19e zondag door het jaar A (2008)

We hebben zo-even het verhaal gehoord van de ontmoeting van de profeet Elia met God die zich openbaart in de stilte. God openbaart zich niet temidden van lawaai en drukte. Hem ontmoeten kan alleen maar als we voor Hem ruimte scheppen. Daartoe is rust en ingetogenheid nodig.

Ik heb vroeger wel eens een viering meegemaakt in een Grieks-Orthodoxe kerk. Ik moet zeggen dat dit een geweldige ervaring is. En toch voelde ik me een beetje ongemakkelijk. Ik stoorde me aan het vele lawaai. Het was er toch zo rommelig. Ik hou niet van een rommelige liturgie. Het is echter wel zo dat vieringen voor hen ook ontmoetingen zijn met geloofsgenoten. Bij ons is dit misschien niet genoeg het geval. Daarbij komt ook dat Oosterlingen - althans in het Midden-Oosten - wel eens luidruchtig uiting te geven van hun godsgeloof. Ik kan me voorstellen dat dit bij de Joden destijds ook zo was. Misschien is de boodschap van deze lezing uit de profeet Elia een wenk van de profeet aan de mensen van zijn tijd. "Doe het eens wat rustiger".

Ik zag eens een reportage over de Goede Week-processies in Sevilla. Die processies zijn indrukwekkend. Er is een massa volk in de straten. Voor sommigen is dat een religieuze ervaring. Ik denk voor velen een folkloristisch gebeuren. -

De profeet Elia leert ons dat God geen sensatie zoekt. Hij is geen dondergod. Hij is "niet in de storm, niet in de aardbeving, niet in het vuur. Hij is wel in de zachte bries" die ons van binnenuit beroert, die ten diepste gelukkig maakt. God is geen geweldenaar. Om Hem te horen, te ervaren, moeten we kunnen luisteren. Om God te ontmoeten hebben we ingetogenheid en rust nodig.

Wij zijn gewoon te leven te midden van hard schreeuwende luidsprekers. Stille momenten worden zeldzaam in ons leven. Dit is een groot gemis. Men leerde ons vroeger dat grote dingen in de stilte geboren worden. Wil je God ontmoeten, staat in deze eerste lezing, zoek dan de stilte op. God ontmoeten in gebed kan maar als we het rustig maken rondom ons. ‘God openbaarde zich in een zachte bries.’

Maar de realiteit is dat het wel eens stormt in ons leven. Dat was zeker zo voor de eerste christengemeenschappen. In tijden van vervolging leek de Kerk op een bootje dat overgeleverd was aan het geweld van een hevige storm. En het is in die storm dat Jezus rust brengt. Dat is de tweede boodschap in de liturgie van vandaag.

We kunnen de diepe zin van dit evangelie slechts begrijpen tegen de achtergrond van het Oude Testament. De "zee" is daar vaak de verblijfplaats geweest van de kwade machten. God alleen heeft macht over het kwaad.

De verrezen Heer beschikt over dezelfde goddelijke macht. Hij alleen kan over het water gaan. Hij heeft door zijn dood het kwade in de wereld overwonnen. "Wees gerust. Ik ben het." Dat is zijn boodschap voor de gelovigen die dreigen weg te zinken in de overmacht van het kwaad. De zee van miseries kunnen we uit ons leven niet wegbannen. Maar Gods hand is er steeds om ons te helpen het hoofd boven water te houden. Hij reikt ons de hand. Petrus komt maar tot rust als Jezus hem de hand toereikt. De storm wordt dan rust, kalmte. Voor de vervolgde christenen die bang zijn dat ze ten onder zullen gaan luidt de boodschap dat God hen niet in de steek laat. God houdt ons bij de hand.

In elk evangelie steekt echter ook een boodschap, een oproep tot de gelovigen van nu. Wanneer we mensen in uiterste nood ontmoeten, is het heel belangrijk dat wij hun handen vasthouden. Soms wel eens letterlijk. Een diep menselijk gebaar naar het voorbeeld van Jezus Christus. Zo ‘n gebaar doet soms meer deugd dan de mooiste woorden van troost en bemoediging. Het brengt vaak rust na de storm.