Een beetje dwars zijn moet

Gisteren was het twaalf jaar geleden

dat bisschop Dom Helder Camara in Brazilië is overleden: 27 augustus 1999.

We lazen toen op de zondag na zijn dood

hetzelfde evangelie als vandaag.

Dom Helder Camara, een  kleine man met een geweldig kracht.

Hij  was geboren toen zijn vader op zee voer in de buurt van den Helder

daarom kreeg hij die merkwaardige naam mee.

 

Hij groeide op, studeerde en werd priester.

Hij kwam pas in de schijnwerpers van de publieke belangstelling te staan

toen hij bisschop werd van een van de grootste bisdommen van Brazilië.

 

Het begon al goed:

Van hem werd verwacht dat hij zijn intrek zou nemen in het bisschoppelijk paleis

waarin zijn voorgangers hadden gewoond. Hij weigerde: ‘veel te groot,

laten daar maar families met kinderen wonen die hebben meer ruimte nodig dan ik.

Hij trok in een klein apartementje.

 

Van enkele vrienden kreeg hij een prachtig bisschopskruis aangeboden

dat hij onmiddellijk verkocht.

‘Met dat geld kan iets veel nuttigers gedaan worden’ zei hij en dat gebeurde,

zelf droeg hij een klein houten kruisje

als teken van zijn bisschoppelijke waardigheid.

 

Dit zijn misschien maar uiterlijke zaken

maar het ging om zijn innerlijke kracht:

zijn opkomen voor de armen

zijn verkondiging van het evangelie als boodschap van bevrijding

niet alleen van zonde en schuld maar hopelijk ook van onrecht en ellende

dankzij de bekering van de rijken.

 

Een van de twee nieuwe klokken van de Lucaskerk in Amsterdam

hebben we naar hem genoemd. De andere naar Moeder Theresa;

de oude klok die er al hing was gewijd aan de engelbewaarders:

hemel en aarde raakten zo elkaar.

 

Helder Camara had het niet gemakkelijk

de rijken kwamen in opstand en brachten hem aan

bij de kerkelijke overheden in Rome; ook die werden zeer ongerust.

 

Zijn bisdom werd in drieen verdeeld

een subtiele Romeinse manier om zijn invloed te beperken

-niets menselijks is onze kerk vreemd- zo dacht men zijn stem te kunnen verzachten

maar zijn kracht bleef werken. Ook in de laatste jaren tot zijn dood.

 

Het is goed om te horen dat men nu,

in goede samen werking tussen Vaticaan, Brazilaanse bisschoppen

en de Brazilianse bevolking samen zijn honderdste geboortedag heeft gevierd.

 

Hij was een beetje dwars, ergernis wekte hij op als de grote profeten:

Jeremia die wij hoorden: ‘ik kan niet anders’.

 

Dat gold ook voor een Haarlemse NSB-familie -deze week was er een gedachtenis van de deportatie op 26 augustus van de Haarlemse joden.- U las het verhaal misschien in de krant.

Een joods kindje dat bij een joods/christelijk echtpaar was ondergebracht

liep gevaar. ‘Breng het maar bij ons’ zei de buurvrouw, een NSB-lid tegen de voogdes: ‘bij ons zullen ze niet zoeken.’ En zo werd het kindje

over de schutting getild tijdens de razzia en gered.

Zij was ook dwars dus, in de goede zin van het woord.

 

Jezus zelf was ook dwars.

Regelmatig lezen we dat familieleden Jezus achterna reisden

en naar hem informeerden.

Ze meenden duidelijk dat Hij te ver ging

en probeerden Hem regelmatig thuis te krijgen...

'ze zijn er weer uw moeder en uw familieleden' zeiden de mensen.

 

Wist Jezus niet wat Hij deed? Was Hij onbezonnen?

 

Neen, dat was Hij duidelijk niet.

Hij wist wat Hij deed en Hij wist ook wat de consequenties waren.

Dat riep verbazing op en protest.

 

Johannes de Doper protesteerde al toen Jezus zich met allemaal mensen

die niet gedeugd hadden, wilde laten dopen.  Als Jezus alleen in de woestijn is

slaat de twijfel toe en krijgt Hij met zichzelf te maken.

Er wordt verteld over een  vreemde figuur die Satan heet

die hem probeert te verleiden en hem aanraadt de gemakkelijke weg te kiezen.

 

Van wie of wat Satan is hebben wij vaak hele primitieve voorstellingen.

Het woord Satan betekent letterlijk: DWARSLIGGER.

 

Maar dat is een andere dwarsheid als die van Jezus en de profeten.

Dit is een hele ander soort dwarsligger.

Een dwarsligger die goede en nieuwe plannen tegenwerkt.

Om die te ontdekken hoef je helemaal niet ver te gaan.

Hij zit vaak in je onmiddellijke nabijheid,

in allemaal achtenswaardige mensen die je van grote idealen af willen houden.

Hij zit meestal ook in jouzelf

in je eigen hart, in je eigen lijf, in al je vezels.

 

Als Jezus aan zijn vrienden uit gaat leggen wat Hem te wachten staat

als Hij zijn zending consequent gaat volgen,

door duidelijk te verklaren dat Hij gemarteld gaat worden,  

is Petrus, die eerst zo dapper zei: ‘JIJ BENT DE ZOON VAN GOD’

en als de kippen bij om te zeggen: DAT NOOIT.

Met de beste bedoelingen denk ik roept hij uit:

  'DAT MAG U NOOIT OVERKOMEN'...

Ja: hij haalt er zelfs heel vroom Onze Lieve Heer bij:

'dat verhoede God' zegt Petrus...

als goede vertegenwoordiger van alle mensen met zogenaamd gezond verstand.

 

En dan komt het.

Jezus reaktie is niet: 'leuk dat je zo bezorgd voor mij bent'

maar: 'ga weg van mij Satan.'

 

Het is wel frappant dat we deze hele scene

over Petrus als tegenwerker van Jezus

zo vlak na Petrus' benoeming tot Paus

(waarover wij de vorige week nadachten)  te horen krijgen.

 

'GA WEG VAN MIJ SATAN.'

Het zal je maar gezegd worden.

 

Waarom is Jezus zo fel?

Omdat het Koninkrijk van God alleen maar gestalte zal krijgen op deze wereld

als er  mensen zijn die de grote gedurfde dingen en de moedige daden

van de werkelijk door God geïnspireerde mensen niet zullen blokkeren.

 

Er is alleen maar hoop voor de wereld

als er idioten  (ik zet het woord idioot maar liever even tussen aanhalingstekens)

zijn die gedurfde, gekke dingen durven doen.

 

Mensen als...en vult u dan maar namen in:

Peerke Donders, pater Damiaan, Florence Nightingale,

Bernard Lichtenberg de dwarse plebaan van Berlijn

die als een van de allereersten protesteerde

tegen de pogroms tegen de joden in Berlijn,

moeder Theresa, dom  Helder of misschien wat minder bekend maar wel belangrijk:

jongeren die de wereld intrekken om te werken in de missie,

als ontwikkelingswerker of voor dokters zonder grenzen:

mensen die zich met heel hun wezen wilden en willen inzetten

voor de menselijke waardigheid, voor het leven.

 

Petrus was zo ver nog niet... 

Petrus die rots moest zijn, rots, man van beneden,

stevig aan de basis; dicht bij zijn Heer.

Petrus kon  zijn roeping niet direct aan.

Maar pas op: kijk niet te diep op hem neer.

WIJ zijn die Petrus.

Wij hebben allemaal iets in ons

van de mens die enthousiast is maar moeite heeft met volharding,

de mens die graag op wil komen voor de goede zaak

maar het moet niet te veel kosten.

 

Toch is er wel hoop voor Petrus en voor ons,

als wij vasthouden aan Hem, onze Heer.

We kunnen het niet volhouden

zonder te denken aan Zijn inzet met heel zijn wezen...

 

We mogen dankbaar zijn dat Hij zelf

niet hoog en ver wilde zijn

maar nog steeds tot ons spreekt

en ons bemoedigen wil

in de tekenen van Brood en Wijn:

zijn eigenste Lichaam, zijn eigen bloed.

 

Het is goed dat er dappere mensen zijn:

mensen wier namen ik noemde

mensen die hun roeping serieus hebben genomen.

Het is goed dat ze er zijn om ons te corrigeren.

Maar ze willen ons niet moedeloos maken.

 

Jezus zal Zijn rijk opbouwen met gewone mensen

die aarzelen zoals u en ik...

 

‘Gij weg van mij Satan’ mogen wij tot onszelf zeggen:

‘laat mij niet te traag zijn.’

 

'Heb goede moed' zegt Jezus in een van de visioenen van Johannes:

'ik heb de wereld overwonnen.'

En Paulus zegt: ‘wijdt uzelf aan God toe,

als een levende, heilige offergave.’

God geve ons volharding en vreugde bij de taak die op ons rust

op de plek waar wij zelf mogen staan.