Zachte wind - uitgestoken hand (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden
God ontmoeten in de zachte wind en in de uitgestoken hand. Wat  een prachtige verhalen ! En zo boordevol ! Waarbij we ons vooral niet zullen afvragen of er een historische kern in zit en wat die dan wel is. Daar gaat het in beide verhalen niet om. Integendeel: dat zou ons maar afhouden van de tekens die erin verborgen zijn.

Eerst het verhaal van Elia, die zijn profetenrol blijkbaar vervult met flinke tegenzin. Hij krijgt bij zijn stamgenoten geen voet aan de grond en daarover heeft hij hartgrondig de smoor in. Hij deserteert zelfs, vlucht de bergen in; en daar krijgt hij dus zijn godservaring . In de beschrijving van dat voorval horen we en-passant dat hij daarboven God niet ontmoette in spectaculaire natuurverschijnselen. Maar wel in zoiets simpels als de suizelende wind. Als u vanmiddag in de tuin of op uw balkon zit en u heeft de rust om te luisteren, kunt u hem horen gaan door de struiken en de bomen, die ritselende wind. In het verhaal wordt hij bijna verontschuldigend opgevoerd: God in iets dat onaanzienlijk is, in iets dat dag-in-dag-uit bij ons is. Maar, zou dat misschien juist het teken van de schrijver kunnen zijn: God in het eenvoudig bestaande om ons heen, en dan niet als los onderdeel ervan zoals een stuur in de auto,  maar als grond van het bestaan zelf, zoals Griekse filosofen god aanduidden met : ό Ων , dat is vertaald: het zijn.. En zo kan dit verhaal onze eerbied opwekken voor ‘al wat ís’, voor medemens en natuur…!

Dan het evangelie. Jezus die na een reeks vermoeiende preken alleen wil zijn om de accu op te laden. Maar de opdringende Galileërs wijken niet; Jezus trakteert hen ‘s avond nota bene ook nog op brood, dat er tevoren nog niet was. Ook hij wil vervolgens de bergen in om tot zichzelf te komen en daarom stuurt hij het volk naar huis en zijn leerlingen de boot in, het meer op.
En dan volgt een prachtige theaterscène als in een opera van Puccini. De boot met leerlingen komt in zwaar weer. Dat is niet zo vreemd op het meer van Galilea, dat berucht is om z’n plotselinge weersomslagen. Jezus blijkt dan ineens niet meer in de bergen, maar vlakbij, boven het kolkend water. Dit is overigens weer een signaal om aandacht aan te geven: vrienden in nood: Jezus erbij ! storm of geen storm, logica of niet! Hij wordt echter aangezien voor een spook. En ook dat is niet vreemd: want wie van ons in nood kan nog rationeel denken? Dat maken we toch allemaal mee, waarschijnlijk vaker dan ons lief is ?! Een spook dus.
Jezus maakt zich daarom maar zelf bekend. Petrus krijgt als eerste iets in de gaten: ‘Als U het bent, heer..’. en hij wil er enthousiast op af…, alsof zijn eerste taak niet bij zijn kameraden in de boot is. Maar - het verhaal brengt ons van de ene verrassing in de andere - Jezus wenkt hem: ‘Kom maar’. En Petrus doét het gewoon… Het kàn blijkbaar!
Maar dan realiseert hij zich kennelijk waar hij mee bezig is: de geestdrift schiet eruit en  de nuchterheid slaat toe. Hij gelooft er niet meer in en dus laat het verhaal Petrus wegzakken. Dit lijkt  weer een hint aan ons lezers ! Maar er volgt nog meer: ‘Heer red me’  En dát doet Jezus, uiteraard… Heel wat schilders hebben dit tafereel op doek gezet: een verlichte Jezus boven donkere golven die een half weggezonken man de hand reikt. Dit beeld nu is het centrale  thema geworden van  het christendom, : er zíjn voor wie hulp nodig heeft, in de meest brede zin. Dat was het nieuwe dat Christus preekte en vóorleefde  in de antieke wereld van toen. We moeten er nog steeds aan wennen; want vóorleven roept om náleven en dat is vaak afzien…. 

Het verhaal eindigt met nog twee belangrijke elementen: Jezus bedaart de storm – zo machtig is hij dus – én in de boot belijden de leerlingen in grote eenstemmigheid dat Jezus de zoon van God, en dus God is. En dát allemaal in éen verhaal en op éen zondagmorgen!

Het verhaal roept bij mij ook vragen op:
Ik las dat Matteüs zijn evangelie schreef rond het jaar 70; zijn collega Petrus was toen al 10 jaar dood . In de jonge kerk was in die jaren al onenigheid over allerlei praktische en leerstellige zaken. Matteüs had er behoefte aan het leiderschap van Petrus, terugwerkend, in zijn versie van het evangelie te profileren om richting te geven in de lopende discussie. Daar paste de handreiking van Jezus in het woelige water in. Hij laat  Petrus ook  prominent aanwezig zijn bij de gedaanteverandering van Jezus op de berg Tabor. En ook beschrijft hij hoe Jezus Petrus met 2 zonen van Zebedeus  meeneemt de hof van Olijven in, met het dringend verzoek te waken.. En elders is hij de  ‘steenrots’ waarop Jezus zijn kerk gaat bouwen. In onze ogen zijn dat promotionele teksten. Matteüs  brengt Petrus na diens dood onder de aandacht.
Maar diezelfde Matteüs beschrijft ook scènes waar Petrus bepaald zwak uitkomt. Terwijl de toekomstig primaat bij het laatste avondmaal nog beweert dat wiè Jezus ook zal verloochenen, hijzelf zeker niet, presteert hij dat  2 uur later wel degelijk, zelfs tot 3 keer toe!: ‘nee, ik ken die man helemaal niet !!’ Diezelfde avond valt hij ook tot twee keer toe in slaap ondanks Jezus’ aandrang om te waken. En in het evangelie van vandaag wordt hij toch eigenlijk ook niet gespaard. Matteüs beschrijft deze voorvallen breeduit.
En toch wordt die Petrus de steenrots ‘waarop ik mijn kerk zal bouwen’. Het maakte voor Jezus blijkbaar niet uit dat hij zijn zwakheden had; zijn goede bedoelingen en zijn inzet waren kennelijk belangrijker. Dát is bemoedigend mensen! Als wij mismoedig zijn omdat ons de zeeën te hoog gaan, we nemen de verkeerde beslissingen, we zeggen de verkeerde dingen, en we schieten tekort, dan is er altijd die diepere werkelijkheid waar logica en menselijk oordeel niet gelden. Daar telt onze zwakheid niet. Of eigenlijk: daar telt zwakheid juist wel, in positieve zin!
Jezus staat in het evangelie aan de kant van wie kwetsbaar is, van wie beschut en verzorgd moet worden,  én  - om terug te komen bij het beeld van Matteüs - aan de kant van wie maatschappelijk uit de boot zijn gevallen.

Kritisch klinkt Jezus alleen in de richting van grote ego’s die macht en middelen misbruiken. Voor wie niet verblind is door eigen ik, verschijnt hij in de ruisende wind en in  de door een medemens toegestoken hand. Wil