19e zondag door het jaar A (2008)

Beste Dorpsgenoten,
De eerste lezing uit het eerste boek der Koningen vind ik een van de mooiste stukken uit de bijbel: Niet in een hevige storm die bergen en rotsen verbrijzelt, openbaart God zich. Ook niet in een aardbeving, niet in vuur. Na al dat geweld begon er een zacht briesje te waaien, dat je wangen streelt en dat je verrast met zijn verkoeling. Zo'n ervaring kennen we allemaal. Zo laat God zich voelen en ervaren, heel intiem, mag je zeggen. Als we dat meemaken in deze zomerse dagen, dan weten we waaraan we mogen denken. Een briesje dat mij overvalt met een intensiteit die dieper gaat dan storm, aardbeving en vuur.
Laat ons dat in gedachte houden bij wat ik nu ga zeggen.
Deze week is Solzjenitsyn gestorven, de schrijver die het ware gezicht van de communistische revolutie liet zien in boeken als Kankerpaviljoen en de Goelag Archipel. Dramatische beschrijvingen, gebaseerd op eigen herinneringen. Dat hij in leven bleef had hij te danken aan het feit dat zijn naam gevestigd was in het buitenland. In plaats van naar Siberië verbannen te worden werd hij het land uitgezet. Toen stopte zijn herinnering. Want wat hij zag in het Westen, vond hij zo inferieur dat hij vergat wat hij en zijn eigen land hadden verduurd. Wat hij van toen af schreef, verheerlijkte de tijd van de dictatuur. En nu zijn er pretparken met wachtorens, prikkeldraad, ratten en personeel gekleed als gevangenen die drankjes schenken. En velen noemen Stalin een wijs leider.
Om ons dingen te herinneren gebruiken we een agenda en hebben we een orgaan, herinnering, juist zoals we een reuk- en een smaakorgaan hebben. Maar vreemd genoeg hebben we geen orgaan om iets te vergeten. Ten dele gaat dat vanzelf maar als we dingen willen vergeten die ons in het verleden met pijn of schaamte geraakt hebben, dan kost ons dat werk: we willen er niet meer over praten of over horen, we leggen ons het zwijgen op. Soms wordt dat zwijgen zelfs doodzwijgen. Zo probeerde Solzjenitszyn het verleden toe te dekken.
Alleen: bij doodzwijgen blijven er lijken of graven achter en de vragen verstommen nooit voorgoed. Het advies: "Vergeten en vergeven" is dan niet meer dan een slag in de lucht.
Met betrekking op ons verleden, bestaat er behalve zich herinneren en (proberen te) vergeten een derde mogelijkheid: mijn betere ik verzoent zich met wat ik probeer te vergeten en dan kan ik opstaan in een nieuw leven waar niets meer weggedrukt of doodgezwegen hoeft te worden. Een heel goede werkwijze daarbij is dat ik dat waarvoor ik me schaam of waarover ik pijn voel, bij mij zelf met name noem.
Vandaag herinner of herdenk ik voor de tiende maal dat Nicky Verstappen dood is teruggevonden.
De H. Mis waarin we dat doen heet met een heel oude naam "het herdenken van het lijden en sterven van onze Heer Jezus Christus". En tevens herdenken we familieleden en dierbaren die lang of kort geleden door de dood van ons zijn heengegaan. Zo gedenken we bij het noemen van zijn naam ook wat zijn ouders en zijn zus meegemaakt hebben en nog meemaken, zijn grootouders, familie en vrienden. Vandaag gedenken we de dood van Nicky, we kunnen proberen hem te vergeten of ons verzoenen met wat er in ons gemoed blijft ruziën en stoken.

Zich met zichzelf verzoenen kan gaan zoals op de scène waar de vader zijn verloren zoon omkleedt met een voorname mantel, schoenen aan zijn voeten doet, een ring aan zijn vinger steekt en een feest viert: het verleden wordt niet onderdrukt of verzwegen: er begint een nieuw leven, ongeacht wat er aan vooraf ging. De zoon kreeg niet eens de kans om zichzelf te beschuldigen. Tot zo iets is iemand alleen niet in staat. Dat vraagt de nabijheid en de betrokkenheid van een ander, die met me begaan is en zoveel eerbied toont dat ik me groter en beter voel dan ik dacht. Dat maakt een nieuw leven mogelijk.
De opening van de Olympische spelen eindigde ermee dat heel langzaam een geweldig grote aardbol naar boven rees. Op de top stonden een zangeres uit het Westen en een Chinese zanger. Terwijl ze elkaars hand vasthielden zongen ze: "You and me." De woorden van Jezus: "De ander is als jij", hoorde ik er in meeklinken, en ook: "Wat jij wilt dat anderen aan jou doen, doe dat ook aan hen", woorden die 3000 jaar geleden al werden uitgesproken als grondhouding voor meer menselijkheid.
Zo kunnen we elkaar nabij zijn, zonder grote uitspraken, en soms voelen we dan hoe ons iets groots overkomt, van een majesteit als het zachte briesje dat koel langs onze wangen strijkt.