik pijn aan mijn rechter elleboog. De dokter constateerde een tennisarm. Ik vond het wel stoer klinken, maar ik had nog nooit een tennisracket in de hand gehad. Plotseling schoot me te binnen dat ik de avond tevoren Yatzee had gespeeld. Ik had me afgevraagd hoe groot de kans was om yatzee te gooien, dat wel zeggen in drie worpen op al de vijf stenen een gelijk aantal ogen te krijgen. Toen het me niet lukte om dat uit te rekenen met wat ik me van kansberekening herinnerde, dacht ik: ik ga het gewoon uitproberen en die avond dobbelde ik vele malen snel achter elkaar, met een tennisarm als gevolg. Ik geloof dat de uitkomst iets van één op 14 was.
De wetten van het toeval kunnen iets voorspellen over dingen die vaak gebeuren. Maar elke keer dat ik vijf maal drie ogen werp, is dat natuurlijk geen toeval. Het is niet iets wat ook anders had kunnen zijn! Door het botsen van de stenen, de spieren van mijn hand, de veerkracht van het bekertje en de kwaliteit van de ondergrond gebeurt wat gebeuren moet. Al die duizenden krachten en krachtjes bepalen samen de uitslag. Dat is niet iets dat kán, maar iets dat mòet gebeuren. Maar als je honderd keer gooit dan kun je de uitslag van die serie wel inschatten.
Toeval is een rekenmodel. Het verklaart helemaal niets. Het beschrijft slechts. Ik vindt het dan ook zeer onbevredigend om het menselijk leven als toeval te begrijpen. Er spelen zich veel processen af die je met de wetten van het toeval kunt beschrijven, maar het leven zelf is geen toeval, het is wat het is, de enige werkelijkheid, een mysterie. Een mysterie dat ik ervaar als een gave, als een geschenk.


ZINLOOS LIJDEN?

Dan gebeurt er iets vreselijks. Een kind wordt ziek. De dokter legt het uit. ‘Een kans van een op 1200’, zegt hij kalm. De ouders worden boos maar weten niet tegen wie. Kun je op het toeval boos worden?  Hun boosheid veronderstelt een God. Ze ervaren zijn afwezigheid. Ze staan voor de keus om aan te nemen dat dit lijden ergens zin heeft, dat het betekenis zal krijgen, ook al hebben we daar nu nog geen enkel benul van, of..., of ze moeten de oer-angst toelaten dat er helemaal geen zin bestaat!
In het evangelie reflecteert Mattheus op het lijden van Jezus. Ik denk niet dat hij bedoelt dat God het lijden wil en dat het lijden ons hoogste doel is. Het is wel eens zo uitgelegd. Ik denk wel dat hij bedoelt: ook het lijden heeft zin, al zie je dat niet. Vertrouw erop. Het kruis brengt nieuw leven. Het verlies kan je leven naar een hoger niveau dragen!


DIERENAMBULANCE

Lieve kinderen. ‘Weet jij hoe je dat schrijft?’, vroeg Frederik. Hij zat met een grote kwast in zijn hand, druipend van rode verf. Hij wilde een plank beschilderen. ‘Wat ga je schrijven?’ ‘Dierenambulansj’, zei Frederik. ‘Dieren dat heb ik al, maar ambulansj, dat weet ik niet op het eind.’ Ik keek naar de plank. ‘Dieren...’, stond er op met koeienletters. ‘Ik ga dieren redden’, ging Frederik verder. ‘De hond van opa hebben ze laten inslapen. Boris had de hele nacht liggen janken van de pijn.’ ‘En hoe kwam dat dan?’ vroeg ik meelevend. Frederik maakte met gespreide vingers een draaibeweging. ‘Dat weten we niet. Dat kan gewoon gebeuren. Pech gehad! En daarom ga ik later op de diereneambulansj werken. Dan kan ik ze helpen. Intussen had hij de A en M al geschilderd. ‘Nu nog de B!’ ‘De B?’ ‘Ja de B van billen.’ Frederik lachte. ‘Dan de U en de L en de A....’ ‘Hou maar op!’ riep Frederik. ‘Het eind gaat er toch niet meer op... Had ik het ook wel alleen gekund!’