19e zondag door het jaar A

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
De weerstand van zijn stad, van de Farizeeën en van Herodes voert Jezus 'op eenen berg alleene', om er te bidden als Messias. De joden hoeven niet meer te speculeren op de toekomstige Messiaanse tijd: deze is aangebroken. De sekten hoeven de plaatsen niet meer aan te wijzen, één voor de hogepriester van de toekomst en één voor de Messiaanse koning van de toekomst, en dan elk volgens orde en rang, zoals we in hun geschriften lezen. De toekomst is begonnen en Jezus nodigt iederéén uit, heel het volk. Ze zitten in massa kriskras door elkaar. Het Messiaanse feest is niet voor een elite. Al wie ziek is of honger heeft is uitgenodigd. Dat hebben we verleden zondag gelezen. God is met zijn volk.

Maar Hij is eerst en vooral met Jezus zelf. Deze is na zijn nacht van gebed vol van God. Het gebed verandert ziel en lichaam. Mensen die het geheim van het gebed kennen zijn doordrongen van vrede en sterkte. Men kan het aan hun ogen zien, aan hun gezicht en aan heel hun lichaam. Een geestelijke kracht doorstraalt hen, die alle geweld en drukte meester is.

Het is van deze kracht dat Jezus doordrongen is wanneer Hij, op het einde van de nacht, over het water naar de leerlingen komt. Ze worden gekweld 'tussen duivel en diepzee'. Ze worstelen met de wind en de golven, zoals de knecht van de honderdman worstelde met zijn verlamde lichaam en zoals de bezetenen van het land der Gadarenen worstelden met de duivelse krachten die Jezus uit hen wou uitdrijven.

De Messias is deze tegenkrachten meester. Hij heeft de duivel overwonnen in de woestijn. Hij heeft hem ook nu weer overwonnen in zijn nacht van gebed. Hij zal alle weerstand overwinnen van volk en Farizeeën en Herodessen. Af en toe straalt dit door in zijn leven. De zwaartekracht van de natuur wordt overwonnen door de geestelijke kracht van de biddende Messias, zoals soms in het leven van de heiligen het lichaam meer gehoorzaamt aan Gods buitengewone, wondere kracht dan aan de krachten van de schepping. In deze kracht is het dat Jezus over het water komt.

Het is deze kracht die de leerlingen nog niet kennen. "Ze begonnen van angst te schreeuwen". Maar Jezus zegt onmiddellijk tot hen: "Weest gerust. Ik ben het. Vreest niet". De wind gaat liggen zodra Hij in de boot stapt en het Evangelie van Matteüs vervolgt: De inzittenden wierpen zich voor Hem neer en zeiden: "Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God"

De eerste keer dat Jezus de storm stilde 'stonden de mensen verbaasd en zeiden: Wat voor iemand is dat toch, dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzamen'? Hier wordt dat vraagteken in een uitroepteken veranderd. Hij is de Messias, de koning van Israël, de Zoon van God, zoals Israël zijn koning noemt. Langzaam dringt het tot de leerlingen door wat voor Godszoon Jezus eigenlijk is. Ze zullen Hem steeds verder leren kennen en ontdekken. Maar hier, 'tussen duivel en diepzee', leren ze Hem kennen als de sterkste.

Petrus, die langzaam de leider wordt, ondergaat het sterkst van allen de test van het geloof. Hij volgt Jezus over het water, onstuimig, maar ervaart dat hij niet op eigen kracht, maar in de kracht van zijn Meester, een kracht die hij amper kent, Hem kan volgen. Dramatisch was voor Jezus de dag dat Hij door zijn eigen Nazaret verworpen werd, dramatisch het bericht over de moord op de Doper, dramatisch zijn nacht van gebed. Dramatisch is voor de leerlingen hun redding, hun opdracht om het volk te voeden, hun vooruitzicht Jezus verder te volgen. Maar Jezus' kracht wordt hun kracht. Jezus' gebed zal ook hun gebed worden en Jezus' overwinning, hun overwinning.

De knecht van de honderdman, de bezetenen van het land der Gadarenen, Petrus en de leerlingen overwinnen, niet omdat ze sterker zijn dan de verlamming, sterker dan de bezetenheid, dan de natuurkrachten, maar omdat ze zich in hun zwakheid aan Jezus' kracht overgeven.