19e zondag door het jaar A (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 171 niet laden
Het was de laatste dagen geen zeldzaam beeld op onze T.V.: mensen die door het water liepen. Het evangelieverhaal is ietwat anders: Jezus liep niet DOOR het water, maar OP het water. Alleen waren er geen camera's ter plaatse om dat op T.V. te brengen, en er dient al onmiddellijk een verklaring daarvoor afgelegd die heel wat ‘VERKLAART': het verhaal van vandaag is geen unicum. De evangelist Matteüs heeft gespiekt, want de Griekse wereld heeft ook verhalen over goden die over het water liepen, en in het boeddhisme is er eveneens een verhaal van een broeder die over water loopt en dreigt te zinken, tot hij aan Boeddha begint te denken en nieuwe kracht krijgt en veilig de overkant haalt. Eigenaardig toch die gelijklopende verhalen in verscheiden kringen? En die informatie heb ik uit heel betrouwbare bron, en daarmee is er een vraag evengoed voor jullie als voor mij opgelost.
Of we daarom de bladzijde dienen om te draaien als waardeloos is wat anders. Het evangelie is qua inhoud niet te vergelijken met de ‘boekskes' die in onze krantenwinkels de rekken vullen. Het evangelie zou ik eerder rangschikken onder de categorie ‘Dit is een boodschap van algemeen nut'. Met die laatste woorden op ons T.V.-scherm wordt soms ook naar onze aandacht gehengeld en als we dan blijven kijken komen we tot de ontgoochelende conclusie ‘Is 't al? Is het maar dat?' Wie blijft de bijbel lezen, die blijft niet ontgoocheld zitten, die zal niet zeggen ‘Is 't al? Is het maar dat?' Maar daarvoor moet je zoals men het dikwijls uitdrukt die bijbel op het leven leggen.
Voor de apostelen en de eerste christenen zal dit al gauw duidelijk zijn geworden: ze hadden te kampen met tegenwind, meer dan hen lief was: verdachtmakingen, spot, vervolging, en dat ging heel ver. Vraag het maar aan Paulus toen hij nog geen Paulus was maar Saulus en op weg naar Damascus. Het vereiste dus een dosis moed om christen te worden en als christen te blijven doorgaan. Me dunkt dat dit nog altijd geen verleden tijd is, of misschien liever: het is opnieuw tegenwoordige tijd. Wie in ons land en in 2008 nooit een spottende sneer moet incasseren omdat hij christen is, mag zich afvragen of hij niet nooit buiten de eigen veilige kringen rondloopt, en dat vraagt uiteraard niet veel moed. Met gelijkgezinden aan een koffietafel zitten is geen probleem.
Goed, maar laat me nog eens terugkeren naar het verhaal. Petrus is weer het haantje de voorste en gaat te water. Overmoedig kan je zeggen. En dat bedenkt hij plots ook. Eerst had hij op Jezus vertrouwd, en nu gaat zijn aandacht weer naar de dreigende golven. Resultaat: paniek en beginnen te zinken. Maar dan overwint hij zijn angst en steekt zijn hand uit naar de Heer. Kan toch ook een weergave zijn van ONS geloofsleven. De ene dag staat de barometer op ‘beau fixe' en 's anderendaags op ‘variable'. Ons geloof is nooit een verworven en beveiligde zekerheid. Als een bisschop bekent dat hij zich wel eens vragen stelt, hoe zouden wij ons dan soms geen weifelende Petrus voelen? Tot wij weer grijpen naar de enig echte reddende hand: die van Jezus.
Vertrouwen! Jezus zegt het ons steeds opnieuw: ‘Ik ben er voor u'. Wanneer een sportman op de Olympische spelen in een zwak moment tegen zijn coach zegt: ‘Ik zie het niet meer zitten. Ik heb mijn twijfels.' Dan is het antwoord van die coach: ‘Vertrouw op mij'. Wel, als wij een moment van vertwijfeling kennen, dan is Jezus ONZE coach, niet in Peking, maar in het leven, die zegt: ‘Wees gerust, ik ben het. Vrees niet'.