Niet in de storm (2002)

Homilie

Deze week zag ik een fragment van een aflevering van de sciencefiction film, Star Trek. Een produktie uit 1979, genaamd The Motion Picture. Hoe zou het gaan als de computer ook zelfbewustzijn zou hebben, hoe zou het zijn als alles helemaal logisch was? Ik kan me voorstellen dat velen van u niet van sciencefiction houden en ook niet dagelijks met deze filosofische vragen bezig bent, maar de vragen zijn niet alleen interessant voor filmmakers of schrijvers. Het heeft met ons dagelijks leven te maken.

In die film is vooral Mr. Spock geïnteresseerd in logische antwoorden op vragen die je kunt hebben. Logische antwoorden. Maar als hij die super computer ontmoet, ontdekt hij dat louter logica geen schoonheid heeft, geen emotie, geen visie. Louter logica heeft ook geen doel, geen toekomst. En de vraag waarom besta ik?, wie heeft mij geschapen?, wie is mijn schepper? Die vraag gaat de logica voorbij.

In zo'n film is het vaak aardig om op te letten welke vragen er niet gesteld worden, en welke problemen er worden omzeild. Bijvoorbeeld de vraag hoe in de ruimte zomaar een soort supercomputer kan ontstaan wordt niet beantwoord.

Maar eigenlijk gaat het Evangelie van vandaag ook iets in die richting. Voor moderne mensen blijven er allerlei vragen onbeantwoord. En wij zijn allemaal een beetje zoals Mr. Spock. Over water lopen, dat is niet logisch, welke techniek steekt daarachter? Is hier spraken van een bijzonder krachtenveld?

Je kunt nog zoveel vertrouwen, maar wanneer je op water gaat staan, dan zak je weg. Alleen in de Dode Zee kun je liggen zonder te zinken. Maar daar kun je ook niet over het water lopen. Het verhaal is natuurkundig niet logisch. Soms kunnen wij zo logisch zijn, dat we de kern van het verhaal missen. In feite gaan we lijken op de computers die we zelf hebben gemaakt. Wat de computer niet kan snappen, snappen we zelf ook niet meer.

Een heel mooi Evangelie hebben we vandaag, met allerlei ingrediënten. Stilte en afzondering op de berg, dat is tijd van gebed, retraite. Avond en nacht de eenzaamheid, bij God zijn. Een bootje met tegenwind, Jezus die over het water, bange leerlingen, een overmoedige Petrus en aan het einde dat waar heel het verhaal naar toe gaat: ‘De inzittenden wierpen zich voor Hem neer en zeiden: "Waarlijk, Gij zij de Zoon van God".' Daar gaat het naar toe. Hoe kunnen we dit verstaan? Ik zal u een stukje uit Psalm 18 voorlezen: Eerst de inleiding, met de bede om hulp en daarna de redding.

2 Heer, U heb ik lief, mijn sterkte zijt Gij, mijn toevlucht, mijn burcht, mijn bevrijder.
3 Mijn God, de rots waar ik toevlucht vind, mijn schild, mijn behoud en bescherming.
4 Wanneer ik de Heer aanroep, Hij zij geprezen, dan doet geen vijand mij kwaad.
5 Want golven van doodsgevaar sloten mij in, een stortvloed van onheil maakte mij angstig.
6 Het net van het dodenrijk hield mij gevangen, de strik van de dood lag reeds om mij heen.
7 Toen wendde ik mij tot de Heer in mijn nood en riep ik mijn God aan om hulp.
Hij hoorde mijn stem in zijn hoge paleis, zijn oor ving mijn noodkreten op.
16 De bodem der zee werd opengelegd, de grondslag der aarde werd zichtbaar.
Het water stoof weg voor de toorn van de Heer, het week voor de storm van zijn woede.
17 Toen stak Hij de hand uit en greep Hij mij vast en trok mij omhoog uit de golven.
18 Hij trok mij los uit de sterke greep van vijanden die ik niet aankon.
19 Zij hadden mij onverhoeds overvallen, maar ik werd beschermd door de Heer.
20 Hij bracht mij behouden in open veld, Hij hielp mij omdat Hij mij liefheeft.

Hebt u ooit in een onmogelijke situatie verkeerd? Dat kan ziekte zijn, tegenslag, in de persoonlijke sfeer, huwelijkscrisis, crisis in het bedrijf. Als je dan naar de loop van je leven kijkt, kun je zeggen dat Gods wegen meestal ondoorgrondelijk zijn. Dat is niet alleen onze ervaring. Daarom lees ik nog een stukje uit een andere Psalm nr. 77, 14-21

14 Mijn God, ontzagwekkend zijn al uw wegen, geen god is zo machtig als onze God.
15 Want Gij zijt de God die wonderen doet, die onder de volken uw macht hebt getoond
16 Uw arm heeft uw volk de vrijheid gegeven, de kinderen van Jakob en Jozef
17 De stromen zagen U naderen, God, zij zagen U komen en beefden
18 De bergbeken joegen hun water omlaag en regen sloeg neer uit de nevels.
De wolken weergalmden van dreunend geraas. Uw pijlen vlogen naar alle kanten.
19 De donder rolde de hemel rond, de bliksem verlichtte de aarde.
De rotsen beefden waar Gij U vertoonde,
20 uw weg ging over de golven der zee.
Het water vormde een pad voor uw schreden en wiste uw voetspoor weer uit.
21 Zo hebt Gij uw volk geleid als een kudde door Mozes' en Aärons hand.

Deze psalmen waren de liederen die in de tempel en elders werden gezongen. Deze teksten waren net zo vertrouwd als bij ons ‘God groet U zuiv're bloeme' of ‘Zomaar een dak'. Als de leerlingen dus dit gebeuren met Jezus opschrijven, dan klinken deze psalmen in de achtergrond mee. Maar wij verslikken ons steeds in die ene vraag: ‘liep Jezus nu over het water of niet?' Was het misschien een visioen, een droom, leek het alleen maar zo, dan snappen wij het wel. Of heeft God inderdaad een heel bijzonder wonder verricht? En wij maar nadenken over dat lopen over het water. Wanneer we daarin blijven steken, verliezen we het belangrijkste uit het oog.

Wat wil dat verhaal zeggen? Zoals God bij het volk Israël redding bracht uit de meest onmogelijke situaties, zo is Jezus nu letterlijk God die ons Redt, God met ons, Gods reddende hand. Dat is ook wat de naam Jezus betekent ‘God redt'. Petrus ervaart dit aan den lijven. Lopen over water, dat kan heel veel betekenen; de macht van het kwaad trotseren, net als Mozes met Gods hulp de overkant bereiken, standhouden in de vervolging, maar ook standhouden in Gods belofte, zoals ooit al tegen de profeet Jesaja werd gezegd: ‘Als gij niet standvastig gelooft, dan houdt ge geen stand (7,9)'. Gelukkig zijn niet alle verhalen louter logisch. Want het leven en dat wat ons overkomt is ook niet alleen maar ‘logisch'.

U kent het gezegde ‘over eieren lopen'. Je zult wel heel licht moeten zijn als dat wilt lukken. Toch moet ieder mens dikwijls over eieren lopen. Zo is het ook met dat water. Met het doopsel zijn wij door het water gegaan, waardoor het kwaad zijn macht over ons heeft verloren. Ik leef in gelovig vertrouwen in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft gegeven voor mij (Gal. 2, 20). Wij zijn veilig in zijn hand. Als we twijfelen, mogen we roepen. Hij is nabij, Hij redt ons. Wat kan ons nog gebeuren? Amen.