19e zondag door het jaar A - 2008

Zusters en broeders,

Het evangelie van vandaag vertelt een zeer merkwaardig verhaal, dat je zowel letterlijk als figuurlijk kunt lezen. Het speelt zich af onmiddellijk na de broodvermenigvuldiging.

Als je het letterlijk leest, dan lees je het volgende: Jezus heeft een wonder verricht dat grote verbazing wekt en Hem tot een grote volksheld dreigt te maken. Hij heeft immers met vijf broden en twee vissen duizenden mensen te eten gegeven. Je mag er zeker van zijn dat Hij meteen heel populair was. Stel je voor: een man die je zomaar te eten kan geven. Zo'n man moet je in je buurt zien te houden, zo'n man moet in de politiek gaan, zo'n man moet koning worden. Als onderdaan van zo'n man hoef je niets meer te doen, hij zorgt wel voor alles. Met hem is luilekkerland een feit. Dat is wat de mensen misschien denken en willen, maar dat is precies wat Jezus niet wil. Hij wil geen schertsmessias zijn, dus moet Hij het moment vóór zijn waarop de massa zich van Hem meester maakt om Hem voor haar eigen kar te spanen. Ook zijn leerlingen moeten verdwijnen, want ook zij lopen het gevaar goedkope succesnummers te worden die dromen van populariteit en macht. Het volk stuurt Hij naar huis, en zelf trekt Hij de berg op om er in eenzaamheid te bidden. Met de apostelen wil het ondertussen niet zo goed lukken: hoewel ze ervaren vissers zijn, kunnen ze niet op tegen de tegenwindse golven, zodat ze terug naar het vertrekpunt gestuwd worden. Jezus ziet dat ze in de problemen zitten, en gaat hen van op de oever een eind tegemoet. De apostelen zijn moe en bang, het is nog halfdonker, dus denken ze dat Hij over het water gaat en menen ze een spook te zien. Tot Hij zich kenbaar maakt en Petrus in het water springt om naar Hem toe te lopen. Maar hij heeft de kracht van de golven onderschat en dreigt te verdrinken. En dan reikt Jezus hem zijn reddende hand. Op dat moment gaat de storm liggen, en erkennen de leerlingen in Jezus de Zoon van God.

Zo zou je het verhaal kunnen lezen, letterlijk dus, maar waarschijnlijk lees je beter figuurlijk, en gaat het niet om een verhaal uit de tijd van Jezus, wel om een verhaal uit de tijd van de Kerk na Jezus' hemelvaart. Misschien denken de apostelen dat ze hun eigen weg kunnen gaan. Dus verwijderen ze zich van Jezus en zijn Boodschap, die niet gebouwd is op macht, maar op dienstbaarheid en liefde. En zo komen ze in een storm terecht, een storm van touwtrekkerij, ruzie en machtsdrang, want ze willen allen de eerste zijn in het rijk dat ze voor zichzelf dromen. Tot de storm zo hevig wordt dat ze met zijn allen dreigen ten onder te gaan. En dan komt Jezus ter hulp, maar ze zijn al zozeer van Hem vervreemd, ze zijn, met andere woorden, al zozeer hun eigen weg gegaan dat ze Hem en zijn Boodschap van dienende liefde niet eens meer herkennen. Tot Hij zich uitdrukkelijk kenbaar maakt. Petrus, die als leider van de jonge Kerk in het oog van de storm zit, loopt Hem tegemoet. Hij weet dat alleen Jezus nog redding kan brengen, dat alleen Jezus de storm van onenigheid en ruzie onder de jonge christenen kan bedaren, dus smeekt hij: ‘Heer, red mij! Red mij en uw Kerk van de ondergang. We dachten dat we het alleen konden, we dachten dat we zo een beetje onze eigen weg konden gaan, maar dat is niet zo. Bedaar alstublieft de storm waarin we verzeild zijn geraakt.' En vanaf dat moment van inkeer gaat de storm van onenigheid en ruzie inderdaad liggen.

Zusters en broeders, net als vorige week met het verhaal van de broodvermenigvuldiging, grijpt Mattheus dit verhaal aan om duidelijk te maken wat en hoe de Kerk van Jezus moet zijn. De Kerk van Jezus, inderdaad, niet de Kerk van Petrus en de apostelen. Petrus heeft de leiding, zo lijkt Mattheus te verduidelijken, maar ook hij mag alleen de weg gaan die Jezus is gegaan. In welke storm hij en de Kerk ook terechtkomen, ze moeten trouw blijven aan Jezus en zijn Boodschap, en ze moeten die Boodschap niet alleen verkondigen, maar ze vooral ook zelf beleven, anders dreigen ze ten onder te gaan.

Het mooie aan dit verhaal is, dat het ook het verhaal is van de Kerk van vandaag en van onszelf. Zowel onze Kerk als wijzelf moeten blijvend leven in Jezus' Boodschap. Een Boodschap die niet steunt op macht, op oordeel en vooroordeel, maar alleen op dienende liefde. Jezus is daarbij ons houvast. En Hij laat ons en zijn Kerk nooit in de steek. In welke storm we ook terechtkomen, Hij zal er altijd zijn. Om ons op te vangen, op te beuren, terug op de juiste weg te brengen. Ons en onze Kerk. Amen.