Jezus over de golven (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 121 niet laden
* Na het broodwonder stuurt Jezus zijn leerlingen terug in de boot over het meer. Hij zelf zendt ook het volk weg en trekt zich in het gebergte terug om te bidden. De boot lijdt onder het stormweer. Op het einde van de nacht trekt Jezus te voet over het water zijn leerlingen achterna. Dit verhaal vinden we gevarieerd bij Mt (14,22-33), Mc en Joh. Matteüs en Johannes waren ooggetuigen.

* Kan men over water stappen ? Mensen hebben natuurwetten opgesteld, en vaak deze op basis van waarnemingen ook gewijzigd. Wetten moeten wijken voor fenomenen. Er zijn ongetwijfeld in de natuur mechanismen die we niet vermoeden, en die onder een ongekende invloed in werking kunnen treden. Bekend is dat toen in de 13de eeuw de Tartaren Kiev belegerden, de H. Hyacinthus de Eucharistie en een Mariabeeld wegbracht stappend over de stroming van de Dniepr. We lezen dat talrijke aanwezigen in 1899 in Campitello (Corsica) de zieners van Maria over een vloed zagen glijden. Iets dergelijks vertelt ons "de beek van het mirakel" in Bartres i.v.m. Bernadette Soubirous.

1. Het voorgelezen wonderverhaal zegt ons allereerst iets over wie Jezus is.

- Jezus' wonderen zijn altijd en in de eerste plaats tekenen. Ze willen ons iets zeggen. Jezus deed nooit een wonder om het wonder. Hij was niet een thaumaturg die het spektakel zocht. Zijn tocht over de golven heeft een rijke symbolische waarde. De wilde zeeën, de woeste orkanen in de nacht betekenden voor de oude volkeren een vreesaanjagende dreiging van vijandige gevaren. In de bijbel was God precies degene die deze krachten beheerste. In een der wijsheidsboeken lezen we: "Op de golven der zee... kreeg ik (de wijsheid) de macht" (Sir 24,6). Job antwoordde zijn vriend Bildad die zijn aanklager werd: "God is het die stapt over de hoge golven der zee" (Job 9,8). De profeet Habakuk bad tot God: "Gij rijdt over de zee... over de kolken van het machtige water" (Hab 3,15). En met de psalmist: "Door de zee voerde uw weg, door oneindige wateren uw pad" (ps 77,20). God was het toch die Israël droogvoets door de Zee had doen stappen (Ex 14,21), en over de Jordaan heeft gebracht (Jos 3,17). Daarop belooft God de nieuwe uittocht uit de ballingschap: "Ik ben Jahweh. Ik leg een weg in de zee, in de machtige wateren een pad" (Jes 43,16). Kortom in Joodse ogen kon alleen God reddend over wateren stappen of anderen doen stappen. Jezus heeft zich hier duidelijk als de unieke Zoon van God open geleefd. Het verhaal is een Godsopenbaring.

- Dit fenomeen verschrikt de leerlingen. Eerst menen ze een spook te zien. Maar hun angst slaat om in een vrees die typisch was voor de huiver voor Gods aanwezigheid. Daarop zegt Jezus: "Vrees niet. Ik ben (het)". "Vrees niet" komt 365 maal in de bijbel terug, zoveel keren als er dagen zijn in het jaar. Voor elke dag één. Het woord "Ik ben" is de term van Gods identiteit. Dit woord is frequent bij Johannes, die het verder uitwerkt in Jezus' rede over het levende brood: "Ik ben het Brood des levens.." Matteüs vermeldt dat de inzittenden ter aanbidding op de knieën neervielen, met de woorden: "Waarlijk Gij zijt de Zoon van God": een vooruitlopen op de persoonlijke belijdenis van Petrus in Caesarea Filippi: "Gij zijt de Christus, de zoon van de levende God" (Mt 16,16). De belijdenis van Jezus' godheid komt reeds voor Pasen op de lippen. En Thomas zal het na Jezus' verrijzenis heel sterk en bewogen belijden: "Mijn Heer en mijn God" (Joh 20,28), orgelpunt van het Johannesevangelie. Bij de vorige stormbezwering klonk gevat de verzuchtende bevraging van de leerlingen: "Wie is Hij toch dat zelfs wind en water Hem gehoorzamen ?" (Mt 8,27; Mc 4,41 ;Lc 8,25).

 

2. Maar tegelijk brengt dit verhaal een boodschap over de kerk doorheen de tijden.

 

- Tegenover de dominerende figuur van Jezus zwalkt het bootje met erin de doodbange leerlingen Ze hebben het zwaar te verduren. De wind zit tegen. Petrus ziet Jezus en wil over het water Hem tegemoet snellen. Jezus roept hem, maar Petrus zinkt tot wanneer de Heer hem optilt: "Man van klein geloof". Dat woord ‘kleingelovigen' kom bij Mt vaak terug. Net zoals toen Jezus de vorige keer al de wind had gestild (8,26; en 6,30; 16,8; 17,20). De zwakheid van de leider wordt straks klaar in Petrus' weerstand tegen Jezus' lijden en bij zijn verloochening. "Toen zij (Jezus en Petrus) in de boot gestapt waren ging de wind liggen". Juist samen met Petrus redt Jezus de sloep. De lichtende figuur van Jezus verbant meteen de nacht, en de kust ligt al in zicht vlak voor hen (Joh 6,21).

- Tegen deze achtergrond heeft Matteüs de toestand van de Kerk in zijn tijd geschreven. Reeds de Kerkvaders van de eerste eeuwen zagen in die boot het symbool van de Kerk. Het was een tijd van vervolging zowel vanuit de kant van de Joden als vanuit het Romeinse heidendom. De tegenwind dreigde de christenen te ontmoedigen. Hiermee sprak Matteus zijn christenen nieuwe moed in, vertrouwen en geloof. De Kerk is al eeuwen in crisis en kent ook nu de aanvechting en de verdrukking. Maar ook vandaag komt de verrezen Heer naar ons toe: "Wees niet bang. Ik ben het". Hij grijpt wie verantwoordelijkheid draagt bij de hand. Wie op water wil lopen moet zijn ogen richten op Christus. Precies in diezelfde eeuw leefden de vervolgde Joodse christenen in de verlokking om naar het Jodendom terug te keren. Tot hen werd dan de merkwaardige oproep geschreven, die de Brugse bisschop betekenisvol tot zijn leuze heeft gekozen: "Richt uw ogen op Jezus" (Hebr 3,1).