Gij zijt voorbijgegaan (1999)

De vorige week begon de lezing met Jezus die zich terugtrok voor bezinning, voor stilte, zoiets als een retraite. Het werd echter een drukke en intensieve dag, precies het tegenovergestelde van wat Hij zocht. Maar zijn hart vol medelijden maakte dat Hij zijn plannen bijstelde omwille van de mensen. Vandaag zijn we aan het eind van die immense maaltijd met meer dan tienduizend aanwezigen. Nu begint het Evangelie met de zin dat Jezus zijn leerlingen in de boot dwong. Vreemd, gingen ze dan niet vrijwillig. Zagen ze de storm al aankomen, wilden ze bij Jezus blijven of wilde ze Hem niet alleen achter laten? Hoe dan ook, Jezus moest er op aandringen dat ze zouden vertrekken.

Daarna haalt Hij alsnog de rust en stilte in die Hij oorspronkelijk zocht. We lazen het: ãToen Hij het volk had weggezonden ging Hij de berg op om in afzondering te biddenä. Dus toch nog even op retraite, even alleen zijn, met hoofd en hart bij God zijn Vader. Om in de stilte te luisteren naar wat de Geest tot Hem spreekt, wat de Vader Hem vraagt te doen. Alleen de berg op om in afzondering te bidden. ãDe avond viel en Hij was daar alleenä. Ik vestig daar even de aandacht op omdat Jezus hierdoor laat zien hoe belangrijk het is om je van tijd tot tijd los te maken, om niet op te gaan in je werk hoe belangrijk ook. Je kunt niet zeggen: mijn werken is bidden. Als ik voor de mensen bezig ben hoef ik niet naar de Kerk. Als Jezus het zelf al nodig heeft dan hebben wij het tien keer meer nodig. Hij is daar om te bidden. Voor wie, voor wat? Hij offert zelfs zijn nachtrust ervoor op, zoals Hij vaker doet. Het is goed om een biddende Jezus te zien. Hij is voor ons een voorbeeld van een leven in gebed.

En dan. Een biddende Jezus is geen afwezig type, is geen zwever, geen wereldvreemd figuur, ver van de wereld. Het blijkt dat hoe dichter Hij bij God zijn Vader is, des te dichter Hij ook bij zijn leerlingen is. Na de nachtwake van gebed komt Hij naar hen toe. Hij is hen niet vergeten, Hij is in de Geest bij hen gebleven, al die tijd. Terwijl zij worstelden tegen de storm, en ergens op dat meer zitten is Hij bij hen in de Geest. Nu komt Hij naar hen toe.

Maar dan, waarom nu zo opvallend, zo buitengewoon, Jezus gaat te voet over de zee. Als wij dat zouden zien zouden we ook in spoken gaan geloven. Waarom doet Jezus nu zoiets vreemds? Als Hij de wind vanaf de kant beveelt, gaat ze ook wel liggen. Niets kan de kracht van zijn Woord weerstaan. Zelfs zonder zijn woord is dat mogelijk want zijn Geest overwint alle tegenkrachten. Maar nee, te voet over de zee kwam Hij naar hen toe. Waarom?

We kennen een ander verhaal over een zee. Toen moesten de Israëlieten door de zee naar de overkant. Mozes spleet met zijn staf het water en zij trokken over de droge bedding naar dan overkant van de zee. Dat verhaal mag je duiden als een teken van Gods overgrote macht. God lost het probleem op; een onoverkomelijk probleem, voor ons niet op te lossen. De vijand in de rug en een wijde zee die je weg blokkeert. Problemen kunnen zo groot zijn dat mensenmacht tekort schiet. Gods ingrijpen is dan een overweldigend teken van zijn machtige hulp.

Nu Jezus. Had Hij ook niet zoân teken kunnen doen? Want in plaats van een stormwind die het water uiteen jaagt zodat zij verder kunnen, hebben ze juist tegenwind. In plaats van een makkelijke tocht naar de overzijde wordt het ploeteren in een klein bootje. Wat is toch dit teken dat Jezus over de zee naar hen toekomt?

De zee is ook hier een symbool en staat voor alles wat een mens aan problemen tegenkomt. Dreigende golven, je dreigt ten onder te gaan, tegenwind die al je inspanningen teniet doet. Krachten die onze kracht ver te boven gaan. Een donkere zee als een dreigende dood. U mag het zelf invullen. Wat u ook bedenkt aan tegenslag, aan angst, aan zwakheid en onvermogen, u kunt het in dit bootje een plaats geven. En in dat bootje hebt u natuurlijk allang het schip van de Kerk herkend en in Petrus de stuurman die we in de persoon van de paus nog steeds hebben. Het verhaal gaat over nu!

Dus waarom komt Jezus over de zee naar hen toe? Het is een teken van zijn macht en daarmee van wie Hij is; zoals alle tekenen die Hij heeft gedaan, van de vergeving van de zonden tot het genezen van de zieken, van het verdorren van een boom tot het opwekken van doden, van de gedaanteverandering tot zijn verrijzenis. Alles is teken om ons iets duidelijk te maken. Het eerste wat we nu kunnen leren is dat Jezus niet het water splitst, niet de wind keert, niet een gemakkelijke droge overtocht biedt, maar iets anders.

Jezus toont ons dat de problemen die ons bedreigen ons ook kunnen dragen. Hij toont ons dat dat zijn weg is. Een goddelijke weg die je niet uit eigen kracht kunt gaan, maar wel in de kracht van het geloof en het gebed. Je zult de problemen en bedreigingen zo in geloof en gebed moeten benaderen dat zij jou niet verzwelgen, maar dat zij een weg worden om in Gods Koninkrijk te komen.

Wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt is Mij niet waardig (Mt. 10. 38). Het kruis, de last, de moeilijkheid, de zorg lost Hij niet even voor je op. Maar we moeten weten dat Hij voor ons bidt, dat Hij in de Geest bij ons is, dat Hij onze problemen ziet en ze al heeft voorzien. Soms moet Hij ons dwingen om die weg op te gaan. We moeten leren vertrouwen dat de weg die Hij wijst de goede weg is, meer nog, de enige weg. Dat is de weg van het Nieuwe Verbond. We moeten leren vertrouwen dat Hij ons niet naar de bodem van de zee stuurt, maar ons werkelijk veilig naar de overkant brengt. Echter, alleen op zijn manier en zijn weg gaat over de zee.

We zouden nog veel kunnen zeggen over die heerlijke menselijke reactie van Petrus. Over de ervaring van Elia in de eerste lezing waarin het ook niet de overweldigende krachten zijn die God begeleidden maar juist de zachte bries. Maar dit is genoeg voor dit weekend. Het kruis dragen op de wijze van Jezus, betekent dat het kruis jou zal dragen. En als een mens door het kruis gedragen wordt, betekent dat: het lijden en sterven van Jezus meemaken en volbrengen, net als Hij; en dat is leven. Dat is eeuwig leven. Voor jezelf, voor je familie, echtgenoten, kinderen. Wie de problemen van het leven trotseert; niet louter als een persoonlijke uitdaging, maar wel met hart en ziel omdat God het vraagt, niet uit eigen mensenkracht, maar wel met alle kracht die je van God gekregen hebt; niet uit eigen idee, slimheid of menselijke verstandigheid, maar met de Geestkracht van ons geloof dat ons verstand verlicht (vgl. Lc 10. 27), die mens loopt over de zee in Jezus voetspoor naar Gods Koninkrijk. Amen.