Over het water naar Jezus toe! (2005)

Een boot op het water, geteisterd door de golven,
het is een beeld van ons geloof,
te midden van de gevaren, de twijfels en het ongeloof.
Wij kunnen inderdaad heel wat tegenwind krijgen in ons leven,
waardoor ons geloof schipbreuk dreigt te lijden:
een ziekte of de dood van een jonge, talentrijke vriend,
een mislukking met de kinderen in het gezin,
een tegenslag op het werk, een bekoorlijke ontmoeting,
een grove fout die niet meer recht te zetten is.
Wij kunnen in ons leven door vele golven geteisterd worden.
Er is heel wat kwaad en dood
dat ons bedreigt en naar beneden trekt.

Vandaag hoorden wij dat Jezus juist over het water liep.
Dat wil zeggen dat het hier gaat over een ontmoeting
van de leerlingen met de Heer die de dood overwonnen heeft,
met de verrezen Heer, dus.
Mattheüs heeft de tekst weergegeven zoals die in de liturgie
van de eerste Kerk - dus na de verrijzenis - werd gebruikt.
De jonge geloofsgemeenschap,
die vervolging en moeilijkheden kende,
werd bemoedigd door deze ontmoeting
met de verrezen Heer, die sterker is dan elke dood
en die hen toewenkte: "Kom!"

Voor ons, zeker als wij ons bedreigd voelen,
is het zo moeilijk om die verrezen Heer te herkennen,
juist zoals voor de leerlingen in de boot trouwens.
"Zij meenden een spook te zien",
een angstaanjagende verschijning.
Geloven in Jezus betekent: zich durven toevertrouwen,
niet aan de macht van de angst, maar aan de kracht van de liefde.
Maar wie in moeilijkheden zit, zal op dat moment spontaan
helemaal geen redding verwachten
van "zichzelf vergeten en vertrouwen in de liefde”.
Neen, in een crisis zijn wij zo overspoeld door onze problemen
dat wij verlamd geraken van de schrik.
Dan kijken wij vooral
naar de gevaren die onze persoon bedreigen,
zodat wij geen oog hebben voor de liefde die ons draagt,
die ons omringt, die op ons afkomt
en die ons redding kan brengen.

Om problemen en ontgoochelingen het hoofd te bieden
zijn er verschillende mogelijkheden.
Maar de angst is in ieder geval een slechte raadgever.
Christen-gelovigen herkennen,
ook te midden van de mislukkingen,
een uitnodiging tot een surplus aan liefde,
die sterker is dan elke dood.
Wij geloven dat het de liefde is,
zoals de verrezen Heer ons die voorleeft,
- een liefde die zichzelf vergeet -
die ons de vindingrijkheid en de creativiteit kan geven
om de tegenkantingen die op ons af komen het hoofd te bieden.

Petrus stapte uit de boot
en liep over het water van dreiging en dood naar Jezus toe.
Dat wil zeggen dat Petrus midden in de storm een stap zet
die indruist tegen elk gezond verstand.
In het gevaar willen wij ons juist
met beide handen vastklampen aan onze eigen zekerheden.
Neen, Petrus overwint zijn angst
en steekt zijn hand uit naar de Heer.
Op dat moment, een gebaar van vertrouwen
en overgave aan de liefde die zichzelf vergeet.

Maar, weldra begon hij toch opnieuw te twijfelen.
Kijk, ons geloof is nooit af.
Ons geloof is nooit een verworven en beveiligde zekerheid.
Het ontwikkelt mee met ons leven, met onze persoon
en kent dan ook steeds opnieuw hoogten en laagten.
Wij krijgen immers steeds nieuwe ervaringen te verwerken.
Het geloof staat nooit stil. Ofwel groeit het, ofwel verzwakt het.
De twijfels maken er essentieel deel van uit.
Ons geloof groeit juist
door het overwinnen van de opkomende twijfels.

In plaats van naar Jezus te blijven zien, kon Petrus het niet laten
toch weer naar de golven en de wind te kijken,
toch weer aan de angst te denken voor zijn eigen persoon.
Wie zijn blik afwent van de liefde en weer naar zichzelf kijkt,
kan alleen maar constateren hoe kritiek zijn situatie geworden is.
Wie een moment aarzelt te vertrouwen
in de kracht van de zichzelf-gevende liefde
en weer op eigen macht gaat speculeren om de gevaren te bezweren,
zinkt weldra weg in het water.
Telkens opnieuw dient de twijfel overwonnen te worden.
Tot wij grijpen naar de enig echte reddende hand: de echte liefde,
de liefde die dankbaar geeft, breekt en deelt.
Als wij de zichzelf-vergetende liefde erkennen
als de enige God in ons leven, dan gaat de wind liggen,

Laten wij onze eigen levenservaringen even bekijken,
en ons afvragen:
Wat is er bij ons de laatste tijd sterker :
het dreigende water of de wenkende Heer,
de angstige twijfel of de reddende liefde?

In ieder geval
spreekt de Heer ons weer in deze Eucharistie toe: "Kom".
En "Petrus stapte uit de boot
en liep over het water naar Jezus toe."