Waar blijft de Heer? (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 522 niet laden

Het is ruim 2000 jaar geleden dat Jezus werd geboren. Zijn komst heeft de wereld definitief veranderd. Sindsdien wordt Zijn Naam nog elke dag genoemd, miljarden malen per dag. Zijn naam wordt uitgesproken in de grootste kathedralen van de wereld, maar ook in de eenvoudige kerkjes van takken en palmbladeren in het hartje van donker Afrika. Zijn naam wordt uitgesproken te pas en te onpas. Bij dat laatste moet ik denken aan dat jongetje dat zei: "Ik heb een buurman die erg vroom en godvruchtig is. Hij kreeg vanmorgen een blok hout op zijn tenen en heeft daarna wel een half uur tot God gebeden!"

De naam van Jezus spreekt nog steeds een krachtig woordje mee. Jezus speelt mee, zelfs in onze computerwereld. 2000 jaar na zijn dood krijgt de naam van Jezus nog overal ter wereld zendtijd en subsidie, spreekt Hij nog steeds machtige en indrukwekkende woorden over goed en kwaad. In een wankel evenwicht balanceert de naam van Jezus op een sokkel van moeilijke woorden, dogma's, liederen en getuigenissen. De naam van Jezus als een naam, waar mensen elkaar kunnen vinden om hun beste bedoelingen en stoutste dromen aan elkaar kenbaar te maken. Daarom bent u weer hier naar de kerk gekomen. Om te luisteren naar wat Hij ons vanmorgen te zeggen heeft. En er wordt ons weer een verhaal aangereikt vol troost. Een verhaal waarmee we verder kunnen! Het verhaal over "de storm op het meer" mag ons eigen levensverhaal zijn.

In de oerkerk werd het verhaal van "de storm op het meer" voorgelezen als een boodschap van troost en bemoediging in stormachtige tijden. Toen de eerste christenen werden gefolterd, worstelden zij angstig met de vraag "Waar blijft de Heer? Waarom komt Hij niet tussenbeide? Waarom moet mijn man, mijn vrouw, mijn kind, mijn moeder sterven, terwijl Jezus toch zoveel zieken genas en van de doden deed opstaan?" Soms trekken zware stormen door je leven heen. Wie wijst ons dan een uitweg? En bij de zware stormen die al jaren het Midden Oosten teisteren? Wie wijst ons een begaanbare weg die naar vrede leidt? In het zoeken naar een begaanbare weg lopen we haast te pletter tegen bergen van misverstand. Het leven, ook ons eigen leven, telt talrijke kloven en ravijnen. Wie maakt voor ons deze wereld en ons eigen leven begaanbaar?

Het evangelie wil ons een uitweg bieden uit de spanningen van onze tijd. Het is het verhaal van het dreigende water. Water is in de Bijbel de verblijfplaats van de kwade machten, het beeld van de dreigende dood. Wie kan de kracht van de storm meten? Golven worden hoog opgezweept en ploffen neer in de diepte. Zij verpletteren mensen, soms hele volkeren en veroorzaken dood en verderf en Jezus is er niet bij! Wonderlijke Jezus! Hij heeft zélf zijn leerlingen gevraagd om naar de overkant te varen. Hij dwingt als het ware zijn leerlingen om het water van de dood te trotseren, terwijl Hij zelf op de berg neerknielt in gebed. De hele nacht moeten de leerlingen zich aftobben om vooruit te komen en vechten zij tegen de duisternis, tegen dood en ondergang. Pas tegen het einde van de nacht gaat Jezus naar hen toe. Als het morgenlicht aanbreekt, komt Jezus hen tegemoet. Jezus trotseert de golven van de dood. Hij wordt er niet door verpletterd.

Ook in onze wereld kan het water ons tot de lippen stijgen. Met spanning volgen we de gebeurtenissen op al die pijnplekken van de wereld. En ook in ons eigen leven kan het water ons tot de lippen stijgen. Als we de pijn voelen van het gemis en de onzekerheid. Vertwijfeld vragen we ons dan af: Waar blijft de Heer? Laat Hij ons omkomen in de dreigende golven van ons bestaan? We voelen de grond onder ons weggeslagen. Onder ons een ijzingwekkende diepte. Soms vechten we nachtenlang - in alle eenzaamheid – tegen de krachten van de dood. Na een lange nacht van worstelen met de destructieve krachten van het leven, zien de leerlingen weer een streepje licht in hun leven. Petrus stapt als eerste op het water. Maar zijn geloof, dat de bange nacht nu écht achter hem ligt, blijkt niet groot genoeg. Jezus neemt hem bij de hand en redt hem van dood en ondergang.

Het evangelie wijst ons vanmorgen een begaanbare weg. Hoe donkere wolken zich ook boven je leven kunnen samenpakken, hoe stormen en orkanen in staat zijn je leven onderuit te halen, hoe bang angstig en lag de nacht ook kan zijn: er komt een einde aan! Je ziet het nu nog niet, maar kijk: het morgenlicht breekt door! Begeef je maar op de wateren van de dood. Je hoeft er niet bang voor te zijn. Want wie woont onder de hoede van de allerhoogste God, zal nooit verloren gaan, loopt nooit in dit leven te pletter. Begeef je maar, zelfs op de wateren van de dood. Je zult er niet in onder gaan! God zal onszelf op adelaarswieken dragen. Elk mens zal vroeg of laat uit de levensboot moeten stappen, zich prijs moeten geven aan de wateren van de dood. Maar een gelovig mens weet dat, als de doodswateren hem of haar tot aan de lippen stijgt, dat God ons bij de hand zal nemen en ons veilig aan land, zijn land, zal brengen. Als wij in de stormen van onze tijd niet kunnen vertrouwen op God, dan wordt ons leven leeg en ijdel. Dan bouwen we op zand.

In de eerste lezing hoorden we dat de profeet Elia ook aan het eind van zijn Latijn is. Het volk dreigt met de afgod Baäl in zee gaan, zijn hun God Jahwe blijkbaar aan het vergeten! Elia kan er niet meer tegenop. Hij is doodmoe en vlucht weg in de woestijn. Maar uitgerekend in die dorre vlakte komt hij in contact met het geheim van God. Hij komt Hem tegen, niet in een aardbeving, noch in de storm die rotsen verbrijzelt, noch in het vuur, maar in het suizen van een zachte bries.  Hij wordt geraakt, aangeraakt door God. Hij vindt de moed om in de stormen van zijn leven weer terug te gaan en een opvolger te zoeken die de strijd tegen de afgoden zal voortzetten.

Stormen die door de wereld, door je leven trekken. Wat kunnen we van de beide lezingen van vanmorgen leren? Misschien dat we, op de beste momenten van ons leven. met de psalmist (Psalm 23) mee kunnen bidden: "Mijn Herder is de Heer, het zal mij nooit aan iets ontbreken. Al moet ik het duister in van de dood, ik ben niet angstig. U bent bij me en onder uw hoede durf ik het aan!"