Ik ben het, vrees niet (2008)

Welke vragen willen we stellen als we de schrijver van het eerste evangelie ooit zullen ontmoeten?  Wie is hij?  Was hij een directe volgeling van Jezus?  Heeft hij Jezus in levende lijve ontmoet?  Was hij inderdaad verbonden met een gemeente in Syrië?

Matteüs sprak nogal veel over kleingelovigen.  Wij willen weten waarom hij meestal de leerlingen zo typeert.  Wij kunnen hem vragen of hij instemt met de vele interpretaties, die zijn evangelie heeft gekregen.  Neem bijvoorbeeld het verhaal over de storm.  Welke beelden hebben hem daarbij geïnspireerd?  Klopt het dat hij in zijn verhaal over de storm afhankelijk is van Griekse voorstellingen?  De Griekse wereld heeft verhalen over goden, die over het water liepen.  Er is een verhaal, afkomstig uit het boeddhisme.  Een broeder loopt over het water.  Wanneer hij halfweg is, dreigt hij te verzinken.  Maar door aan boeddha te denken krijgt hij nieuwe kracht en bereikt hij de overkant.  Wij kunnen aan Matteüs vragen of hij aan dat verhaal heeft gedacht en hoe hem dit verhaal ter ore kwam.

Wij willen misschien van hem horen welke waarde hij hecht aan de interpretaties van Drewerman..  Deze Duitse theoloog gebruikt de psychoanalyse om teksten te verklaren.  Water wijst op alles wat ons onzeker maakt.  Het licht van de overkant redt de mens.  Christus laat inzichten in de mens oplichten.  Het zou kunnen dat Matteüs tijd zal nemen om op de aanpak van Drewerman in te gaan.  Hij zal wellicht zeggen dat hij geen moeite heeft met diep menselijke interpretaties van zijn werk.  Toch maakt hij reserve, zo wij ons opsluiten in onszelf en de redding bij ons zelf zoeken.

Zo goed als zeker zal Matteüs ons in het gesprek bevragen of wij zelf met de kern van zijn verhaal bezig zijn geweest.  Hij zal ons vragen of wij echt betrokken waren in zijn verhaal over de storm en of we met Jezus de overvaart hebben aangedurfd.  Het verhaal van de storm is een ontmoetingsverhaal met mensen in nood.  Geen beeld is beter geschikt dan dit van een nachtelijke storm op het water om een gevaarlijke situatie op te roepen.  Bij een storm op zee is er blijkbaar geen enkel houvast meer.  Waar kan je beschutting vinden en waarheen kan je vluchten?

In de storm komt Jezus naar zijn leerlingen toe.  Matteüs geeft stem aan die ontmoeting.  Jezus is geen spook op het water.  Hij is iemand met een stem.  Wan zodra we een klank horen, valt al een stuk onzekerheid weg.  Een stem kan in het duister zeggen: "Ik zie je niet, maar ik hoor je.  Vertrouw erop dat ik er ben."  Jezus spreekt het woord waar de Joden zich zo vaak mochten aan optrekken: "Ik ben het." 

Petrus waagt zich op het water, omdat Jezus het hem beveelt.  Doordat hij echter meer op de wind let dan op Jezus, dreigt hij te verdrinken.  In die nood bidt hij.  Jezus reikt hem een hand.  Jezus redt Petrus terwijl het verder stormt.  "De reddende aanwezigheid van God bestaat er niet in dat er geen stormen woeden.  Wij ervaren zijn aanwezigheid in de storm.  Wie zich gehoorzaam aan het avontuur waagt en uit eigen zekerheid wegkomt, ervaart Gods aanwezigheid.  De hulp van God bestaat niet hierin dat het geloof stralend en onaangevochten de stormen van het leven negeert.  Alweer is het geloof hier ‘klein geloof'.  Dit betekent een mengeling van moed en angst, van luisteren naar de Heer en letten op de wind, van vertrouwen en twijfel.  Dit is volgens Matteüs een fundamenteel kenmerk van het christelijk bestaan." (Luz, dl.2, p. 409-410)

We staan vaak alleen in het leven.  Wij zijn dankbaar wanneer iemand ons zijn hand aanreikt en ons optrekt.  Je bestijgt een berg en cordée.  Voor het laatste trapje kan een hand nuttig zijn om boven te geraken.  Op een aantal Oosterse verrijzenisiconen staat Jezus die naar de naar de onderwereld neerdaalt.  Hij reikt daar aan Adam en Eva de hand en trekt hen op.

Het verhaal van de storm eindigt bij Matteüs in een geloofsbelijdenis van alle inzittenden.  Zij erkennen Jezus als de Heer en belijden dat hij de Zoon van God is.  Als we Matteüs later zullen ontmoeten, zal hij ons vragen of wij zelf in de boot zijn gestapt en het uitgehouden hebben bij tij en ontij.  Wij zullen hem vertellen dat wij soms alleen maar water en wind hebben gezien (ZJ 593)..  Wij zullen toegeven dat ons geloof klein is geweest.  Maar dat wij nu en dan de kracht gevoeld hebben van medemensen die ons hebben gezegd op Jezus te vertrouwen: "Fiez-vous en Lui, ne craignez pas.  La paix de Dieu gardera vos cœurs.  Fiez-vous en Lui.  Alleluia, alleluia" (melodie Taizé). 

Het schip vaart al twintig eeuwen.  Het zet zijn tocht voort in deze 21 ° eeuw.  Elk jaar stappen enthousiaste vormelingen in het schip en zingen hun lied:

Zijn we straks op de volle zee
wij weten: Jezus vaart steeds mee.

Wij volgen zijn weg naar geluk,
met zijn zegen kan het niet meer stuk.

Ik ben dankbaar dat ik mee mag naar de overkant.  Jezus wacht daar.  Matteüs zal er bij zijn.  Hij heeft in zijn evangelie zijn lezers verzekerd dat Jezus er altijd is, ook als het stormt.