Kleingelovige, wees niet bang: Ik ben het (2005)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 538 niet laden
In de verhalen van vandaag komen alle elementen voor waaruit onze wereld is opgebouwd: aarde en lucht, water en vuur. In al deze materie kan iets van God zichtbaar worden, maar God zelf is het niet. De werkelijke Godsontmoeting vindt plaats in de stilte waar het geweld van de elementen niet binnendringt.

Vorige week hoorden we hoe Jezus geen kans kreeg om zich in stilte terug te trekken, hoewel Hij daar na het bericht over de dood van Johannes de Doper zo'n behoefte aan had. Maar de grote menigte mensen was hem naar de onherbergzame plek gevolgd, en Hij werd geraakt door al hun noden, hun ziektes en sores en genas ze. En toen zijn leerlingen ze bij het vallen van de avond weg wilden sturen, zei Jezus tegen ze: "Jullie moeten hun te eten geven." Nu stuurt Hij zijn leerlingen met de boot naar de overkant van het meer, en de mensen naar huis, en gaat Hijzelf alsnog de berg op om te bidden.

Ook Elia, een van de grootste profeten van het volk Israël, gaat de berg op, bij uitstek de plaats van de Godsontmoeting. Elia heeft het zojuist in naam van de God van Israël opgenomen tegen alle profeten van de koning en tegen Baäl, de (af)god van het land Kanaän en van de vruchtbaarheid. Zij hebben allen het onderspit moeten delven door het krachtige optreden van Elia. Maar nu hij door de koningin met de dood wordt bedreigd, ziet hij het niet meer zitten, vlucht en wil zelfs dood. Door Gods boden wordt hij gedwongen te eten en te drinken en de berg op te gaan. In de confrontatie met het vele natuurgeweld (storm, aardbeving en vuur) ervaart hij Gods kracht, maar in de stilte die daarop volgt en het zachte suizen van de wind, ontmoet hij God zelf. Vanuit de kracht van de stilte en de Godsontmoeting kan hij anderen bemoedigen, en zalft hij in Gods opdracht nieuwe koningen en wijst hij ook zijn eigen opvolger Elisa aan. Overigens is zelfs door de ontmoeting met God niet alle angst en onmacht in één keer weg. God stelt hem vóór en na de Godservaring op de berg precies dezelfde vraag: "Waarom ben je hier, Elia?" en beide keren geeft hij precies hetzelfde antwoord, namelijk een klaagzang hoe hij gehoorzaam is geweest aan Gods opdrachten, zich heeft ingezet en uitgesloofd, maar nu als stank voor dank met zijn leven bedreigd wordt. Het verschil zit 'm dus niet in zijn gevoel of beleving, maar dat hij de tweede keer gáát.

Bij Jezus zien we ook hoe Hij na zijn nacht alleen op de berg, zijn leerlingen weet te bemoedigen. We horen hoe angstig Petrus en de anderen zijn als hun scheepje in de woelige golven terecht is gekomen, en Jezus hun tegemoet komt, hoe Hij hun gerust stelt en opnieuw die veelvuldig in de Schrift voorkomende woorden spreekt: "Ik ben het. Wees niet bang." We horen hoe Petrus op zijn eigen impulsieve, branieachtige manier Jezus uitdaagt hem te roepen en op het enkele woord van Jezus: "Kom", zet hij zijn eerste aarzelende schreden, maar dreigt te verdrinken in zijn eigen angst. Petrus roept: "Heer, red mij", een gebed om hulp dat velen hem hebben nagezegd. Jezus noemt Petrus dan kleingelovige, omdat hij twijfelde: stilhield in plaats van door te gaan.

Dat deze verhalen tot in onze dagen worden doorverteld, gebeurt volgens mij tot onze troost. Vaak zijn wij kleingelovige mensen, maar - zo wordt ons voorgehouden - dat waren zelfs onze grootste voorgangers ook. Zeker zijn er verschillen tussen hen en ons, maar ook overeenkomsten. Het leven kan allerlei vragen oproepen. Elia en Petrus aarzelen niet of God bestáát en bij hen is, maar ze twijfelen aan hun eigen vermogen om hun opdracht te vervullen. Als ze gered worden van het geweld van de natuur, hebben ze ontzag voor de kracht van God en van Jezus en dankbaar voor hun redding. Ze hebben vertrouwen in God, in Gods nabijheid en in Gods gezag over de elementen.

Gods gezag over de elementen kan bij óns gemakkelijk de vraag oproepen waarom God dan niet ingrijpt bij een tsunami, hongersnood door droogte of bij overstromingen. Hún ervaring van dat moment is een hele andere: de God van Israël (en niet Baäl) kan ingrijpen en doet dit ook. Toch neemt dit niet alle angst weg.

Ook bij ons hoeft de angst niet weg te zijn om vertrouwen te hebben
en te gáán, met durf en daadkracht. We mogen best bang zijn, we hoeven niet vol zelfvertrouwen te zijn, maar wat wel nodig is, is dat we vertrouwen, dat we geloven en gáán.

De leerlingen van Jezus komen tot de erkenning dat Hij werkelijk de Zoon van God is als duidelijk wordt dat zelfs het water van de dood geen gezag heeft over Jezus, maar andersom: Jezus heeft gezag over het water, over de dood. Daarmee verdwijnt het bestaan van de dood niet of de angst er voor, maar de dood heeft niet het laatste woord over Jezus, maar Jezus over de dood. Het doet mij denken aan de reactie van de onlangs overleden schrijver Karel Glastra van Loon. Toen hem werd gevraagd hoe hij omging met de wetenschap dat hij een hersentumor had, die hem uiteindelijk het leven zou gaan kosten, antwoordde hij: "Ik ben allang klaar met die ziekte; die ziekte is alleen nog niet klaar met mij." Ik kende hem niet persoonlijk, maar ik veronderstel dat ook bij hem niet alle angst weg zal zijn geweest en zeker zal er de nodige confrontatie aan vooraf gegaan zijn voor hij deze uitspraak kon doen.

Ik denk dat ook wij de momenten van confrontatie met de kern van ons bestaan, momenten van stilte en Godsontmoeting nodig hebben. Wie zich terugtrekt op de berg, in de stilte, de plaats van de Godsontmoeting, die ontstijgt het alledaagse leven, en ontdekt wat daarin nu - wel en niet - echt belangrijk is. Die kernmomenten van ons leven hebben we nodig om temidden van de stormen van ons bestaan de Stem te blijven verstaan die óns aanspreekt, moed geeft, uitdaagt en liefheeft: "Kleingelovige, wees niet bang: Ik ben het."