22e zondag door het jaar A 2011

Arme Petrus, ben ik geneigd te zeggen. Hij heeft net eerst een geweldig compliment van Jezus gehad, dat hoorden we verleden week zondag. “Jij bent Petrus, de steenrots waarop Ik mijn Kerk bouw”. Amper 10 regels verder hoort Petrus dit: “Ga weg Satan, terug. Jij laat je leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.” Verleden week zei Jezus nog: “Dit heeft mijn Vader in de hemel aan jou geopenbaard.” En nu: Jij wil niet wat God wil.

 

Het kan dus verkeren. Soms denken we een heel goede opmerking te maken. Soms doen we een heftige uitspraak met emotie en betrokkenheid, met een sterk inlevingsvermogen, zoals Petrus zei: “Dat mag U niet overkomen”. En dan blijkt dat we er helemaal naast zitten, dat mijn idee helemaal niet de weg is die Jezus wijst.

 

Het heeft alles te maken met de plaats van het lijden in deze tijd. Ik ga nu niet in op de soms heftige discussie rondom euthanasie. Ik denk dat de bisschoppen daar nog wel een keer op reageren. Maar dat Jezus anders naar het lijden kijkt dan de moderne maatschappij is wel duidelijk.

 

Voor de goede orde. Wij zijn niet op aarde om te lijden. De Katholieke Kerk verheerlijkt het lijden niet. Lijden is een vorm van kwaad, niet door God uitgevonden, maar een gevolg van die kettingreactie van kwaad door heel de geschiedenis heen. Maar toch wijst het Evangelie een andere weg om met kwaad en met lijden om te gaan dan onze moderne wereld. Niet dat de moderne wereld met een stem spreekt, of slechts één visie heeft. Het is meestal een kakofonie van geluiden en tegengeluiden. En helaas, ofschoon de Kerk in haar officiële leer met één mond spreekt is het ook in de Kerk soms zo'n zelfde kakofonie van meningen en ideeën.

 

Vandaag krijgt Petrus een harde les. “Heer, dat mag U niet overkomen.” Wat mag Jezus niet overkomen? De Mensenzoon zal veel moeten lijden, verworpen worden, hij wordt ter dood gebracht, maar zal de derde dag verrijzen. Petrus zal geen bezwaar hebben tegen de verrijzenis, maar wel tegen dat lijden, die verwerping en de dood.

 

Is het nu helemaal belangeloos van Petrus? Komt hij echt alleen op voor Jezus? Ik vrees van niet. Ik ben bang dat hij ook dacht, ik volg toch geen verliezer, ik loop toch niet achter iemand aan die straks aan een kruis crepeert? We gaan toch de nieuwe heerschappij van God vestigen? Gods Koninkrijk komt er toch aan? Wat dan lijden, verwerping en dood? Kan die verrijzenis daar iets van goedmaken?

 

Nee, ik ben bang dat het niet helemaal belangeloos was. Op jou als steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen. Petrus was bang dat daar niets meer van terecht kwam.

 

Maar ook als het wel uit liefde voor Jezus was. Want wat doe je uit liefde? Iemand behoeden voor kwaad, ziekte, pijn? Ja. Maar uit heel het Evangelie blijkt hoe Jezus in alles de wil van de Vader zoekt. Daar leeft Hij van. Als Hij dat zou verzaken, verzaakt Hij aan zijn leven. Niet de dood vreest Hij, maar buiten de wil van zijn Vader raken.

 

Jezus is helemaal mens. In de Hof van Olijven zien we hoe Hij worstelt met de naderende dood. We lezen: "Toen kwam er een engel om Hem te sterken." Zo heeft Hij ons het sacrament van de ziekenzalving nagelaten, als een engel om ons te sterken. En zo gesterkt ging Hij zijn dood tegemoet.

 

Het is voor Petrus en voor de wereld om ons heen moeilijk in te denken dat je door het lijden, het kruis op te pakken, iets zinvols doet. Dat heeft Petrus echt moeten leren van Jezus. Het voorbeeld dat Jezus heeft nagelaten door zo zijn lijden en kruis op te nemen, heeft Petrus in staat gesteld in alle omstandigheden voor het goede te kiezen, nooit weg te lopen voor de problemen, overal uit te komen voor de waarheid, tegen de verdrukking in het Evangelie te verkondigen. En ja, uiteindelijk ging ook hij aan het kruis.

 

Het voorbeeld van Jezus stelt ons in staat om niet terug te deinzen voor lijden en kruis. Hij geeft ons moed en kracht om Hem te volgen en zo ook zelf een voorbeeld te worden voor de mensen om ons heen. Wat is mensonwaardiger dan gegeseld en gekruisigd te worden, wat is ontluisterender dan dat?

 

De angsten van onze tijd, de weerstanden, de ideeën, zij worden overwonnen door zijn voorbeeld. Wie zijn leven wil redden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om mijnentwil zal het vinden. Hij nodigt ons uit om zo in het leven te staan, in het leven van alle dag, bij de kleine obstakels, en bij de grote hindernissen. Met Hem zullen we het leven vinden. Amen.